OVV verwerpt drieledig consumptiefederalisme
Verzonden op: 23-10-2000
Verzonden door: Steven Vergauwen 016 366 18 50
Aantal keren gelezen: 32
OVERLEGCENTRUM VAN VLAAMSE VERENIGINGEN VERWERPT DRIELEDIG CONSUMPTIEFEDERALISME
Brussel - 23 oktober 2000Op maandag 16 oktober sloten onderhandelaars van de federale overheid, de deelstaten en de Costa het zgn. Lambertmont- of Sint-Hedwigakkoord. Dit communautaire akkoord maakt deel uit van de grote lijnen die premier Verhofstadt een dag later in zijn beleidsverklaring uitzette voor de rest van de legislatuur en daarna.
Het akkoord handelt over:- de herziening van de bijzondere financieringswet
- de regionalisering van de organieke gemeente- en provinciewetgeving
- een aantal kleinere dossiers inzake de staatshervorming
In deze nota maakt het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen een evaluatie van dit derde communautair akkoord van huidige legislatuur.
I. herziening van de bijzondere financieringswet
Een eerste deel van het akkoord gaat over de herziening van de bijzondere financieringswet. In ruil voor een herfinanciering van de gemeenschappen krijgen de gewesten een beperkte fiscale autonomie. De herfinanciering moet in de eerste plaats het Franstalig onderwijs extra zuurstof geven. De vraag voor fiscale autonomie komt van de Vlaamse overheid.
Wat de Gemeenschappen betreft komt het in grote lijnen hierop neer:
- De Gemeenschappen krijgen, geen rekening houdend met de indexering, 45 miljard bij. Vanaf 2007 wordt deze dotatie ook gedeeltelijk welvaartsvast. De financiële injectie is gespreid over tien jaar, met zwaartepunt in de volgende legislatuur.
- De bestaande dotatie, inclusief indexering, wordt onder de Gemeenschappen verdeeld volgens de verdeelsleutel van het St.-Elooisakkoord (leerlingencriterium). De extra dotatie wordt volgens een combinatie van het leerlingencriterium en juste retour. Het belang van de juste retour neemt geleidelijk toe, zodat dit na 10 jaar het enige criterium blijft voor de extra-middelen.
- Het kijk- en luistergeld wordt geregionaliseerd. Deze overheveling naar de Gewesten zal zo gebeuren dat de Gemeenschappen geen middelen verliezen ten aanzien van de huidige financieringsregeling.
- Voor de Duitse Gemeenschap komt er een specifieke dotatieregeling op basis van het leerlingencriterium. In afwijking van wat voorafgaat zal het kijk- en luistergeld de volledige bevoegdheid worden van de Duitse Gemeenschap.
Voor de Gewesten kan de herziening als volgt samengevat worden:
- De gewestbelastingen, enkele belastingen die hiervan in het verlengde liggen en het kijk- en luistergeld worden geregionaliseerd. Het gaat om een bedrag van ca. 85 miljard. Opdat de regionalisering budgettair neutraal zou zijn voor de federale overheid wordt de dotatie van de personenbelasting voor eenzelfde bedrag verminderd.
- Voor deze belastingen bepaalt het akkoord dat het risico op fiscale migratie, delocalisatie en ongezonde belastingconcurrentie moet worden vermeden. Indien nodig moeten hiertoe begeleidende maatregelen worden uitgewerkt. Daartoe zullen er voor de verkeersbelasting en voor de belasting op de inverkeerstelling verplichte samenwerkingsovereenkomsten worden gesloten.
- Wat de personenbelasting betreft kunnen de Gewesten binnen een bepaalde marge op- en afcentiemen toestaan of algemene belastingaftrekken invoeren. De op- en afcentiemen zijn algemeen forfaitair of procentueel en kunnen gedifferentieerd worden per belastingschijf. De aftrekken zijn gebonden zijn aan de eigen bevoegdheden. De bestaande marge van 2,5% wordt opgetrokken naar 3,25% in 2001 en 6,75% in 2004.
- Voor deze fiscale bevoegdheden bepaalt het akkoord dat de uitoefening moet gebeuren zonder vermindering van de progressiviteitsschaal van de personenbelasting en met uitsluiting van deloyale fiscale concurrentie.
Bespreking: GemeenschappenDe Gemeenschappen blijven aangewezen op het zgn. consumptiefederalisme. Er wordt geen enkele stap gezet naar fiscale autonomie. De enige gemeenschapsbelasting, het kijk- en luistergeld, wordt geregionaliseerd. De bestaande dotatie wordt opgetrokken, zodat de Franse Gemeenschap geleidelijk de gevraagde 18 miljard krijgt voor haar onderwijs.
Het Sint-Elooisakkoord verving de voor Vlaanderen al nadelige 57,55/42,45-verhouding door een 57,02/42,98-verhouding (leerlingencriterium). Deze verdeelsleutel wordt nu gebetonneerd in de bijzondere wet. Het belang van de juste retour tegenover het leerlingencriterium groeit traag. Ergens tussen 2015 en 2020 wordt er een 50/50-verhouding bereikt. Jaarlijks blijft er 25 miljard vloeien van de Vlaamse Gemeenschap naar de Franse Gemeenschap.
GewestenWat de gewesten betreft wordt slechts een beperkte stap gezet naar fiscale automie. Op kruissnelheid komt het Vlaams Gewest aan 50% eigen middelen. Op de totale begroting zal maximaal 20% van de ontvangsten afkomstig zijn uit eigen fiscaliteit, tegenover 10% nu. Het Brussels Gewest wordt op eenzelfde wijze behandelt als de andere gewesten. Hiermee wordt op beslissende wijze bijgedragen tot de drieledigheid van de federale staat.
De gewestbelastingen, de belastingen die in het verlengde liggen en het kijk- en luistergeld blijven onderhevig aan een aantal beperkingen, die in de bijzondere wet vergrendeld worden. Zo moet er een verplicht samenwerkingsakkoord gesloten worden. De marges voor de op- en afcentiemen en algemene aftrekken blijven beperkt en ook zij worden, samen met andere beperkingen, in de bijzondere wet gebetonneerd.
Dit alles gaat duidelijk minder ver dan de resoluties van het Vlaams Parlement (volledige overdracht van de personenbelasting) en dan het Vlaams regeerakkoord (de personenbelasting als concurrerende belasting). Het bestaande solidariteitsmechanisme wordt niet vermeld in het akkoord, zodat ervan uitgegaan mag worden dat het ongewijzigd blijft. Dit mechanisme werkt in die mate nadelig voor het Vlaams Gewest dat het leidt tot de zgn. inkomensparadox.
Het akkoord geeft evenmin een oplossing aan de problematische financiële verhouding van het Waals Gewest met de Duitse Gemeenschap. Het Waals Gewest oefent, in uitvoering van het Sint-Kwintensakkoord, bevoegdheden uit voor de Franse Gemeenschap. Hierdoor wordt de Duitse Gemeenschap financieel benadeeld, zonder enige compensatie.
II. de regionalisering van de organieke gemeente- en provinciewetgeving
De regionalisering van de organieke gemeente- en provinciewetgeving staat reeds vermeld in het Sint-Michielsakkoord. Het huidige akkoord bepaalt dat de herziening van de bijzondere wet terzake in werking moet treden op 1 januari 2002.
De regionalisering omvat de gemeentewet en de provinciewet, de gemeentekieswet en de provinciekieswet en andere aanverwante wetgeving, zoals deze betreffende de organisatie van agglomeraties en federaties van gemeenten, de begraafplaatsen en de lijkbezorging. Het gaat om alle gemeenten, ook de rand- en faciliteitengemeenten. Het gemeentelijk kiesstelsel kan slechts gewijzigd worden met een tweedederde meerderheid.
De regionalisering geldt niet voor hetgeen geregeld is in de zgn. pacificatiewet:
- specifieke organieke regelen voor de zes randgemeenten, Voeren en Komen-Waasten:
- het schepencollege en de OCMW-raden worden rechtstreeks verkozen
- het schepencollege beslist bij consensus
- bij gebrek aan consensus in het schepencollege beslist de gemeenteraad
- voor rechtsreeks verkozenen geldt een onweerlegbaar vermoeden van taalkennis
- de organisatie van het toezicht in Voeren en Komen-Waasten.
De regionalisering geldt evenmin voor het politie- en brandweerbeleid. De thans bestaande waarborgen voor de Franstaligen in de rand- en faciliteitengemeenten en voor de Vlamingen in Brussel worden in de bijzondere wet opgenomen. Het akkoord vermeldt dat de rechtspraak van de Raad van State en van het Arbitragehof strikt zal worden gerespecteerd.
Bespreking:Ook inzake de organieke regelgeving wordt het Brussels Gewest op eenzelfde wijze behandelt als de andere gewesten. Hiermee wordt op beslissende wijze bijgedragen tot de drieledigheid van de federale staat. De huidige waarborgen voor de Brusselse Vlamingen hebben weinig om het lijf en in het akkoord is ook geen sprake van een dubbele meerderheid in de Brussels Hoofdstedelijke Raad. Dit alles gaat in tegen de resoluties in het Vlaams Parlement.
Het akkoord gaat op sommige punten verder dan het Sint-Michielsakkoord. Zo vermeldt het uitdrukkelijk de gemeentekieswet en provinciekieswet en andere aanverwante wetgeving. En de tweederde meerderheid blijft beperkt tot de kiesregelen.
Anderzijds is het huidige akkoord beperkt. De aanverwante wetgeving wordt niet exhaustief opgesomd. In de voorbeelden ontbreken o.m. de syndicale regelgeving voor lokale besturen, de kerkfabrieken, de districten en de federaal gebleven bepalingen van de OCMW-wet. Het akkoord sluit ook, explicieter dan het Sint-Michielsakkoord, politie en brandweer uit van regionalisering. Tenslotte blijven alle grondwettelijke grendels behouden.
De Gewesten worden bevoegd voor de organieke wetgeving in rand- en taalgrensgemeenten, behalve de organisatie van het toezicht in Voeren en Komen-Waasten. Dit is een stap in de goede richting, maar anderzijds worden de garanties (enkel?) voor Franstaligen gebetonneerd in de bijzondere wet. En de zin over het respecteren van de rechtspraak doet dat geheime afspraken vermoeden over de omzendbrief Peeters. Er is dus geen sprake van een volledige overdracht. Voor de 'gevoelige' gemeenten blijft de autonomie aan strikte beperkingen onderhevig.
Het akkoord voorziet niet in de specifieke regeling voor de Duitse Gemeenschap, die daar in de vorige legislatuur had op aangedrongen. Algemeen wil de Duitse Gemeenschap uitgroeien tot een zgn. Gemeenschapsgewest. Nu reeds bestaan er heel wat problemen in verband met de provinciale bevoegdheden en met de uitoefening van het toezicht. Als de organieke regeling zonder meer naar het Waals Gewest gaat zal dat nieuwe problemen veroorzaken.
III. een aantal kleinere dossiers inzake de staatshervorming
Tenslotte doet het akkoord nog uitspraken over een aantal kleinere dossiers inzake de staatshervorming. Het bevat met name volgende afspraken:
- De Gewesten en Gemeenschappen krijgen de bevoegdheid om bij decreet of bij ordonnantie een eigen regeling inzake de controle op de verkiezingsuitgaven vast te leggen.
- Er komt een regeling die voorziet in een grotere autonomie in het gebruik van de trekkingsrechten bestemd voor de tewerkstelling. Het bedrag van de trekkingsrechten zal worden verhoogd.
- De regionalisering van landbouw en buitenlandse handel, zoals eerder afgesproken in het Hermesakkoord, zal onverwijld verder worden uitgevoerd.
- De middelen van de nationale Loterij die vandaag in overleg met de deelgebieden worden verdeeld zullen worden overgeheveld aan de Gemeenschappen en de Gewesten.
- De ontwikkelingssamenwerking zal vanaf 2004 worden overgeheveld in zoverre ze betrekking heeft op de gewest- en gemeenschapsbevoegdheden.
Bespreking:De lijst kleinere dossiers blijft erg beperkt. Bij het de ontwikkelingssamenwerking, het belangrijkste punt, bestaan heel wat vraagtekens. Zo wijkt de timing af, zodat de overheveling alvast niet meer voor de huidige legislatuur is. De verdeling van de bevoegdheid onder de federale overheid, de gewesten en de gemeenschappen is ook niet bevorderlijk voor goed bestuur. Beter zou ontwikkelingssamenwerking in zijn geheel worden overgeheveld.
IV. algemene beoordeling BrusselHet belangrijkste besluit is ongetwijfeld dat het Sint-Hedwigakkoord de drieledigheid van de federale staat danig versterkt. Dit gaat manifest in tegen de nadruk die de Vlaamse overheid in het verleden steeds heeft gelegd op de twee Gemeenschappen. Kort voor de verkiezingen nog heeft het Vlaams Parlement deze keuze met een ruime consensus bevestigt in zijn resoluties over de staatshervorming op 3 maart 1999.
Daar waar er een zeer beperkte stap naar fiscale autonomie van de Gewesten wordt gezet, blijven de Gemeenschappen veroordeeld tot consumptiefederalisme. De organieke gemeente- en provinciewetgeving blijft voor het Brussels Gewest niet federaal. Er wordt zelfs niet voorzien in een minimale vertegenwoordiging of een dubbele meerderheid in het Brussels Parlement. De Brusselse Vlamingen worden daarmee gewoon aan hun lot overgelaten.
Fiscale autonomieDe stap naar fiscale autonomie is erg beperkt. Het Vlaams Gewest komt aan maximum 50% eigen middelen, de Vlaamse Gemeenschap moet het stellen zonder fiscale autonomie. Op de totale begroting zal maximaal 20% van de ontvangsten afkomstig zijn uit eigen fiscaliteit. De marges op de personenbelasting blijven onder de verwachtingen en worden bovendien in de bijzondere wet gebetonneerd. Het solidariteitsmechanisme blijft ongewijzigd.
De Franse Gemeenschap krijgt geleidelijk de gevraagde 18 miljard. De Vlaamse overheid houdt er op termijn 25 miljard aan over, net genoeg om er het kijk- en luistergeld mee af te schaffen en het onderwijs wat extra geldt toe te schuiven. De pas verworden afcentiemen moeten dus een paar jaar in de koelkast. Het zal naar schatting 25 jaar duren voor de dotatie uit de personenbelasting even groot wordt als de BTW-dotatie (leerlingencriterium).
ToekomstperspectiefHet OVV heeft steeds sterke twijfels uitgedrukt bij de methode die in de huidige legislatuur naar voor is geschoven om verdere stappen naar de staatshervorming te zetten. In plaats van een gesprek van Gemeenschap tot Gemeenschap werd er geopteerd voor een interparlementaire en interministeriële conferentie, die op niets uitliep. Tijdens het nachtelijk beraad werden de regeringen van de deelgebieden en de Costa mee in bad getrokken.
Het Sint-Hedwigakkoord geeft de financiële troef uit handen van de Vlaamse overheid. Voor het eerst heeft de Franse Gemeenschap uitzicht op een begroting in evenwicht. In ruil werd vooral een beperkte stap naar fiscale autonomie afgedwongen. Het blijft echter de vraag hoe andere belangrijke dossiers inzake de staatshervorming, zoals de communautarisering van de gezondheidszorg en kinderbijslag afgedwongen zullen worden.
V. BesluitHet akkoord is in zijn huidige vorm onaanvaardbaar. De abdicatie van de Vlaamse overheid in Brussel is een politiek misdaad met onomkeerbare gevolgen. En de kleine stap voorwaarts op het vlak van de fiscale autonomie wordt veel te duur betaald. De financiële toegevingen aan de Franse Gemeenschap, bovenop de reeds bestaande scheeftrekkingen, betekenen wellicht het definitieve einde van de staatshervorming.
Vanuit het oogpunt van de veel besproken nieuwe politieke cultuur, sluiten we af met een zeer negatief aspect. De Vlaamse partijen die de vijf resoluties in het Vlaams Parlement goedkeurden, sloten als het ware een contract af met de kiezer. Als we vandaag vaststellen dat het contract niet alleen zeer onvolledig en beperkt in omvang werd uitgevoerd, dan blijkt het Sint-Hedwigakkoord volledig in te gaan op de Franstalige eis voor meer geld, terwijl de Vlaamse agenda grotendeels onbehandeld of onafgewerkt blijft liggen.
Maar we stellen tevens vast dat er fundamenteel wordt ingegaan tegen de vijf resoluties. Het Brusselse Hoofdstedelijke Gewest wordt niet anders behandeld dan Vlaanderen en Wallonië. Van stappen naar tweeledigheid komt niets in huis. In tegendeel: er wordt uitdrukkelijk gekozen voor een versterkte drieledigheid. Deze nefaste optie is niet alleen zeer schadelijk voor Vlaanderen, ze houdt ook een formele inbreuk in op de belofte die aan de Vlaams kiezer werd gedaan. Het Vlaams Parlement, het hoogste orgaan van de politieke Vlaamse vertegenwoordiging, wordt genegeerd en gedegradeerd tot een praatbarak, waarmee geen rekening moet worden gehouden.
Het OVV roept alle Vlaamse partijen op om de wetsontwerpen die zullen worden ingediend om het Sint-Hedwigakkoord uit te voeren NIET goed te keuren. Alle onderdelen die een gelijkwaardige promotie van het Brusselse gewest inhouden moeten volledig worden geschrapt. De fiscale autonomie moet sterk verruimd worden en de 'vergeten dossiers' dienen in het akkoord te worden opgenomen.
voor het Algemeen bestuur van het Overlegcentrum van Vlaamse Verenigingen,
Peter De Roover voorzitter
