Brussel in de staatshervorming

Verzonden op: 07-06-2000

Verzonden door: Guido Moons (02) 22 33 140

Aantal keren gelezen: 30

STANDPUNT VAN DE VLAAMSE VOLKSBEWEGING

OVER BRUSSEL IN DE STAATSHERVORMING

Recent werd door de Brusselse burgemeester François-Xavier de Donnea de Brusselse minicosta opgeschort. De politieke partijen willen zich ten volle in de kiesstrijd gooien. Van deze institutionele windstilte maakt de VVB gebruik om een stand van zaken op te maken over wat er in verband met Brussel werd bekomen, en vooral besproken in zowel de grote Costa als het Brussels 'Costake'.

Kort en goed gezegd zijn de resultaten van een half jaar palavers niet alleen ontstellend pover, ook de richting die de Vlaamse onderhandelaars in beide Costa's zijn ingeslagen leidt ons, wat Brussel betreft, alleen maar verder weg van de door de VVB beoogde emancipatie. En dan hebben we het nog niet eens over het Franstalig opbod van bijkomende eisen en chantage (en met name de steeds weerkerende betrachting om de annexatie van de Vlaamse rand op de agenda te zetten).

1. Vlaanderen betaalt

De Franstaligen hebben nochtans al flink wat concrete resultaten geboekt. De Sint-Elooisakkoorden zorgen alvast voor een dividend van 1,8 miljard voor het Franstalig onderwijs. Daarnaast werd de federale dotatie voor Brussel opgetrokken met 2 miljard, geld dat prompt werd doorgeschoven naar de beide gemeenschapscommissies, en vandaar ook weer bij het Franstalig onderwijs terecht komt.

2. Vlaanderen bevestigt de 'Région à part entière'

De beginselakkoorden omtrent de defederalisering van Landbouw, Visserij en Buitenlandse Handel schuiven ook weer nieuwe bevoegdheden toe naar het Brussels Hoofdstedelijk Gewest.

Er is dus nog steeds geen trendbreuk in de nefaste gewoonte om aan Brussel alles te geven waar ook Vlaanderen en Wallonië bevoegd voor worden. Nochtans gaat het hier toch duidelijk om beleidsmateries waar de kleinschaligheid van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest een efficiënt beleid in de weg staat.

De bevestiging van de drieledigheid staat hier haaks op de resoluties die het Vlaams parlement nog geen jaar geleden goedkeurde, met steun van de huidige regeringspartijen. Die resoluties, met het zogezegde 'twee plus twee model' beklemtoonden de tweeledigheid, en brachten een onderscheid aan tussen deelstaten en deelgebieden. Ook werd de idee van medebeheer van Brussel door Vlaanderen erin uitgewerkt. VU-ID had destijds nog een meer verregaande optie, nl. een confederale voogdij voor Brussel. Het komt ons dan ook onbegrijpelijk voor dat men zich in de voorliggende akkoorden kan herkennen.

3. Meer mandaten, minder inspraak

De Vlaamse Costagangers hebben in de Brusselse minicosta eensgezind een voorstel neergelegd, dat een variant is van een eerder voorstel van minicostavoorzitter de Donnea. Dit voorstel combineert de consecratie van het Derde Gewest met het uitschakelen van de Brusselse kiezer. Het is een zelden gezien voorbeeld van ondemocratisch geschuif met mandaten.

Immers, de Nederlandse taalgroep zou altijd minstens 20 leden tellen. Om hiertoe te komen zouden, naast de rechtstreeks verkozen Vlaamse raadsleden, bijkomende mandatarissen worden aangewezen tot het getal van twintig is bereikt. Deze mandatarissen moeten Brusselaars zijn en moeten op een Brusselse lijst gekandideerd hebben. Ook de Franstaligen krijgen er evenveel mandaten bij. Echter, de verdeling van die mandaten onder de partijen zou niet geschieden op basis van de Brusselse stembusuitslag, maar wel op grond van de verkiezingen in het Vlaams gewest ! (de verdeling van de Franstalige mandaten gebeurt op grond van de resultaten van de Franse Gemeenschapsverkiezingen) Het is zonder meer duidelijk dat hier partijpolitieke argumenten meespelen en niet de vertegenwoordiging van de Vlamingen. Gevolg is dat een bepaalde partij die in Brussel toevallig sterker staat, buiten spel gezet wordt.

De Brusselse Hoofdstedelijke Raad, zou dan in de huidige omstandigheden uitgroeien tot een parlement met 93 leden, en zou theoretisch 115 leden kunnen tellen (in het geval dat er geen enkele Vlaming nog rechtstreeks verkozen is). Ter vergelijking : het Vlaams parlement telt 124 leden !

4. De 19 baronieën worden straks onaantastbaar

In de volgende federale Costa-gesprekken zal de overheveling van de gemeentewet besproken worden. Als men ook Brussel bevoegd maakt voor zijn eigen bestuurlijke inrichting, dan zal men de 19 baroniën voor altijd betonneren.

De 19 baronieën vormen immers de machtsbasis van de Franstaligen, waarbij de liberalen de rijkere gemeenten, en de socialisten de armere gemeenten in handen hebben. Van enige Vlaamse invloed is op dit beleidsniveau geen sprake. Deze baronieën beheren dubbel zoveel geld als het gewest, dat eigenlijk een subsidiemolen is voor diezelfde gemeenten.

De aanwezigheid van de Vlamingen op het gewestniveau brengt echter geen correctie aan op de Franstalige politiek van de gemeenten. Dit is gemakkelijk aan te tonen door te verwijzen naar de voogdij over de gemeenten, waar het gewest moet toezien op de toepassing van de taalwetgeving. De Vlamingen in het Gewest hebben die toepassing nog nooit kunnen afdwingen.

5. Krachtlijnen VVB-alternatief

In de huidige gang van zaken raakt het doel : inspraak van Vlaanderen in zijn hoofdstad Brussel, steeds verder uit het zicht verwijderd.

5.1. Vormelijke eis : geen Brusselse of Belgische onderonsjes, maar een dialoog van gemeenschap tot gemeenschap

De installatie van de Brusselse Costa was op zichzelf al een veeg teken. De Vlaams-Brusselse onderhandelaars schijnen zich hoofdzakelijk te bekommeren om hun eigen mandaat en doen met de Franstaligen mee om de hooiruif van het Brussels gewest nog wat bij te vullen, in de hoop ook een graantje mee te pikken.

De VVB hoopt dan ook dat de Brusselse Costa eens en voorgoed wordt opgedoekt en na de verkiezingen niet meer samenkomt, aangezien Vlaanderen als belanghebbende partij niet naar behoren vertegenwoordigd is in het Brusselse onderonsje.

Maar ook de Federale Costa geeft geen genoegdoening. De VVB bepleit een onderhandeling 'van gemeenschap tot gemeenschap', zonder tussenkomst van Belgische of Brusselse instanties.

5.2. Strategische eisen

5.2.1.De hele Vlaamse natie beslist mee over Brusselse Gewestmateries

De VVB wil dat de Vlaamse onderhandelaars Brussel niet als een gewest benaderen maar als hun hoofdstad, wat Brussel in de feiten is (zoals door de SERV omstandig geïllustreerd in zijn document over de sociaal-economische belangengemeenschap). Vlaanderen moet er dus voor zorgen dat het rechtstreeks beslissingsrecht verwerft in de Brusselse gewestmateries, die zeker niet verder moeten uitgebreid worden. Op dit niveau is de problematiek van de minimumvertegenwoordiging overigens minder relevant.

Met rechtstreeks beslissingsrecht wordt bedoeld : rechtstreekse verantwoordelijkheid van zowel Vlaams parlement als Vlaamse regering over macro-economische, mobiliteits- infrastructuur- en andere grondgebonden thema's. (Dit is ook het standpunt van het OVV : Vlaanderen samen met een vertegenwoordiging van de Brusselse Franstaligen (de huidige COCOF) bevoegd maken voor het beheer van de gewestmateries). Zolang dit niet gerealiseerd wordt, is in deze zaken de dubbele meerderheid op wetgevend vlak (de huidige gewestraad) een absoluut minimum.

5.2.2. Rechtstreekse verkiezing van de Vlaamse parlementsleden

Door het de Brusselaars mogelijk te maken rechtstreeks te kiezen voor het Vlaams parlement, slaat men twee vliegen in een klap : het is vanuit democratisch oogpunt belangrijk dat de Brusselaars het Vlaams beleid in Brussel rechtstreeks kunnen beoordelen en sanctioneren - en niet via de omweg van de Brusselse gewestraadsverkiezingen. Dit kan de band tussen de Vlaamse instellingen en de Brusselse burgers alleen maar versterken. Anderzijds lijdt dit tot de afschaffing van het huidige dubbelmandaat en een vermindering van de werkdruk voor de parlementsleden.

5.2.3. minimumvertegenwoordiging in de gemeenteraden, schepencolleges en OCMW's

De problematiek van de minimumvertegenwoordiging stelt zich in de eerste plaats op gemeentelijk vlak. Een gegarandeerde machtsparticipatie (pariteit) op het uitvoerend niveau, doortrekken van de taalsplitsing op de kieslijsten, en het doorvoeren van een onderscheid tussen persoonsgebonden en algemene beleidsmateries zijn nodig, evenals een effectieve voogdij inzake taalaangelegenheden.

5.3. Kwalitatieve eisen

5.3.1. Fusie van gemeenten

Een fusie van gemeenten zou het Brussels beleid al heel wat transparanter maken. De wildgroei van mandaten en instellingen zou sterk ingeperkt worden. De segregatie tussen rijke en arme gemeenten valt weg. De versnippering van de Vlamingen over de negentien baronieën verdwijnt, en er komt een minimale kritische massa waardoor de Vlamingen op een efficiënter manier aan politiek kunnen doen. Tegelijk ontstaat ook een sterke lokale tegenmacht tegenover het 'nationale' (Vlaams-Brusselse) niveau, waardoor arbitrage tussen lokale en hoofdstedelijke gevoeligheden mogelijk wordt.

5.3.2. De bicommunautaire sector (ziekenhuizen en rusthuizen) moet volledig gesplitst worden.

Alle instellingen die thans onder de GGC ressorteren worden overgedragen aan de twee gemeenschappen. Vlaanderen wordt exclusief bevoegd over gezondeheidszorg in de hoofdstad en kan eindelijk volwaardige geneeskunde garanderen aan zijn hoofdstedelijke burgers.

5.3.3. Geen geld voor anti-Vlaams onderwijs

Het Franstalig onderwijs moet de beschikbare onderwijsgelden in de eerste plaats aanwenden om de kwaliteit van het onderwijs-Nederlands drastisch op te krikken. Door dit onderwijs doelbewust te verwaarlozen voert Franstalig België een anti-Vlaamse politiek op de kap van zijn eigen burgers, die immers door hun gebrekkige talenkennis in hun mogelijkheden op de arbeidsmarkt beperkt zijn.

6. Perspectief

De voorgestelde maatregelen staan nog los van een offensief beleid dat de Vlaamse regering, binnen het kader van zijn bevoegdheden, nu reeds kan voeren in Brussel. Op cultureel, onderwijs-, sociaal, economisch, en huisvestingsvlak zijn beslist nog niet alle mogelijkheden aangeboord. We hebben tot nog toe nog maar weinig concrete verwezenlijkingen gezien die in de richting gaan van de ambitie die de Vlaamse regering zegt te hebben om 300.000 Brusselaars te bereiken met zijn beleid. Het is de plicht van de Vlaamse regering om hier werk van te maken.

De voorgestelde maatregelen kunnen er wel toe bijdragen om Brussel op termijn te laten uitgroeien tot een echt tweetalige hoofdstad van de toekomstige Vlaamse

Guido Moons,

nationale voorzitter

Peter De Roover

voorzitter Algemene Raad

Bernard Daelemans

voorzitter Brusselse afdeling

Terug naar overzicht