Taalrapport: tweetaligheid in Brussel boert achteruit

Brusselse vice-gouverneur gaat helemaal uit bocht

Verzonden op: 30-01-2006

Verzonden door: 02 513 31 37

Aantal keren gelezen: 43

Eindelijk is het zover: het eerste, langverwachte taalrapport van vice-gouverneur Hugo Nys ligt op de tafel van de Brusselse regering. Het rapport sluit af met 'positieve conclusies'. Een 'foute voorstelling van zaken', vindt vzw brusselNL.

In het regeerakkoord werd afgesproken dat de vice-gouverneur jaarlijks een 'vooruitgangsrapport' zal opstellen 'over de tweetaligheid in de gewestelijke en de plaatselijke besturen.' Na lang aandringen stelde minister-president Charles Picqué recent het eerste verslag ter beschikking van de leden van de Brusselse regering.

Kaas met grote gaten

Het verslag geeft een beeld van de (niet)toepassing van de taalwet door gemeenten en OCMW's in 2004. Het vorige rapport van de vice-gouverneur dateert van 1999. Tussen beide jaren is de toestand (nog) achteruit gegaan.

Er is minder respect voor de taalwet. In 1999 beschikten in 676 van de 2147 gemeentelijke dossiers (31,5 procent) personeelsleden niet over het vereiste brevet van kennis van de tweede landstaal. In 2004 waren er in absolute cijfers veel minder dossiers, maar waren er toch meer in overtreding: 865 op 1444 dossiers, dit is: 60 procent.

'Flamand de service' wordt zeldzaam. Als de ambtenaren niet langer tweetalig zijn, moeten Nederlandstalige Brusselaars een beroep doen op een 'flamand de service'. Maar wat blijkt? In 1999 waren 661 van de gemeentelijke dossiers (31 procent) nog Nederlandstalig. In 2004 waren er slechts 246 Nederlandstalige dossiers (17 procent). Er is dus steeds minder Nederlandstalig personeel om het gebrek aan tweetaligheid op te vangen.

Het rapport is 'kaas met grote gaten'. Belangrijker dan wat wel in het rapport staat, is wat er niet (langer) instaat. Zo ontbreekt in het huidige rapport elk cijfer over het aantal vernietigingen. De vice-gouverneur mag nog zo ijverig schorsen, als de Brusselse regering vervolgens alles op zijn beloop laat, heeft dat weinig om het lijf. Over de toepassing van de taalwet bij de politie en in de openbare ziekenhuizen wordt met geen woord gerept.

Helemaal uit bocht

Hoe de vice-gouverneur uit dit alles 'positieve conclusies' kan trekken is ons absoluut een raadsel. Dat er steeds minder onwettige aanstellingen worden geschorst op basis van onwettige omzendbrieven (intussen geschorst door de Raad van State) lijkt ons weinig reden tot enthousiasme. Overigens voorzagen die omzendbrieven slechts in een 'uitstel' van taalkennis. Maar voor 97 procent van de gemeentelijke dossiers is uitstel afstel.

Helemaal uit de bocht gaat de vice-gouverneur waar hij schrijft: 'Op langere termijn is een wetswijziging noodzakelijk om tegemoet te komen aan de realiteit van het terrein'. Dat staat haaks op zijn opdracht: de taalwet afdwingen op het terrein. Mag hij van 'zijn' minister Charles Picqué niet schrijven wat hij wil? Of droomt hij van brugpensioen?

Bijlage bij deze persmededeling

Eerste taalrapport van de Brusselse vice-gouverneur

Terug naar overzicht