In de kijker

Kalender

Geen Activiteiten

Grondvest

Tussen vlinders en wespennesten: de zesde staatshervorming
18-5-2015

De zesde staatshervorming werd op 11 oktober 2011 (eindelijk) bereikt. Na een formatiecrisis van wereldrecordformaat werd dan uiteindelijk gerealiseerd: het Vlinderakkoord, hetgeen de Vlaming zo lang had gevraagd. Er kwam een veelbesproken copernicaanse omwenteling in bevoegdheden en bovendien een eigen zeg over eigen geld. Of is het toch weer schijn die bedriegt?

Even het geheugen opfrissen wat het Vlinderakkoord betreft:
1. De ‘splitsing’ van het gerechtelijk en kiesarrondissement Brussel-Halle-Vilvoorde: het was meer dan veertig jaar lang een strijdpunt van de brede Vlaamse Beweging. En terecht. In tegenstelling tot wat kwatongen wel eens beweerden, was er helemaal geen sprake van een louter symbolische materie, maar ging het om onverdunde discriminatie op institutioneel niveau. Franstaligen konden in Vlaanderen op eigen lijsten stemmen en genieten van rechtsbedeling in de eigen taal; nergens in Wallonië kon dit voor Vlamingen. Zoon De Croo liet er een regering over vallen en de zaak werd uiteindelijk half opgelost en begraven. Voor de Vlaamse faciliteitengemeenten rond Brussel blijft de oude regeling gelden, terwijl Vlamingen nauwelijks nog op eigen rechters kunnen rekenen in Brussel. In ruil kreeg de hoofdstad een eigen gemeenschap (de metropolitane gemeenschap, waar geheel Vlaams-Brabant deel van uitmaakt!) en, als kers op de taart, extra (Vlaamse) centen. Naast het electoraal zo goed als afstaan van de Rand aan Brussel en de overlevering van Vlaams-Brabant aan Brussel, bedraagt voor Vlaanderen de extra rekening van de herfinanciering van Brussel een ruime 450 miljoen euro.

2. De ‘hervorming’ van de Senaat. In een gezond federaal systeem - zoals Duitsland - is er een systeem met twee kamers, waarbij de tweede kamer de Länder (de deelstaten) vertegenwoordigt. Dat was bij ons nooit het geval. De Senaat functioneerde als overbodige revisie op de legislatieve procedure van de Kamer en droeg nauwelijks iets bij aan de Gemeenschappen. In plaats van het boeltje af te schaffen, ging men dan toch de eerbiedwaardige vergadering hervormen om de deelstaten een vorm van inspraak te geven in het federale wetgevende werk.  Het zou nog minder kosten ook! In werkelijkheid kost de Senaat in verhouding nu nog meer, omdat ze nog maar acht keer per jaar bijeenkomt. De vermeende besparing ligt in de eigen rekening van de Senaat, die - omdat ze geen eigen verkozenen meer telt - veel minder loonkosten heeft. Van de 60 resterende senatoren mogen de deelstaten er 50 vergoeden! 29 van die senatoren zijn aangewezen door het Vlaams Parlement. Kostenplaatje (senatorloon vermenigvuldigd met aantal Vlaamse senatoren): 3,645 miljoen euro. Dat maakt het senatorengilde tot de best betaalde Belgische parlementairen - en die met het minste werk!

3. Overdracht van bevoegdheden. Vlaanderen heeft door het Vlinderakkoord extra bevoegdheden gekregen in arbeidsbeleid, economie, energie, gezinsbeleid, gezondheid, landbouw… Al die bevoegdheden zijn goed voor een bedrag van 20 miljard euro. Hiervoor kregen de Gewesten een grotere, maar geen volledige fiscale autonomie (dat wil zeggen de mogelijkheid om zelf inkomsten te innen) en de Gemeenschappen kregen een wijziging in dotatiemechanisme (maar, opnieuw, geen fiscale autonomie) maar uiteindelijk werd slechts 85% van de middelen overgeheveld.

4. Herziening Bijzondere Financieringswet. Ter compensatie van het federaal verlies aan inkomsten uit personenbelastingen door de fiscale autonomie werd de BFW herzien (dit is het mechanisme die de federale dotaties aan de deelstaten regelt). U raadt het nooit, maar ook dit resulteert in een extra rekening voor Vlaanderen, één die we eerder al besproken hebben. Ter herinnering: ze bedraagt voor Vlaanderen 400 miljoen euro.

Als we het dus hebben over de doelmatigheid, de efficiëntie en de wenselijkheid van de resultaten van de zesde staatshervorming, dan trekt u samen met ons ongetwijfeld de enige juiste conclusies. De zesde staatshervorming heeft alvast niets veranderd aan de onrechtvaardige middelenstroom van Vlaanderen naar Wallonië, integendeel. Voorspellingen dat de transfers komende jaren onder premier Michel licht zullen dalen, zijn te verklaren op basis van een prognose van dalende staatsschuld en dalende uitgaven. Als het werkelijk zo zal zijn dat België komende jaren geen extra schulden zal maken - enig scepticisme zou gewettigd kunnen zijn -, dan zullen de transfers enkel licht dalen omdat Vlaanderen bijna altijd alleen de federale intrestlasten mag torsen; Wallonië boekt immers regelmatig tekorten. Er wordt dus structureel niets gewijzigd aan de transferstructuur en het mogelijks licht dalen van de transfers in de toekomst is louter en alleen te wijten aan de fiscaal-economische besparingsplannen van Michel I. Ondertussen betaalt Vlaanderen met de glim- - of is het grim-? - lach voor de bestendiging van de geldstromen. De grootste bijdrage van de besparingspolitiek van Michel en de zijnen wordt immers door de Vlamingen gedragen.

“Vlaamse politici vertrekken steevast van het beginsel dat België niet mag barsten. België zal nog lang niet barsten. Het barst op de dag dat de Franstaligen één eurocent betalen aan de Vlamingen.” Professor Juul Hannes (1938-2012).

De reden dat de transfers niet dalen met de zesde staatshervorming is voor de hand liggend. Wie raakt aan de transfers raakt aan de bestaansreden van België. 

Terug naar overzicht