In de kijker

Kalender

Grondvest

Vlaanderen verarmt
4-5-2015
VVB

De transferproblematiek onder de scalpel

Sinds enkele maanden brengt de Vlaamse Volksbeweging de miljardentransfers van Vlaanderen naar Wallonië volop onder de aandacht. Onze inzet valt niet op een koude steen: onlangs beloofde minister-president Geert Bourgeois naar aanleiding van een parlementaire vraag van Stefaan Sintobin (VB) een openbaar onderzoek naar de transfers. Zoals vermeld zijn we blij met deze stap vooruit, we zullen evenwel druk blijven uitoefenen zodat het hier niet bij blijft. In het bestek van deze vernieuwde dynamiek wil ook de Vlaamse Volksbeweging haar middelen inzetten om voor iedereen helderheid in transferproblematiek te scheppen.

Transfers, wat zijn dat in feite?

Transfers - niet te verwarren met het veranderen van voetbalclub - zijn de verschillende kanalen waarlangs er belastinggeld vloeit van het ene landsdeel naar het de andere, in casu: Vlaanderen en Wallonië.

Maar wij kregen toch ook transfers?

De omslag (na WOII en in de jaren ’60 nog sneller) van onze economie naar de diensten –en logistieke sector, maakte Vlaanderen het rijkste gedeelte van België. Tot dan was industrie de voornaamste bron van economische activiteit. En zware industrie was voornamelijk terug te vinden in Wallonië. Tijdens de tweede industriële revolutie in de tweede helft van de 19e eeuw deed de Waalse economie het zo goed op haar eentje dat België de vierde economische macht in de wereld werd. In Vlaanderen was er sprake van structurele armoede. Men sprak van arm Vlaanderen.

In tegenstelling tot een populaire mythe was het niet zo dat Wallonië publieke middelen afstond aan Vlaanderen. Wijlen professor Jules Hannes bewees dit. Omwille van het verouderde belastingstelsel dat nog sterk op grond gefocust was (Vlaanderen had veel meer landbouw dan industrie) moest Vlaanderen meer afdragen en kon Wallonië meer bekomen (meer economische activiteit dus meer spoorwegen, banen, maar ook grotere pensioenen, meer scholen…). Wie hierover meer wilt weten kan dit historisch tijdsdocument raadplegen. Kwam daar nog eens bij dat sociale mobiliteit voor de Vlaming bijna onmogelijk was omwille van de Franstalige hegemonie in overheid en industrie.

Hoe zit dat dan nu met die transfers?

Vandaag is de tijd van geblokkeerde sociale mobiliteit gelukkig ver achter ons. Maar het Belgisch wanbeheer van publieke middelen gaat lustig voort. De transfers, op basis van recente studies van Vives, zijn circa een jaarlijkse som van 12 miljard euro. Dat is 1.850 euro per Vlaming per jaar of grofweg een miljard meer dan wat Vlaanderen uitgeeft aan onderwijs.


Het is niet zo eenvoudig om het totale bedrag precies te meten net omdat het ondoorzichtig is van samenstelling. In samenstelling zijn er vier grote posten waar Vlaanderen meer tot moet bijdragen maar minder voor ontvangt.


  1. Federale uitgaven (zonder sociale zekerheid en intrestlasten): delen van het welzijnsbeleid, ambtenarenweddes en dergelijke meer. 
  2. Bijzondere Financieringswet. De gelden die de gewesten ontvangen van de federale staat zoals dotaties uit personenbelastingen, BTW-dotaties en dergelijke meer.
  3. Sociale zekerheid. Dit zijn uitgavenposten zoals het gekende stempelgeld, maar ook kinderbijslag enzoverder.
  4. De intrestlasten op de staatsschuld. Doordat de Belgische staat heel wat schulden heeft (meer dan 100% van het BBP) moet men daar ook heel wat intrestlasten op betalen. Meestal is het zo dat wanneer Vlaanderen een primair budgetoverschot boekt (het budget voor de intrestlasten), Wallonië en het Brussels Hoofdstedelijk gewest er geen boeken, hetgeen ervoor zorgt dat Vlaanderen helemaal alleen de miljardenschulden mag betalen.

 

De komende weken zal je van ons bijdrages mogen verwachten waarin we telkens één van deze takken onder de loep zullen nemen en de bladeren ervan zullen ontrafelen. Dus graag tot volgende week!

Terug naar overzicht