In de kijker

Kalender

Grondvest

Paul Cordy: 'Wij zingen Vlaanderen vrij'
27-1-2015
Antwerps districtsschepen Paul Cordy is regisseur van het zangfeest dat op zondag 8 maart weer plaatsvindt in de Lotto-Arena.  Hij schreef in 2012 ‘Wij zingen Vlaanderen vrij’ over 75 jaar Vlaams Nationaal Zangfeest. De titel van zijn boek is dit jaar het motto van het 78ste Zangfeest. 

U bent regisseur van het Zangfeest, wat houdt dat werk in?
De regisseur moet er voor zorgen dat het artistieke luik van het zangfeest vorm krijgt en moet de uitvoering daarvan in goede banen leiden. Het programma van het zangfeest wordt samengesteld door een commissie waar naast de medewerkers en enkele bestuursleden van het ANZ ook de dirigenten, de tekstschrijver en de choreograaf deel van uitmaken. Die commissie kiest de liederen, bepaalt wie er optreedt, contacteert artiesten, beoordeelt de teksten... De regisseur leidt die vergaderingen en zorgt er voor dat alle elementen in een coherent programma worden gegoten. Alleen met de toespraak houdt de regiecommissie zich niet bezig, dat is de taak van de raad van bestuur van het ANZ. Eens het programma gemaakt werkt de regisseur dat uit in een draaiboek, en op basis daarvan worden alle verschillende puzzelstukjes in elkaar gepast. Op de dag van het zangfeest zelf moet de regisseur samen met een paar medewerkers dan het geheel - koor, orkest, dirigenten, artiesten, licht en geluid, muziekkapellen, dansers - in goede banen leiden: zorgen dat iedereen op tijd klaarstaat, dat de technici op de juiste knopjes duwen, dat het zangfeest geen seconde stilstaat. Zenuwslopend, maar als de voorbereidingen goed verlopen, dan valt het de dag zelf voor de regisseur wel mee. We zijn daar met de hele regiecommissie eigenlijk al gauw een jaar mee bezig, zodra het zangfeest afgelopen is trekken wij eigenlijk al de voorbereidingen voor het volgende zangfeest in gang.

Het motto is dit jaar "Wij zingen Vlaanderen vrij". Een duidelijke oproep aan alle Vlamingen?
Ja, ik denk dat onze lijn al een aantal jaren duidelijk is. Wij pleiten al een aantal jaren ondubbelzinnig voor een onafhankelijk Vlaanderen. Je kan daarbij van mening verschillen over de te volgen strategie en over hoe dat Vlaanderen er dan eventueel moet uitzien, over de vraag of en hoe een onafhankelijk Vlaanderen zich in andere verbanden moet engageren, maar die onafhankelijkheid is voor ons zeker een doel op zich. Ook het Vlaamse volk heeft recht op een eigen staat en heeft het recht om vertrekkend vanuit die onafhankelijke positie over zijn toekomst te beschikken. Wij roepen dus inderdaad alle Vlamingen ongeacht hun overtuigingen of politieke voorkeuren op om hieraan mee te werken. En dat we dit al zingend doen: de Vlaamse Beweging is ontstaan als cultuurbeweging. Zonder ons cultureel zelfbewustzijn was er ook nooit een Vlaamse natie geweest. Men kan ongetwijfeld nog naar andere motieven - economische, sociale - verwijzen om een onafhankelijk Vlaanderen te bepleiten. Dat zijn strategische overwegingen en dat is uiteraard voor de Vlamingen ook zeer belangrijk. Maar de kern van onze natie, dat is uiteindelijk toch onze cultuur. Mochten onze negentiende eeuwse dichters, schrijvers, intellectuelen, kunstenaars en componisten niet voor de bewustwording hebben gezorgd dat de Vlamingen een natie zijn, mochten zij die eigen cultuur geen gestalte hebben gegeven, er was van de Vlamingen al lang geen sprake meer. Dat is trouwens één van de mirakels uit onze geschiedenis. Op het moment dat die eerste flaminganten de grondslag hebben gelegd voor de Vlaamse Beweging en bij uitbreiding de Vlaamse natie, probeerde de Belgische staat met alle middelen waar ze over beschikte een Belgische natie op te bouwen. Meer dan honderd jaar later stellen we vast dat dat Belgische project compleet mislukt is en dat Vlaanderen op alle gebied tot een zelfstandige natie is uitgegroeid. Als er iemand zich vragen stelt over de kunstmatigheid van het Vlaamse natieproject, dan moet hij dat maar eens vergelijken met het Belgische project dat dan duidelijk op weinig realiteit gebaseerd was. Vertrekkend uit een absolute achterstelling op alle gebied zijn de Vlamingen tot de huidige zelfbewuste natie uitgegroeid. Alleen de sluitsteen van het gebouw, de eigen staat, die hebben we nog niet in handen. Ons zangfeest doet dus iets dubbel: we kijken in blije verwondering terug, maar evengoed vooruit naar wat we nog zullen bereiken.

Wat mogen we op het 78ste Vlaams Nationaal Zangfeest (VNZ) verwachten?
Vooral veel samenzang, want daarvoor komen de mensen uiteindelijk naar een zangfeest. We zingen een mix van klassieke liederen en modernere liederen, waaronder er een paar zijn die voor de eerste keer op het zangfeest worden gebracht. We openen dit jaar met een speciaal voor het zangfeest gecomponeerde ouverture, gebaseerd op Benoits Lied der Vlamingen. Verder brengen we de klassieke mix van optredens, muziekkapellen en dansgroepen. We maken ook weer werk van een stukje programma gericht op de kinderen, deze keer in een nieuwe formule, de kinderen krijgen een heus kinderzangfeest in het eigenlijke programma. We brengen ook een mooie hulde aan de recent overleden componist-dirigent Lode Dieltiens die jarenlang enthousiast aan het zangfeest heeft meegewerkt. En we staan ook stil bij een historische gebeurtenis van 200 jaar geleden, de stichting van het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden. We gaan onder meer het toenmalige volkslied zingen. In ieder geval een programma om naar uit te kijken.  
  
Hoe houdt het Algemeen Nederlands Zangverbond (ANZ) het Zangfeest aantrekkelijk?
Da's de jaarlijkse opgave natuurlijk. Ons beperkt budget maakt het daarbij niet gemakkelijk, want we kunnen niet zomaar iedere artiest vragen of alles doen wat we zouden willen doen. We moeten daarbij telkens ook goed de balans tussen vernieuwen en traditie bewaren. Niet blijven stilstaan, steeds nieuwe dingen brengen en durven brengen, maar dat wil niet zeggen dat alles telkens radicaal moet omdenken en omgooien. De Vlaamse liedbeweging heeft een zeer mooie en zeer lange traditie, en die traditie moet ook steeds zijn plaats blijven behouden op het zangfeest. Nog belangrijker dan de afzonderlijke programmaelementen is misschien wat we er mee doen. Het zangfeest moet er staan, het moet mensen begeesteren, mag geen seconde vervelen, moet sfeer hebben, moet vooral ook mensen doen zingen. Als mensen 's avonds vertrekken met het idee "'t was schitterend en daarom wil ik nog meer zingen", dan is ons zangfeest geslaagd. 
 
Sommige mensen hebben een verkeerd beeld van het Zangfeest, hoe kunnen we hen overtuigen?
De enige manier om een verkeerd beeld bij te stellen is de oogkleppen af te zetten en het zangfeest effectief bij te wonen. Wij hebben inderdaad voor een aantal mensen een vreemde reputatie, en wie daar gemakshalve aan wil vasthouden zal je wellicht niet of nooit overtuigen. Maar als mensen twijfelen, kan ik eigenlijk alleen maar zeggen: kom zelf eens kijken. Ik had onlangs een gesprek met een Italiaanse student die een doctoraat maakt over het muziekleven in Vlaanderen. Hij had de twee vorige edities van het zangfeest mee te maken en was daar - ik zou haast zeggen uiteraard - totaal onvoorbereid naartoe gegaan. Wel, ik heb nog nooit iemand zo'n correct beeld van het zangfeest weten schetsen. Zijn zicht was niet vertroebeld door de clichés van "alleen maar vendelzwaaiers en jeugdbewegers met botinnen". Hij snapte ook exact hoe ons programma in elkaar zat, wat ik toch een complement voor de regiecommissie vond. Maar vooral, zelfs zonder vertrouwd te zijn met onze liederen, en dus zonder zelf te kunnen meezingen, had hij naar eigen zeggen twee keer een heel mooie namiddag beleefd. Laat mensen dus gewoon komen en laat ze mee zingen en genieten van het programma. Ik ben er van overtuigd dat het zangfeest sterk genoeg is om ook die twijfelaar st eovertuigen.

U schreef in 2012 het boek ‘Wij zingen Vlaanderen vrij’ over 75 jaar Vlaams Nationaal Zangfeest. Wat zijn de belangrijke veranderingen in deze meer dan 75 jaar?
Er is tussen 1933 en nu veel veranderd en geëvolueerd natuurlijk. Laat ons zeggen dat we tegenwoordig toch wel meer een spektakel proberen op te bouwen dan dat dit in de eerste jaren het geval was. De technische middelen laten dat tegenwoordig natuurlijk ook toe. Sterke muziekinstallaties, belichting, videoprojectie, daar konden ze in 1933 natuurlijk niet eens van dromen. We hebben ook de muziekkeuze opengetrokken. Daar waar vroeger uitsluitend kunst- en strijdliederen en af en toe eens een volkslied werd gezongen, is het repertoire nu toch veel ruimer. Modernere liedgenres brengen, dat was tot diep in de jaren zestig taboe - één van de eerste keren heeft dat zelfs nog geleid tot een heuse dirigentenstaking. Momenteel denk ik dat ons publiek voor veel meer zaken openstaat. Wat natuurlijk ook veranderd is, is de maatschappelijke context waarbinnen we leven, met als gevolg ook de behoefte aan en aandacht voor zoiets als een zangfeest - maar eigenlijk evengoed voor alle grotere geëngageerde manifestaties. Tot in de jaren negentig trokken we nog een tienduizend bezoekers, dat halen we nu niet meer natuurlijk, maar welke grote manifestatie - als ze nog bestaan - haalt vandaag nog grote aantallen deelnemers? Overigens, het grootste zangfeest ooit, in 1939 in Brugge, telde naar schatting 40.000 deelnemers. Maar de nood aan een brede en strijdende Vlaamse Beweging werd toen ook veel meer aangevoeld dan vandaag - we hadden ook toen ook nog een veel langere weg af te leggen. Moeten we weemoedig terug kijken op die tijd? We moeten vooral een zangfeest blijven maken dat voor de vele duizenden die toch nog ieder jaar komen aantrekkelijk maar ook relevant is.  
 
78ste Vlaams-Nationaal Zangfeest

zondag 8 maart om 14u30 in de Antwerpse Lotto Arena
meer info:
www.zangfeest.org
info@anz.be
03/237.93.92

Terug naar overzicht