In de kijker

Grondvest

Beter as die plaaslewe kry jy nie. Of toch? - JeV
15-11-2017
Veel Vlamingen zijn opgegroeid met wat kruimels kennis over het Afrikaner broedervolk in de wijde natuurpracht van de Kaapkolonie. Het opnemen voor de nazaten van deze kolonisten is controversieel. Steeds opnieuw moet worden beklemtoond dat de Afrikaners niet in Zuid-Afrika blijven omdat ze hopen vroeg of laat het apartheidsregime opnieuw te installeren, maar omdat ze door hun generatielange aanwezigheid vergroeid zijn met de cultuur en de geschiedenis van de ‘regenboognatie’. Maar krijgen ze wel een eerlijke kans op die integratie in het land dat ze ooit zelf hebben opgebouwd? Ward Dewitte zoekt het voor ons uit.

Black Monday

Eind oktober verloor Chris Loubser zijn vriend Joubert Conradie bij een plaasaanval (“plaas” is Afrikaans voor boerderij). De week daarop riep hij in een zelfgemaakte video op om ter ere van de vele slachtoffers van de plaasmoorde een minuut stilte te houden en zich in zwart te kleden. Het eerbetoon werd georganiseerd onder de noemer “Black Monday”, met ondersteuning van burgerrechtenorganisatie Afriforum, dat de Afrikaner-cultuur promoot en beschermt. Duizenden militanten maakten van de gelegenheid gebruik om vreedzaam te protesteren tegen de vele moorden op Afrikaner-boeren. Ze deden dit door verschillende autosnelwegen van de grote steden richting landbouwgebieden met trucks en tractors te blokkeren. “Genoeg is genoeg” klonk het.  

Kill the boer

Voorgaand gebeuren was in geen geval een geïsoleerd incident. Ook de moord op Peet van Es - een Nederlandse expat - deed heel wat stof oplaaien begin dit jaar. Behalve bij de Zuid-Afrikaanse regering. Daar is alles koek en ei. Of toch niet: minister van kunst en cultuur Nathi Mthethwa veroordeelde ten strengste “the racism on display at the #BlackMonday protest with the brandishing of the apartheid flag” op Twitter. Zo waren er inderdaad enkele gespot. Maar geen woord over de moorden; dat was dan weer een pak minder belangrijk dan een paar foute vlaggen.  

De partij van Mthethwa, het regerende ANC (African National Congress), vindt het geweld blijkbaar niet alleen niet erg, maar moedigt het ook aan door het zingen van zogenaamde “struggle”-liedjes. Deze werden in het verleden gezongen door Nelson Mandela en de zijnen in de context van de strijd tegen apartheid, maar werden opnieuw opgerakeld door jongerenvoorzitter Julius Malema op een bijeenkomst van de ANC Youth League in 2010. “These songs cannot be regarded as hate speech or unconstitutional” liet ANC secretaris-generaal Gwede Mantashe weten over een lied waar “shoot the boer” in voorkomt. Toch werd Malema in 2011 door een rechter van het Hoge Gerechtshof veroordeeld. Een jaar nadien was het opnieuw prijs. Toen was het de beurt aan niemand minder dan president Zuma om de menigte op te hitsen met hetzelfde lied. Maar wanneer de Afrikaner zanger Bok van Blerk in 2007 dan weer een folk-nummer maakte over generaal Koos de la Rey - een spilfiguur in de Tweede Boerenoorlog tegen de Britten - was het kot te klein. Het zou zelfs hebben aangezet tot “gewapend verzet”, volgens ex-minister Pallo Jordan (ANC). Deze hypocrisie en hantering van dubbele standaarden is overigens alomtegenwoordig in Zuid-Afrika.  

Hooggeplaatste ANC-beambten blijven tenslotte naar blanken refereren als “settlers” (kolonisten), waarmee ze de huidige generaties blanke Zuid-Afrikanen - die niets met het voormalige systeem van apartheid hebben te maken - pogen op te zadelen met een schuldgevoel over het “oude Zuid-Afrika”.   

Nylstroom of Modimolle?

In het “nieuwe Zuid-Afrika” daarentegen wordt er alles aan gedaan om de culturele erfenis van de Afrikaners te wissen uit de publieke sfeer. Om het met de woorden van Thabo Mbeki te zeggen, toen hij Nelson Mandela in 1999 opvolgde als president van Zuid-Afrika: "Tot nu toe werd het overheidsbeleid gekenmerkt door verzoening. Maar voortaan leggen wij ons toe op transformatie".   Dit gebeurt o.a. door de marginalisering van het Afrikaans als taal. Zo worden wegen, steden, streken en luchthavens veranderd van naam. In dat kader stichtte Mbeki de Zuid-Afrikaanse Raad voor Geografische Namen. Deze commissie wordt benoemd door de overheid - wat wil zeggen dat er heel wat ANC’ers zetelen - en heeft als taak voorstellen van buitenaf te beoordelen. Op die manier werden bijvoorbeeld Pietersburg Polokwane, Warmbad Bela-Bela en Nylstroom Modimolle. Als kers op de taart kost dit allemaal handenvol geld. Het gemeentebestuur van Pretoria gaf 1,5 miljard rand (ongeveer 184 miljoen euro) uit om haar naam te veranderen in Tshwane.

Ook in instellingen van het onderwijs wordt het Afrikaans geviseerd, in dit geval vaak ten voordele van het Engels. Veel van deze klassieke liberale instellingen worden ontvlucht door blanke studenten.  Eind oktober verwierp het Hooggerechtshof in Kaapstad de klacht van een drukkingsgroep die de verengelsingspolitiek van de universiteit van Stellenbosch aanvocht. In 1995 was amper 20 procent van de studenten Engelstalig (en 74 procent Afrikaanstalig). In 2012 was dit 37 procent, en in 2016 waren ze al in de meerderheid (’t Pallieterke, 09/11/2017). Op de universiteiten van Vrijstaat en Pretoria is de situatie van het Afrikaans nog precairder. De toekomstige Zuid-Afrikaanse intellectuele elite zal dus minder kans krijgen op een Afrikaanstalige opleiding.

Een politiek van “Reverse Apartheid”

Tenslotte wordt niet alleen de taal van de Afrikaners bedreigd op universiteiten, maar ook zijzelf. Er zijn tal van gevallen geregistreerd waarbij Afrikaanse studenten of sprekers werden geïntimideerd. De invoering van rassenquota - waarbij blanken met dezelfde kwalificaties minder kans maken op studiebeurzen en inschrijvingen dan zwarten - hebben nog niet aangeslagen, hetgeen veel zwarten frustreert. Daarnaast werden al heel wat “blanke symbolen” vernietigd en wordt een “eurocentrische” wetenschappelijke methode in vraag gesteld, t.v.v. voor meer inheems-Afrikaanse kennisvergaring (Bv. de ervaringen van sjamanen e.d.). Allemaal goed en wel voor zwarte studenten; maar ook Afrikaners moeten kansen krijgen en vrij zijn om hun cultuur te beleven.

De ANC-regering voert sinds geruime tijd ook op de arbeidsmarkt een beleid van positieve discriminatie t.o.v. zwarten; de zogenaamde Black Economic Empowerment (BEE). Een werkgever dient voor elke 8 zwarte werknemers 2 kleurlingen, 2 blanken en 1 Indiër in dienst nemen. Zuid-Afrika is het enige land in de wereld dat affirmatieve acties implementeert in het voordeel van de demografische meerderheid, in plaats van de minderheid. In zekere zin is dit een begrijpelijk fenomeen; zevenentwintig jaar na de afschaffing van de apartheid hebben de Afrikaners (nochtans een etnische minderheid) nog steeds een groot deel van de economie in handen.

De BBE is “aimed at redressing the imbalances of the past by seeking to substantially and equitably transfer and confer the ownership, management and control of South Africa’s financial and economic resources to the majority of its citizens” (BEE Commission Report, pg. 2). Het komt er dus niet op neer dat er een inspanning zal worden gedaan om arme mensen rijker te maken, maar eerder om rijke mensen armer te maken, in de hoop dat armen (vooral zwarten) erop vooruit zullen gaan. Daarnaast probeert de regering ook grond te “herverdelen” via een onteigeningswet, de zogeheten Expropriation Bill, waardoor de overheid het land van blanke boeren zonder instemming kan opkopen. Zuma wil hierin nog een stap verder gaan en wetswijzigingen doorvoeren om landonteigening zonder compensatie mogelijk te maken.

Overal moeten Afrikaners het dus ontgelden. Maar toch is ANC er niet in geslaagd om de onrealistische belofte om de sociaaleconomische ongelijkheid in te lossen, en de gevreesde afwaardering van de economie naar een “rommelstatus” af te wenden. De munt is niets waard en de werkloosheidsgraad torenhoog. Toch kan het ANC het zich simpelweg niet permitteren om te falen, thans politicoloog R.W. Johnson. Gezichtsverlies voor het ANC zou namelijk gezichtsverlies betekenen voor het “nieuwe” (post-Apartheid) Zuid-Afrika: het van de blanken bevrijde regenboogland waar de wereld zoveel van had verwacht. Volgens de Nederlandse journalist Joost Niemöller legt het ANC daarom de schuld bij de Afrikaners, die er verhoudingsgewijs nog steeds comfortabeler bij zitten dan zwarten, en bovendien in het verleden werden bevoordeeld door het apartheidsregime. Tenslotte werd apartheid door de blanken gesteund, dus ongeacht of een blanke voor of na de apartheid geboren was: hij heeft blijkbaar iets goed te maken, aldus Niemöller op zijn webstek (12/04/2017).  

 

Plaasmoorde; roofoverval of genocide?

De plaasmoorde is misschien wel het fenomeen waar de agressie tegenover de Afrikaner-bevolking het meest expliciet tot uiting komt. Het plattelandsleven is een essentieel kenmerk van de Afrikaner bevolking. De Zuid-Afrikaanse politie noteerde dat er tussen 1994 en 2007 1.437 Boeren vermoord werden. Nadien werden geen officiële statistieken meer vrijgegeven, waardoor mensenrechtenorganisaties moeten voortgaan op de cijfers van de boerenvakbond Transvaal Landbou-Unie. De aanvallen worden gekenmerkt door extreme brutaliteit, verkrachting en urenlange foltering.

Volgens de cijfers van het United Nations Office on Drugs and Crime (UNDOC) heeft Zuid-Afrika het negende hoogste moordcijfer ter wereld: jaarlijks worden er per 100.000 inwoners gemiddeld 33 mensen vermoord. Volgens AfriForum gaan de moordcijfers bij blanke Boeren echter door het dak. De mensenrechtenorganisatie heeft het over een ratio van 132 doden per 100.000 Boeren. “A farmer has 4.5 times more chance of being murdered in South Africa, than an average South African” aldus Ian Cameron, woordvoerder van AfriForum. Dat wil dus zeggen dat een boer drie keer meer kans heeft om vermoord te worden dan een politie-agent. De fact-checking website Africa Check betwijfelt dit echter en stelde in 2013 dat blanken in Zuid-Afrika minder kans hebben om vermoord te worden dan eender andere etnische groep.

AfriForum zegt dat het een internationale dag van protest against plant tegen de farm murders. Deze zal doorgaan op 25 november, gevolgd door een protestmars waarbij een memorandum zal worden overhandigd aan president Zuma.

Rhodesië als bloederig precedent

Het ziet ernaar uit dat de Zuid-Afrikaanse boerenbevolking - helaas - hetzelfde pad van demografische neergang en onderdrukking opgaat als de Afrikaners in het noordelijkere Zimbabwe. Onder het beleid van Robert Mugabe (die sinds 1980 aan de macht is) werden duizenden boeren op een gewelddadige manier verplicht om hun land op te geven - en zelfs het land te verlaten. Het land dat ooit de “broodmand van de regio” werd genoemd, maakte sinds de landoccupaties een verlies van maar liefst 12 miljard dollar aan landbouwproductie. Het moest ook beroep doen op import van buurlanden en voedselverdelingen om haar bevolking te blijven voedden.   

De blanke populatie van Zimbabwe kende zijn hoogtepunt in 1975, met een populatie van ongeveer 296 000, wat goed was voor ongeveer 8 procent van de totale bevolking. Sindsdien gaat het aantal Afrikaners er zienderogen op achteruit. Vierentwintig jaar later, in 1999, zou dit namelijk krimpen tot slechts 120 000 personen, en tegen 2002 nog 50 000. Volgens een volkstelling in 2012 bleven er nog 28 732 over. Duizenden vluchtten naar andere landen in de regio waaronder Zuid-Afrika en Zambia.

Toekomstperspectieven

In zijn boek 'Afrikaners: Een volk op drift', dat gepubliceerd werd in 2012, bespreekt journalist en schrijver Fred De Vries het Afrikaner volk. Daarin legt hij uit dat de Afrikaner identiteit is gebaseerd op drie pijlers: de geschiedenis van de Voortrekkers (die tijdens de “Grote Trek” emigreerden uit de door de Britten geannexeerde Kaapkolonie richting het binnenland, om hier hun eigen onafhankelijke Boerenstaten te stichten), de taal en de grond. Graag had ik hier nog een vierde fundament aan toegevoegd: de bevolking. De toekomstperspectieven van de Afrikaners zijn dus in sterke mate verbonden met de mate waarin deze vier pilaren in de toekomst overeind zullen blijven.

Op basis van de gegevens die we hebben ziet de toekomst er echter niet rooskleurig uit. De geschiedenis van de voorvaderen wordt langzaamaan uitgewist. Hoewel wijdverspreid, verliest de taal haar plaats in de samenleving. De grond dreigt stuk voor stuk in beslag genomen te worden. En tenslotte neemt het aantal Afrikaners in Zuid-Afrika zienderogen af. Het is de opdracht van deze generatie Afrikaners om het opnieuw op te nemen voor hun identiteit, en hun plaats op te eisen in het nieuwe Zuid-Afrika, waar ook zij een onlosmakelijk deel van uitmaken.

 

Staan vas Suid-Afrika. Ons vir jou!

 

~ Ward Dewitte, Bestuurslid Jong & Vlaams 

Terug naar overzicht