In de kijker

Grondvest

BREXIT: Schotland kan wel wat counseling gebruiken
22-6-2016
Er roert zich wat in het denken over naties, het staatsvormende proces en de EU. De referenda in CataloniŽ en Schotland van de afgelopen jaren hebben heel wat in beweging gezet. Vooral de reactie van de Europese Unie op een uitstap van regioís met heel wat pijlen op hun boog deed bij vele regionalisten en nationalisten de ogen opengaan.
 

Er roert zich wat in het denken over naties, het staatsvormende proces en de EU. De referenda in Catalonië en Schotland van de afgelopen jaren hebben heel wat in beweging gezet. Vooral de reactie van de Europese Unie op een uitstap van regio’s met heel wat pijlen op hun boog deed bij vele regionalisten en nationalisten de ogen opengaan. Landsdelen of zelfs heuse deelstaten kunnen veel in hun mars hebben omdat ze economisch goed boeren of omdat ze kunnen bogen op een sterke sociaalhistorische en culturele identiteit. Wat tot nadenken stemt, is dat goede economische prestaties en een sterke nationale identiteit meer wél dan níet samen voorkomen.

 

De EU kant zich tégen het uit elkaar vallen van gevestigde staten. Dat is nog veel meer zo indien het ‘eigen’ lidstaten betreft. Veel meer nog dan met een - voor de façade - politiek correcte ontkenning van het zelfbeschikkingsrecht van naties (behalve indien het gaat over voormalige kolonies), lijkt dit te maken te hebben met geopolitieke berekening. Niettemin ligt het geopolitieke risico van de ontbinding van uitgewoonde veelvolkerenstaten vooral in de cesuur, in de breuk met de oude orde die kan leiden tot een moment van onevenwicht, tot een verbreken van het status-quo. Een ordelijke opdeling (Gerolf Annemans stelde daarover vandaag zijn sequel voor) kan garanties bieden dat evenwichten niet aan het schuiven gaan of dat ze zich in elk geval snel herstellen. De internationale fall-out moet binnen de perken blijven. Vanzelfsprekend zou het een uitdaging zijn voor de EU indien een voorname lidstaat, zoals het Verenigd Koninkrijk, ten gevolge van een referendum niet meer geheel lid zou zijn van de Unie.

 

Brexit: the proof of the pudding…

 

De kwestie van de Brexit, waarover morgen de Britten zich in een volksraadpleging kunnen uitspreken, stelt het debat op scherp. Meestal wordt het voorgesteld alsof de Schotten zich buiten de EU zouden hebben geplaatst indien ze in het referendum uit 2014 zouden hebben gekozen voor onafhankelijkheid. Er is een hele discussie aan de gang of dit wel kan omdat, sinds het Verdrag van Lissabon (2009), er minstens zoiets zou bestaan als een impliciet EU-burgerschap. Een onafhankelijk Schotland zou dus geen afbreuk kunnen doen aan de rechten van Schotse mannen en vrouwen. Het pad naar die Schotse republiek zou zich bij een uitstap van het VK uit de EU snel verder kunnen verbreden. De Schotten willen liever in de EU blijven en daartoe is onafhankelijkheid de pragmatische sleutel, ook voor wie zich geen Schotse nationalist voelt, maar als Tartan Tory de lijn-Cameron volgt. Wie het schoentje past, trekke het aan: “The proof of the pudding is in the eating.”

 

De echte uitdaging waarvoor de EU zich op langer termijn ziet gesteld, is niet de uitdaging van gebrek aan stabiliteit. ‘Never waste a good crisis’ vat het namelijk perfect samen. Een robbertje knokken met rebellen of inroeien tegen malaises en crisisatmosfeertjes behoort tot de reguliere EU-praktijk. Onder de druk van het loutere gewicht van de EU en van haar autonome bestuurslogica geraakt elk dissonant geluid na enkele weken, maanden of hoogstens een jaar of twee volkomen verpletterd. De EU walst over alles heen, want ‘meer EU’ is toch ‘een betere toekomst’? Een toekomst waar ‘meer’ eindelijk ook ‘beter’ is, voor wie is dat geen natte droom? Het spreekt voor miljoenen Europeanen enorm tot de verbeelding. Meer = beter: een illusie die in het dagelijkse leven van de ingezetenen van de oude lidstaten nooit uitkomt… de EU belooft ze waar te maken, op voorwaarde dat we meegaan in haar vlucht vooruit.

 

Welke waarden?

 

Rijden zonder om te zien doet ‘EU’ niet op ‘duurzaamheid’ rijmen. Daar zit brood in voor nationalisten: het koppelen van ‘meer met minder’ aan ‘beter’ via nieuwe natiestaten die de dienst zullen uitmaken in de EU. Ze zullen vooral ook ‘anders’ zijn, dat wil zeggen: hun financieel- en sociaaleconomische belangen in overeenstemming brengen met hun culturele en historische identiteit. Op die manier worden de Europese waarden, thans samengebracht in - onder andere - het Europees Handvest, voortaan rechtstreeks geïnspireerd door sterke nationale identiteiten. De identiteiten drukken zich uit via staten. Het is dan niet langer zo dat staten zich wat schijnheilig een identiteit aanmeten om zich te verzekeren van de loyaliteit van meerderheid van de bevolking.

 

Het is veeleer voor deze fundamentele omslag in wat bepalend is voor de waarden die ze uitdraagt dat de EU bevreesd is. Inderdaad: de Unie is, kort samengevat, begonnen als een vrijhandelszone, die nochtans steeds meer werk is gaan maken van een “altijd maar hechtere politieke unie”, in de woorden van EU-tenoren. Maar de waarden die de bovenbouw vormen, zijn gebaseerd op economische en mercantiele motieven. Denk maar aan het sacrosancte vrij verkeer, wat het als ‘waarde’ bijvoorbeeld moeilijk maakt om zich keurig maar ondubbelzinnig te verweren tegen actiegroepen die ‘no borders’ als parool hebben en de EU-buitengrenzen willen openzetten voor miljoenen havelozen. Een Catalaanse, Schotse en Vlaamse republiek die van hun identiteit niet alleen hun economisch, maar eveneens hun politiek handelsmerk maken: het zou een kentering zonder voorgaande betekenen. Het zou voor méér politieke eenheid in de EU zorgen dan nu voorhanden is, met méér soevereiniteit voor de lidstaten dan waar ze in de huidige samenwerking nog over beschikken. Een interessante paradox. In elk geval zou het een - goedaardige - mutatie zijn in het DNA van de Unie.

 

Nu, de EU tot in haar diepste vezels veranderen, zonder die Unie op te geven: dat is iets waar de gemiddelde Vlaams-nationalist wel oren naar heeft. In Schotland ligt dat anders. Schotland is in tegenstelling tot Vlaanderen en Catalonië geen echte economische sterkteregio. De Schotten hebben wel veel troeven, maar liggen perifeer in de EU en dat kleurt negatief af op hun economische prestaties. De doorstart naar een financiële en diensteneconomie, zoals de Ieren het voordeden, hebben de Schotten nooit echt gemaakt. De scheve relatie met Londen zit daar ongetwijfeld voor iets tussen.

 

‘Tartan-Tory’ loert opnieuw om de hoek

 

De vraag waarmee een aantal Schotten kampen, is of ze nu vóór of tégen de Brexit moeten stemmen. Stemmen vóór de Brexit is stemmen voor een hervorming van de EU, zo zijn er wel een aantal gaan denken. Het is veel meer een existentieel probleem voor de EU indien een grote lidstaat er vanonder muist dan wanneer een ‘inciviek’ deel zich afsplitst en slechts de discussie woedt of die nieuwe staat meteen lid van de EU-club kan zijn. Dus de impact op de EU van het einde van het VK-lidmaatschap is op korte en middellange termijn groter dan van Schotse onafhankelijkheid. Zoals gezegd, zal een Brexit ongetwijfeld een opmaat kunnen betekenen voor een nieuw referendum over Schotse onafhankelijkheid. Nochtans zadelt stemmen vóór de Brexit tal van progressieve SNP-leden die dit zouden overwegen opnieuw op met het aloude verwijt van Labour dat Schotse nationalisten, zelfs al zijn ze links, niet meer zouden zijn dan ‘Tartan-Tories’, dus conservatieven in Schotse kilt.

 

Moet je dan stemmen tégen de Brexit en het verschil met de lijn-Cameron binnen de Tories maken door méér EU-integratie te eisen? Zit de hervorming van de EU die nationalisten eisen in meer macht voor EU-Brussel en EU-Straatsburg en dus minder voor Londen, Madrid en federaal-Belgisch-Brussel? Komen daarmee Edinburg, Barcelona en Vlaams-Brussel beter uit de verf? Onze ICEC-strijdmakker Robin McAlpine (voorzitter van Common Weal kijkt langdurig in de spiegel in een lange maar eerlijke bijdrage over deze vragen in Perspectives Magazine).

 

Counseling voor Schotland

 

Heel veel vragen voor de Schotten dus, naar aanleiding van het Brexit-referendum van morgen. Het gras is dus niet altijd groener bij de Schotten en de Catalanen. In tegenstelling tot Schotten en Catalanen, kunnen de Vlamingen zich voorlopig minder verheugen in een nogal eenduidig voldoende groot draagvlak voor Vlaamse staatsvorming. De wens meer autonomie te verwerven is er wel en verdwijnt momenteel in de publieke opinie oppervlakkig uit beeld ten gevolge van de tricolore voetbalgekte. Wat echter vooral sterk is aan de Vlaamse positie, is dat wij ondertussen veel meer doordrongen zijn van de noodzaak de EU te hervormen viaVlaamse onafhankelijkheid. Het paard achter de wagen spannen door het idee uit te dragen dat het federale België wel zal verdampen tussen Vlaanderen enerzijds en de EU anderzijds, wordt zelden meer gehoord. De Fédération Wallonie-Bruxelles staat sinds enkele jaren immers in de startblokken om België voort te zetten en van links tot rechts is dat (gelukkig) geweten in Vlaanderen. Een Vlaamse republiek is nodig om via een hervormde Unie de Vlaamse belangen in de eenentwintigste eeuw verder te behartigen.

 

De Catalanen zijn met het Spaanse repressieapparaat wel wat gewoon, maar samen met de Schotten geloven ze in de maakbaarheid van een democratische revolutie voor zelfbeschikking. Van de genoemde volkeren, zijn het de Vlamingen die het beste iets weten en begrijpen van de dynamiek en de opportuniteit van een politieke crisis, waarbij je zelf aan de knoppen zit, met een hand aan de stekker (om hem desgevallend uit te trekken). We hebben België talloze malen gered. Politieke en - vooral - electorale berekening verhinderde tot op heden dat ze uit onderhandelingen met Franstalig België voorgoed de stekker trokken. Maar het moment komt onafwendbaar waarop het meer dan ooit zal kriebelen om het wél te doen. Toegegeven, inmiddels duurt het wachten voort. Maar de onzekerheid van de Schotten over hun toekomst is groter dan aan deze kant van de Noordzee vaak gedacht. In dat opzicht kan Vlaanderen Schotland wel wat advies bij levensvragen - ‘counseling’ - verstrekken.

Terug naar overzicht