In de kijker

Kalender

Grondvest

Wat niet weet, niet deert: ‘l’homme armé’ in Franstalig België
4-5-2016
In Wallonië kijkt men op een gans andere manier naar wapens dan wij in Vlaanderen denken...
 


Op een zinnetje na in Het Belang Van Limburg en de zakenkrant De Tijd rapporteerde de Vlaamse pers de afgelopen maanden helemaal niet over de plannen van de Europese Commissie om in alle lidstaten van de EU een min of meer uniform wapenbeleid op te leggen. Dit plan stond al lang op stapel, maar kwam in een stroomversnelling na de IS-aanslagen van 13 november 2015 in Parijs. Zoals te verwachten was, deed een felle oppositie van schutters en jagers het ambitieuze plan van de Commissie sneuvelen. Wapenbezitters maakten daarbij handig gebruik van de rechtse politieke wind die door Europa waait.

Vriend en vijand van privé-wapenbezit erkennen dat in het oorspronkelijke plan van de Commissie dringende en eerbare voorstellen te lezen staan. Zo bijvoorbeeld de piste om tot uniforme afspraken te komen over het onklaar maken van vuurwapens, zodat ze nooit nog een projectiel kunnen afvuren. Immers, in een aantal lidstaten was er een probleem met die ‘nooit’: geneutraliseerde vuurwapens waren door handige harry’s - of eerder: handige abdullah’s? - in korte tijd opnieuw schietklaar te maken, wat de handel in bedenkelijk onklaar gemaakte schietijzers danig bevorderde. Met alle veiligheidsrisico’s van dien.

Na de Parijse aanslagen flakkerde de steekvlampolitiek weer op en kwam het idee op tafel om alle geweren die lijken op automatische wapens maar meteen te verbieden. De lidstaten zouden de halfautomaten - want daarover ging het - moeten inzamelen en in de schadeloosstelling moeten voorzien van wie beschikte over een vergunning voor dat wapentype. Hiermee werd in rechte en in feite, maar - zo mogelijk nog belangrijker - in de perceptie van eerbare schutters, jagers en verzamelaars, een grens overschreden. Gelukkig zegevierde het gezond verstand in het Europees Parlement, dat de maatregel als onverstandig en onhaalbaar naar de prullenmand verwees. De nieuwe terreurdaden in Brussel en Zaventem van vorige maand blijken niet van die aard om dit fundamenteel in vraag te doen stellen.

Tot zover de actualiteit - waarover Vlaamse media dus nauwelijks rapporteren. In Franstalig België ligt dat helemaal anders. Bovendien is de teneur van de berichtgeving anders. De verdediging van de belangen van de wapenbezitters in dit land is een inspanning die voornamelijk Walen en Brusselaars leveren. In een vorig leven reisde Jacqueline Galant (MR) Franstalig België af om naar de verzuchtingen van schutters, jagers en verzamelaars te luisteren. Het recreatief gebruik van vuurwapens kent in de hoofdstad en over de taalgrens een ruimer draagvlak dan in Vlaanderen. Vanzelfsprekend zijn er af en toe PS- en cdH-geluiden die pleiten voor meer restricties op privaat wapenbezit. Maar zeker in de schoot van de PS is dat geen algemeen gedeeld standpunt. De strengere wapenwet van 2006 kwam er mee door toedoen van Laurette Onkelinx enkel maar omdat ze er de Vlamingen de duvel mee kon aandoen.

Immers: de dader van de racistisch geïnspireerde schietpartij in Antwerpen was Hans Van Themsche, die in verband met extreemrechts gedachtegoed kon worden gebracht. Een zoveelste illustratie dat de VMO (of wat daarvoor in Franstalige geesten moet doorgaan) in Vlaanderen nog altijd springlevend was, zo moest het lijken. Bovendien hing die wet dusdanig met haken en ogen aan elkaar, dat in de jaren erop het parlement verschillende keren reparatiewetgeving moest stemmen. Met als merkwaardig gevolg dat de wet in een aantal opzichten opnieuw soepeler werd, zelfs in vergelijking met de relatief lakse toestand van vóór 2006. Het leek wel of de Franstalige socialisten en liberalen op die uitholling hadden gerekend. Vooral in Vlaanderen treurden de tegenstanders van wapenbezit om de lacunes in de wet. Het was ook vooral bij ons dat schutters en jagers zich zorgen maakten over de rechtsonzekerheid waarvan de gerepareerde wet bleef getuigen.

Moraal van het verhaal: de Latijnse politieke cultuur zorgt ervoor dat wapenbezitters zich in Wallonië en Brussel veel minder uit hun lood laten slaan wanneer er weer eens een schietincident is met een wapengevaarlijke losbol, zoals Nordine Amrani in december 2011 te Luik. Ze hebben zich ook nooit verontrust gevoeld toen bleek dat Marc Dutroux, ondanks verscherpt politietoezicht en een stevig strafblad, probleemloos wapens in huis kon hebben. Strengere wetten of niet: gewapend zijn om zich tegen echte of vermeende vijanden te verdedigen, behoort nu eenmaal tot de Waalse en Brusselse politieke en sociaalhistorische geplogenheden. Vlaams principieel pacificisme of gezagsgetrouwheid aan de kleine lettertjes van federale wapenwetten vermag daar niets aan te veranderen. ‘De gewapende man’ - ‘l’homme armé’ - is in Franstalig België heel wat méér dan een middeleeuws begrip.

Terug naar overzicht