In de kijker

Kalender

Grondvest

"BelgiŽ is geen echt (federaal) land."
17-5-2016
 

Al een tijdje geleden stelde Liesbet Sommen (CD&V) ons een aantal vragen via Knack.be. We schreven een kort antwoord op Knack, maar beloofden ook op onze webstek meer uitgebreid te antwoorden op haar vragen. Vandaag het antwoord op haar tweede vraag:

"Is de VVB voorstander van de splitsing van België, of zullen meer bevoegdheden voor Vlaanderen volstaan?"

Professor Bruno De Wever, broer van, legde in De Standaard uit dat de Vlaamse Beweging niet als geheel achter een Vlaamse onafhankelijkheid staat. Hij noemt de aanhangers van de beweging 'Vlaamse patriotten', net omdat de term flamingant tegenwoordig een bijklank heeft gekregen als voorstander van de splitsing van België.

De VVB kan helder zijn in deze: wij zijn complexloos voorstander van de onafhankelijkheid van Vlaanderen. Willen wij dan niet meer bevoegdheden? Zijn wij dan dogmatici die enkel geloven in Vlaamse onafhankelijkheid? Wel neen. Wij geloven vooral niet in Belgische sprookjes.

Het probleem in België is namelijk hoe die '(meer) bevoegdheden' steeds worden vastgelegd. In tegenstelling tot wat er beweerd wordt, is België geen echt federaal land. Het heeft ernstige tekortkomingen wat betreft de kenmerken die een federatie zou moeten hebben. De eigenschappen waardoor gezonde federaties werken in het buitenland worden niet, of slecht, ingevuld in België. We gaan er graag op in.

  • De deelstaten nemen als zodanig deel aan het wetgevend werk van de unie. 

    Dit is niet het geval in België. Men heeft getracht de Senaat te hervormen tot een wetgever op federaal niveau die de deelstaten vertegenwoordigt, maar heeft tegelijk de bevoegdheden van die Senaat gestript tot louter bevoegdheidsverdeling, staatshervormingen en het Koningshuis. Op het bulk van de wetgeving van de unie hebben de deelstaten dus geen impact. De Senaat beschikt dan wel nog over haar evocatierecht (
    de mogelijkheid om zich uit te spreken over wetsontwerpen en wetsvoorstellen die werden aangenomen door de Kamer), maar de evocatiedrempel is vandaag veel strenger: waar vroeger een evocatieverzoek van 15 senatoren volstond, is er in de huidige situatie een meerderheid (31) nodig en daarnaast moet deze meerderheid minstens een derde van de leden van elke taalgroep bevatten. De Senaat heeft ook geen termijn meer van 60 dagen om ontwerpen te amenderen. Door de moeilijke voorwaarden is de huidige evocatieprocedure vooral een speeltuig in politieke spelletjes waarmee de oppositie relatief eenvoudig de meerderheid kan torpederen of vertragen. De Senaat komt ook maar één maal per maand samen, wat niet alleen de amenderingstermijn bemoeilijkt, maar ook de algemene vertegenwoordigingsopdracht op het federale niveau van de deelstaten ernstig ondergraaft.

  • De deelstaten van een federatie beschikken over medebeslissingsrecht over hun eigen bevoegdheden (Kompetenz-kompetenz). 

    In België wordt op het federale niveau beslist wat de deelstaten mogen en niet mogen doen; dat gebeurt via Bijzondere Wetten en Grondwetsherzieningen. Hiervoor zijn meerderheden nodig in alle taalgroepen maar de deelstaten an sich hebben geen impact hier op. Die Bijzondere Wetten moeten dan wel langs de Senaat passeren, maar finaal is de vertegenwoordiging van Vlaanderen in die Senaat zonder gevolg: immers, of Vlaanderen en haar Nederlandse taalgroep nu twee senatoren of vijfentwintig (het aantal op dit moment) senatoren leveren, maakt niet uit. De taalgroepen hebben het laatste woord, niet de senatoren (hun aantal). Men schermt dus vooral de Franstalige minderheid af van de Vlaamse meerderheid in plaats van dat men de deelstaten correct vertegenwoordigt.

    Moraal van het verhaal is hier: Vlaanderen mag dus 'alleen wonen', maar mag niet kiezen in welk huis.

  • De residuaire bevoegdheid moet aan de deelstaten toekomen. 

    In België liggen de residuaire bevoegdheden tot op heden nog steeds bij de federale overheid. In Art. 35 van de Grondwet staat dan wel dat de regio's die bevoegdheid 'mogen' hebben, maar daartoe moet nog een Bijzondere Wet (zie boven) gestemd worden: wie wat precies krijgt (Gemeenschappen of Gewesten) én een exclusieve federale lijst van bevoegdheden. Anders gezegd: de bal ligt in het Franstalig kamp en zal daar blijven.

  • De deelstaten beschikken over eigen middelen.

    Is geenszins het geval, op de marginale op- en afcentiemen na. Die houden in dat men wat wat mag toevoegen of aftrekken van de federale inkomensbelastingen. Echt belastingen heffen (die gedeeltelijk de federale vervangen) kan niet en de deelstaten moeten nog steeds grotendeels rekenen op een dotatiesysteem, dat de fiscale verantwoordelijkheid een pak anoniemer en dus onverantwoordelijker maakt. Met de zesde staatshervorming heeft Vlaanderen extra bevoegdheden gekregen, maar te weinig middelen voor die bevoegdheden, wat het gebruik van afcentiemen nog moeilijker maakt.

Als het is in België al onmogelijk is om een volwaardig federaal land uit te bouwen door Franstalige onwil en institutionele sabotage, is het dan plausibel dat men een volwaardige confederatie (waar de soevereiniteit finaal bij de deelstaten zou liggen) in België kan uitbouwen? De vraag stellen is ze beantwoorden. De weg naar beide constructies gaat door Wallonië en die zal altijd geblokkeerd blijven. Het is dus niet zo zeer een kwestie van "zal de VVB tevreden zijn met meer bevoegdheden?" maar wel: "kan (con)federalisme wel werken in België?" 

Het antwoord op die vraag luidt: "Neen, niet en nooit." Vlaanderen moet zijn eigen bestuur opeisen. Unilateraal. Omdat het simpelweg niet anders kan.
Terug naar overzicht