In de kijker

Kalender

Grondvest

Steekvlamwetenschap: versie Dave Sinardet
27-1-2016
 


Wetenschap als mortel gebruiken om een aantal gemeenplaatsen bij elkaar te houden. Dat is wat politicoloog Dave Sinardet doet in zijn studie waarover de krant De Standaard (ma. 25 januari) uitgebreid berichtte. Het lijkt verdacht veel op een krampachtige poging om een bepaald wereldbeeld overeind te houden en om de Vlaamse Beweging terug te schoppen in het verdomhoekje dat sommige wetenschappers haar hebben toebedeeld. Het zou niet koosjer zijn om Sinardet ervan te verdenken zijn onderzoek te ‘gefabriceerd’ te hebben. Afgezien van de timing is het wel opmerkelijk dat het zoveel turbulentie veroorzaakt, terwijl het in feite helemaal niets nieuws bevat.

Vooroordelen

Eerst iets over de algemene perceptie in academische middens van de Vlaamse Beweging. Over haar methode en haar doelen bestaan een reeks vooroordelen. Maar één voorbeeld: dat de Vlaamse strijd in wezen een rechtse strijd is. De Vlaamse Beweging heeft bij velen misschien een rechts imago, oké, maar dat de Vlaamse strijd in essentie gaat over verrechtsing mogen we gerust wél afdoen als een vooroordeel. 

Zo is er ook nog het vooroordeel dat Bruno De Wever versterkte in zijn interview (za. 23 januari) als zou de actuele Vlaamse Beweging buitenmate bestaan uit communautaire moraalridders die er op onnavolgbare wijze steeds in zouden slagen om zichzelf irrelevant te maken. Rechtlijnig streven naar Vlaamse onafhankelijkheid zou daarmee het beste recept zijn om zichzelf van echte politieke macht uit te sluiten en ten eeuwigen dage marginaal te blijven.

Het succes van de N-VA, die in artikel 1 van haar partijstatuten nog steeds belijdt te ijveren voor een onafhankelijk Vlaanderen, heeft die zelfgenoegzaamheid op losse schroeven gezet. De voelbare opluchting in bepaalde middens telkens de Vlaamse Beweging haar eigen ruiten leek in te gooien, heeft plaatsgemaakt voor een angstig nagelbijten. Heel recent is er dan de nieuwe steen des aanstoots: de druk becommentarieerde ‘bocht van de N-VA’ (of van Bart De Wever, voor wie hem graag in het zonnetje gezet). Hiermee lijkt de partij opnieuw aansluiting te zoeken en te vinden met de Vlaamse Beweging. De discussie over de kip of het ei (wie nodigde wie ten dans?) is hier irrelevant. Punt is dat het communautaire, en wel in zijn meest ‘dreigende’ variant, opnieuw terug is van nooit weggeweest. De toekomst van België als zodanig wordt opnieuw ter discussie gesteld.

Confederalisme: van fuik naar pletwals?

Hendrik Vuye en Veerle Wouters mogen dus van hun partij institutionele krijtlijnen uittekenen voor de toekomst van Vlaanderen. Dat is een heel open opdracht, waarmee de N-VA de kritiek op haar huidige koers nu misschien ombuigt om een potentieel radicaal project te vormen. Want wat is confederalisme? Het is vooral een immens braakliggend terrein waar de rist communautaire eisen die de N-VA verzamelde in zijn teksten voor het confederalismecongres van twee jaar geleden hoogstens als ruige graszoden naar boven priemen. Over soevereiniteit van Vlaanderen geen woord.

Daar liggen dus kansen. Maar dan komen de redders des vaderlands, zoals Dave Sinardet, die maar wat graag ‘bewijst’ dat het sentiment gekeerd is en dat de N-VA zich politiek niet relevant opstelt door meer staatshervorming te wensen. Sterker, wat gewenst zou zijn, is meer België aldus Sinardet. Zo’n tegengestelde beweging miskent de historische dynamiek van de staatshervormingen. Hoe onvolkomen ook, lossen die hervormingen een historische schuld af. In 1830 gedoogden de grote Europese mogendheden immers dat twee volkeren zich tegen wil en dank lieten opsluiten in het artefact ‘België’.

Zo’n meer-België-hervorming kan dan zoals dat de liberalen willen een federale kieskring zijn. “Eén man/vrouw, één stem”. Deze lippendienst aan democratie fietst voorbij het feit dat niet de kiezers en hun verkozenen zijn die het beleid maken, zelfs niet de regering, maar de partijvoorzitters. En die partijen zijn zelf gesplitst, ook de liberalen. De staatshervormingen terugdraaien in deze politieke context betekent Vlaanderen overleveren aan het conclaaf van machtigere partijvoorzitters en dat is geen goed vooruitzicht. Want inderdaad: de Vlaamse Beweging is geen massabeweging, dixit Bruno De Wever, en zal geen honderdduizenden kunnen mobiliseren om de particratie de nekslag te geven.

In plaats van Vlaamse complexen: ambitie a.u.b.

Niemand mag dus in Vlaanderen door scheve analyses van Dave Sinardet of andere huilende wolven in schapenvacht zich van de wijs laten brengen bij het formuleren van eisen om de fiscaliteit te defederaliseren, de sociale zekerheid volkomen te splitsen en af te geraken van ‘gekartelde’ (niet-homogene) bevoegdheden. Dat de liberalen intern meer verdeeld zijn over zin en onzin, nut en onnut van institutionele hervormingen is een historische constante (in 2010 waren ze nog hartstochtelijk voor confederalisme bijvoorbeeld).  Maar stellen dat België aan steun wint door te zeggen dat naast de V-partijen enkel CD&V meer autonomie wil voor de deelstaten? Mogen we er op wijzen dat het VB, de N-VA en de CD&V wel bijna 2/3e van het Vlaamse electoraat vertegenwoordigen?

In bepaalde academische kringen blijkt het de orde van de dag om de waarheid zodanig te draaien zodat de publieke opinie warm gemaakt kan worden voor reactionaire belgicistische wensen maar men zou beter de blijvende Vlaamse grondstroom erkennen voor wat ze is en plannen uitwerken om die uit te voeren.

Terug naar overzicht