In de kijker

Kalender

Geen Activiteiten

Grondvest

Plan B: de feiten (1)
8-1-2016
 

Een fragment uit de satirische RTBF-reportage 'Bye Bye Belgium' waarin het einde van België werd aangekondigd. Elk geintje is een seintje.


Het Franstalige Plan B is geen mythe, maar beenharde realiteit. Natuurlijk is het een illusie te denken dat er op Franstalige partijhoofdkwartieren en ministeriële kabinetten ergens een document circuleert of in een lade ligt met een kant-en-klaar draaiboek om uit België te stappen. Plan B is veeleer een brede strategie die de Franstalige aanspraken op Belgische kroonjuwelen danig versterkt. Daarmee anticiperen PS, MR en cdH op het moment dat het behoud van de federale staat onhoudbaar blijkt. Dat kan naar aanleiding van een onoverbrugbare communautaire crisis zijn of wanneer na verkiezingen geen enkele regering meer blijkt te vormen.

Daarmee is Plan B een geopolitieke realiteit, die de rode draad vormt door verschillende écht bestaande teksten van strategisch allooi, zoals de zogeheten ‘Note pédagogique’ van de PS, verslagboeken van verschillende colloquia (aan de ULB in 1998, de UdL in 2007, maar ook van het FDF in 2005) en de wetenschappelijke artikelen die onderzoekers Hugues Dumont en Sébastien Van Drooghenbroeck aan de kwestie-BHV hebben gewijd.

Met andere woorden: Plan B is nú, op dit eigenste moment, volop in uitvoering. De kieskring BHV is al even gesplitst, maar daarmee is Plan B pas de actualiteit zelve geworden. Deze paradox vormt meteen de reden dat de Vlaamse politieke partijen zich er zo op verkijken. Ze doen voortdurend toegevingen - de twee laatste staatshervormingen staan er vol van, met de mislukte splitsing van BHV als strafste illustratie - omdat ze zich laten chanteren door een definitief maar onbestaand scenario in Franstalige regie voor de ultieme Belgische noodtoestand, Moureaux’ oude ‘communautaire atoombom’.

Op die manier miskennen die Vlaamse partijen de noodzakelijke rol die een crisis speelt in elke politieke koerswijziging ten gronde (wat het uit elkaar vallen van België toch wel is). Een crisis bezegelt de noodzaak en de onherroepelijkheid van een fundamentele verandering in de samenleving. Het uit elkaar vallen van België is dus niet ‘maakbaar’ door een aantal scenaristen aan het werk te zetten. Wél is het mogelijk om randvoorwaarden te creëren die helpen anticiperen op de onafwendbare crisis. Op het moment dat ze zich voordoet, rolt de bal dan het gunstigste voor wie zijn schaapjes op het droge heeft. En dat is waarmee Franstalig België actueel volop aan de slag is.

Illustratief voor het planmatig uitrollen van een Franstalige Plan B-strategie zijn volgende ontwikkelingen: de oprichting van de Fédération Wallonie-Bruxelles, de corridor die Brussel en Wallonië zou moeten verbinden, de Brusselse Metropolitane Gemeenschap (BMG) en de ontwikkelingen in Brussel zelf, waar Franstalige politici hemel en aarde bewegen om het Hoofdstedelijk Gewest ook te bekleden met gemeenschapsbevoegdheden (persoonsgebonden kwesties dus, die normaal toekomen aan de Vlaamse aanwezigheid in Brussel en, mutatis mutandis, de Franse Gemeenschap). Het is duidelijk dat de beweging van Wallonië naar Brussel, onder invloed van de gemeenschapsdynamiek, mettertijd dient te worden aangevuld (althans volgens de Franstalige strategie) met een gemeenschapsdynamiek van Brussel zelf richting Wallonië. Brussel en Wallonië zouden elkaar met andere woorden op termijn in de armen moeten vallen, in een beweging wég van het strenge en egoïstische Vlaanderen.

In deze bijdrage bekijken we in beknopt bestek de feiten wat betreft de ‘Fédération’ en de ‘corridor’. De BMG en de ontwikkelingen in Brussel houden we in petto voor een volgend artikel.

(A) Wallobrux gaat institutioneel: de ‘FWB’

Met de oprichting van de ‘Fédération Wallonie-Bruxelles’ in 2011 begaat Franstalig België een flagrante inbreuk op de Grondwet en de bijzondere wetten. Het is een gedurfde zet op het ‘laat-Belgische’ schaakbord. De Vlamingen hebben de FWB afgedaan als spielerei, maar ze vergeten dat elk jaar dat deze spookconstructie blijft bestaan, ze steeds minder ‘spook’ wordt en steeds meer institutionele realiteit, iets waaraan iedereen gewoon wordt en iets dat door deze gewenning een zeker plausibiliteit en dus realiteit verkrijgt. Die realiteit zal bij het uit elkaar vallen van België in lijn moeten worden gebracht met het internationale recht en dus lijkt een territoriale aansluiting van Brussel en Wallonië de logica zelve.

(B) De corridorsaga: een nare droom?

De Franstaligen vragen sinds 2008 de oprichting van een corridor Brussel-Wallonie. Zo zou het sterk verfranste Brussels Hoofdstedelijk Gewest via een corridor met het Waals Gewest worden verbonden. Deze corridor, een smalle strook grond dwars door het Zoniënwoud op het grondgebied van Sint-Genesius-Rode, inclusief een stuk Waterloosesteenweg (de betonnen viervaksweg N5), zou tot stand komen door een deel van deze gemeente over te dragen aan de Brusselse gemeente Ukkel. De Franstalige krant Le Soir maakte er zelfs al een gedetailleerd kaartje van. Zo zouden dan, in geval van een splitsing van België, de beide gebiedsdelen verbonden zijn, zodat het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geen enclave meer vormt in Vlaams-Brabant en op die manier Wallobrux een gedaante kan aannemen in overeenstemming met de praktijk van het internationaal recht.


Moureaux (PS) legt de plannen nog eens uit.

Naar aanleiding van deze eisen van de Franstaligen vergeleek de N-VA voorzitter Bart De Wever de corridor met een Balkanscenario”, dat wat doet denken aan het oorlogsdorp Srebrenica; Karel De Gucht sprak dan weer van Nagorno-Karabach aan de Zenne. Het is opvallend dat Vlaamse politici de kwestie verengen tot een territoriale kwestie die beslecht zou moeten worden in het huidige België. Het is nogal gemakkelijk - en in de actuele omstandigheden weliswaar ook volkomen correct - om dat als onhaalbaar voor te stellen. Het wordt evenwel pas een reëel territoriaal vraagstuk op het moment dat België uit elkaar valt en de internationale gemeenschap haar zeg komt doen. Als, om van het ‘gezaag’ van de Franstaligen vanaf te zijn, er dan een virtuele corridor (van politieke rechten, zoals nu al met de inschrijvingsrechten van Franstalige kiezers uit de Rand in Brussel!) in voege is, dan is de drempel om die territoriaal te vertalen bijzonder laag. De internationale gemeenschap zal namelijk snel tot een nieuwe stabiele toestand wil komen en indien dat een overheveling van Sint-Genesius-Rode betekent naar Wallonië, dan zal daartoe Vlaanderen het mes op de keel worden gezet. Andere faciliteitengemeenten zullen omwille van de ‘billijkheid’ eveneens de kans krijgen om de overstap naar Wallobrux te maken.

Deze variant van de corridor haalde zelfs de Britse krant The Economist van 17 juli 2007 met de interpretatie van Armand De Decker (MR): “One leader, Armand De Decker, has even suggested a route, running through a forest inhabited only by squirrels and the odd deer.” (Een politiek leider, Armand De Decker, stelde zelfs een route voor lopend door een bos dat slechts bewoond wordt door eekhoorns en hier en daar een hert).

Begin juni 2010 stelde Joëlle Milquet dat het wenselijk is, een geografische link te voorzien tussen Brussel en Wallonië, een soort voortdurende, fysiek zichtbare corridor. In een interview in La Libre Belgique stelde zij: “Het is logisch en coherent dat Brussel en Wallonië een geografische link zouden hebben, een gezamenlijke grens. Brussel is 90 procent Franstalig en de Franse gemeenschap heeft geen homogene grens, dat gaat niet.”

Medio 2011 lanceerde Olivier Maingain opnieuw de idee om een corridor tussen het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en Waterloo aan te leggen en Brussel zo geografisch met Wallonië te verbinden.

(C) Corridordraaiboeken

Een klip-en-klaar draaiboek voor Plan B bestaat niet, gewoon omdat het onmogelijk is het volledige geopolitieke plaatje in te schatten op het moment dat België voorgoed voor de bijl gaat. Context is veel, contextgevoeligheid is alles. Maar voor deelaspecten van Plan B - inmiddels zo goed en kwaad als het gaat in uitvoering! - liggen wél verschillende scenario’s voor. Zo onder meer voor de corridor. Deze modellen gaan van maximalistisch tot minimalistisch. De permanente verbinding van het Brussels Hoofdstedelijk gewest met Wallonië zou als volgt kunnen plaatsgrijpen om zo Wallobrux als een homogeen grondgebied vorm te geven:

  1. door de overheveling van de faciliteitengemeente Sint-Genesius-Rode, gelegen tussen Ukkel en Waterloo, naar Wallonië;
  2. door alle verbindingswegen tussen Brussel en Wallonië in Franstalige handen te laten komen; de inwoners langs deze wegen blijven dan bij Vlaanderen;
  3. door de openbare gronden van het Zoniënwoud te laten beheren door de Gewesten als nationaal patrimonium;
  4. door de Waterloosesteenweg, een betonnen viervaksbaan langs het Zoniënwoud, naar Wallonië over te hevelen; Sint-Genesius-Rode verliest dan een kleine Franstalige woonwijk;
  5. door een gezamenlijk beheer van de verbindingsweg tussen Brussel en Wallonië.

We schreven het al in een vorig stuk: de (staf)kaarten liggen, vanuit Franstalige optiek, duidelijk. De Vlamingen moeten tot ‘een’ corridor worden verleid. Zelfs een virtuele corridor volstaat. Eenmaal het zover is, houdt niets een territoriale claim op delen van Vlaams-Brabant tegen, naar aanleiding van de boedelscheiding bij het uiteenvallen van het land.

Terug naar overzicht