In de kijker

Grondvest

Catalaanse regeringscrisis: hoe is dat nu kunnen gebeuren?
6-1-2016
 


Uitstap of breuk? Catalonië steekt de Rubicon tóch nog niet over

In onze contreien houdt het zachte winterlenteweer (voorlopig nog) aan. De communautaire diepvries blijft inmiddels op de hoogste stand staan. Dat is in schril contrast met de toestand in Catalonië, waar de onafhankelijkheid binnen handbereik is gekomen. Toch trekt de Spaanse staat (ook hier: voorlopig nog) opnieuw het laken naar zich toe in zijn krachtmeting met de Catalanen. Hun onafhankelijkheidsproces lijkt vast te lopen. Het valt te bekijken hoe lang de nieuwe patstelling aanhoudt. Madrid heeft de taaiheid van de institutionele ordening mee en de arresten van het Spaanse grondwettelijk hof. De spreekwoordelijke trein der traagheid dus. Langs de andere kant lijken de Catalanen wel verblind door de mogelijkheden die zich na hun verkiezingsoverwinning van 27 september 2015 aandienen. Radicale en gematigde nationalisten kijken naar elkaar en twijfelen of ze samen wel de drempel naar de republiek willen overschrijden. Overigens: ‘radicaal’ en ‘gematigd’ zijn al lang niet meer de vlaggen die de juiste ladingen dekken.

Perceptie is alles? Zichtbaarheid is in elk geval véél

Heel wat Vlamingen vragen zich af hoe de kaarten in Catalonië nu eigenlijk liggen. Dat kunnen we evenwel maar goed inschatten, indien we ook de logica begrijpen die de Catalanen zelf in hun proces naar onafhankelijkheid hebben gestoken. Als zodanig is die logica onmiskenbaar, daarover handelde al een vorige bijdrage (‘Plan A: een goed idee van de Catalanen’). De politieke impact van de Catalaanse onafhankelijkheidsbeweging heeft veel te danken aan haar internationale zichtbaarheid. Daar zit het massale en volksverbonden karakter van die beweging zeker voor iets tussen. Denk maar aan de menselijke kettingen en het steevast overweldigende vlagvertoon op 11 september, de Catalaanse nationale feestdag (‘Diada’). Anders dan in Vlaanderen, is het voor de Catalanen die onafhankelijkheid willen de normaalste zaak van de wereld om openlijk met elkaar van mening te verschillen over de maatschappelijke inkleuring van de Catalaanse republiek.

Door de band genomen is er de jongste jaren een erg breed onafhankelijkheidsfront gevormd van linkse vakbondsmensen tot conservatieve liberalen. ‘Pluk de dag’ - toch een nooit geheel afwezige levensleidraad in landen rond de Middellandse Zee! - hoeft politiek dus niet noodzakelijk desorganisatie en chaos te betekenen. Het kan ook behelzen: ‘bekijk wat je vandaag voor Catalonië kan doen’. Denk concreet, praktisch en in verbondenheid met mensen die in wezen hetzelfde beogen. Deze mentaliteit zorgt ook voor flexibiliteit en een opmerkelijk vermogen tot improvisatie. Toen in 2013 een verklaring van Catalaanse soevereiniteit werd aangenomen, maar Spaanse rechters het daarop volgende erg succesvolle referendum voor onafhankelijkheid in 2014 onwettelijk verklaarden, kondigde Catalaans president Artur Mas aan om in 2015 vervroegde verkiezingen uit te schrijven, die in feite voor een nieuwe volksraadpleging over onafhankelijkheid konden doorgaan.

Door het duidelijk koppelen van een voorrecht dat de Catalaanse regering nu eenmaal toekomt (verkiezingen uitschrijven, per decreet) aan de onafhankelijkheidskwestie, schakelde de Catalaanse beweging een versnelling hoger. De dreiging voor de Spaanse staat werd meteen acuter. Op hun typisch soepele wijze pasten de Catalaanse onafhankelijkheidsgezinden ook een mouw aan het risico dat hun ideologische verdeeldheid alsnog tot een nederlaag zou leiden. Veruit de meeste formaties die voorstander zijn van onafhankelijkheid voegden zich samen tot lijst ‘Junts pel Sí’ (‘Samen voor Ja’ - aan onafhankelijkheid). In de schoot van de lijst maakten CDC (de partij van president Artur Mas), DC, MES en ERC met elkaar duidelijke afspraken voor een stappenplan naar onafhankelijkheid, eenmaal de verkiezingen zouden zijn gewonnen. De onafhankelijkheidsresolutie die het nieuw gevormde Catalaanse parlement op 9 november 2015 aannam, is daar al een onmiddellijke uitvoering van.

In elk geval waren de resultaten van de onmiskenbare Catalaanse wendbaarheid én gestaagheid er ook naar: de regionale verkiezingen van september draaiden uit op een grote overwinning voor ‘Junts pel Sí’ (62 zetels) en de uiterst-linkse onafhankelijkheidspartij CUP (10 zetels), die niet was toegetreden tot de eenheidslijst. Daarmee behaalde de onafhankelijkheidswil een parlementaire meerderheid. Bovendien hadden nooit eerder zoveel stemgerechtigde Catalanen het kieshokje bezocht: van de zeven miljoen Catalanen waren er meer dan 4.100.000 langs de stembus getrokken. Catalonië had zich dus democratisch uitgesproken vóór onafhankelijkheid en de uitslag kan ook representatief worden genoemd door de grote mobilisatie van voor- en tegenstanders.

De schaduw van Franco valt nog ver(der dan nodig)

De kracht van het signaal dat Catalaanse onafhankelijkheid niet alleen een rechtmatige eis is, maar bovendien democratisch ‘gelegaliseerd’ is door een verkiezingsuitslag, heeft nochtans een schaduwzijde. Weliswaar is de meerderheid die zich voor een exit uit Spanje aftekende groot genoeg en daarmee duidelijk, maar ze is niet overweldigend (er zijn 135 zetels in het Catalaanse parlement tegenover de 72 zetels van de independisten). De zichtbaarheid van de politieke tenoren die nu het proces naar een eigen staat verder in goede banen zullen leiden, is recht evenredig met de steeds verder toegenomen internationale zichtbaarheid van de Catalaanse onafhankelijkheidswil. En net daar wringt het schoentje. De CUP zit op de wip tussen de ultieme stap naar onafhankelijkheid of berusten in een overwinningsnederlaag. We mogen het collectieve trauma niet onderschatten waarmee de Spaanse staat decennialang de Catalanen heeft opgezadeld. Net zoals in Vlaanderen losten onmogelijk te verantwoorden geldstromen naar de rest van het land de eerdere uitgomming van taal en culturele identiteit af. Er moet een breuk komen met Spanje, een uitstap is onvoldoende en in dat ‘historische kanaal’ wil de CUP gekend worden. Van Artur Mas lusten de Catalaanse communisten geen pap, omdat hij het nieuwe Catalonië belichaamt, dat zich met hard werken heeft bevrijd van de kwalijke erfenis van het franquistische Spanje. En dat zich deels persoonlijk heeft verrijkt en dat als een (Catalaanse) patriottische daad voorstelde. Mas wordt inderdaad vernoemd in de uitlopers van een financieel schandaal waarin zijn partijgenoot en voorganger Jordi Pujol verwikkeld is.

Er is dus veel ontevredenheid in Catalonië, niettegenstaande de hoop die de vele haast feestelijke optochten en laagdrempelige initiatieven voor een eigen staat uitdragen. Na drie maanden onderhandelen leek het er einde december toch even op dat de CUP en de lijst van Mas eindelijk toenadering zochten en een regering zouden kunnen gaan vormen. Maar het partijcongres van de CUP dacht er anders over en stemde de coalitie weg, zij het ternauwernood (een onuitgegeven staking van stemmen van 1.515 vóór en 1.515 tégen). Het CUP-partijbestuur hakte vervolgens de knoop door met 29 tegen 27 stemmen. Een kort vraaggesprek met Anna Arqué, prominent woordvoerster van de onafhankelijkheidsbeweging, op de 9D-conferentie te Brussel, liet optekenen dat de Catalaanse basisbeweging Mas graag bij de les wil houden en dus niet helemaal vertrouwt, maar zich wel bewust is van de risico’s. Toch was er medio december nog hoop, zo vertelde Arqué.

Ontevreden tweets van Catalanen over CUP werden lustig geretweet door Junts Pel Si.

Na de beslissing van het communistische partijbestuur is het heel waarschijnlijk dat er in 2016 opnieuw verkiezingen komen in Catalonië. ‘Junts pel Sí’ moet, in extremis, Mas laten vallen om het waterkansje op een Catalaanse nationalistische regering nog te benutten en om niet het onderspit te delven in een nieuwe stembusronde die, in het andere - helaas waarschijnlijke - geval, automatisch wordt uitgeschreven indien er op 9 januari geen nieuwe regering is. Immers, inmiddels zijn de aanslepende regeringsonderhandelingen in Catalonië ingehaald en overvleugeld door de nationale Spaanse verkiezingen van 20 december, die de liberalen in Spanje niet de verhoopte doorbraak opleverden en waarin het linkse Podemos stevig op winst stond. De nationalistische beweging in Catalonië zou dus een verdere ruk naar links kunnen maken, iets wat de CUP, maar ook de ERC (een partner in ‘Junts pel Sí’) ongetwijfeld niet ongenegen zijn.

Of met deze ‘nieuwe’ marsrichting (intern ongenoegen over Mas’ tweeslachtigheid vóór 2014 had al eerder een leegloop van CDC richting ERC in gang gezet) de onafhankelijkheid van Catalonië even dichtbij blijft als thans, laat staan nóg dichterbij of zelfs gerealiseerd wordt, is evenwel allesbehalve zeker. Podemos is geen verklaard voorstander van Catalaanse onafhankelijkheid, maar belooft wel een nieuw referendum. De verwarring bij de Catalanen over wie precies vriend is en wie vijand, zou dit jaar hand over hand kunnen toenemen. De grootste tegenstanders van het onafhankelijkheidsproces lijken de Catalanen zelf te worden.

Terug naar overzicht