In de kijker

Kalender

Grondvest

Plan B: mythe of realiteit?
17-12-2015
 


Het zogenaamde ‘Plan B’ of de Fédération Wallonie-Bruxelles (anders gezegd: wat zijn de Franstalige plannen als België ophoudt te bestaan?) beroert velen. Is het een mythisch gegeven of denken de Franstaligen wel degelijk na over het post-België-tijdperk?

Zo stelde Laurette Onkelinx (PS) in september 2010 in de krant La Dernière Heure al: “We moeten ons voorbereiden op het einde van België.” En: “We kunnen niet meer ontkennen dat het de wens is van een groot deel van de Vlaamse bevolking. Heel wat mensen denken al dat het mogelijk is. De politiek moet er zich dus op voorbereiden - er niet op hopen, maar er zich wel op voorbereiden.”

Deze stelling/bewering wordt met de regelmaat van de klok herhaald in/door Franstalige opiniemakers. Zo stelde Béatrice Delvaux in een opiniestuk in de krant De Standaard (12 januari 2012): Walen bereiden toekomst zonder Vlaanderen voor. Volgens haar geven hooggeplaatste Waalse kringen België uiterlijk nog tot 2019 en moet er dus dringend een post-België-scenario worden uitgewerkt. Chantage of realiteit?

Hierbij een poging om het verhaal duidelijk te krijgen.

Sinds de laatste staatshervorming vrezen de Franstaligen dat de volgende keer de splitsing van de sociale zekerheid zeker ter sprake zal komen. Als zodanig is dit enkel een voortzetting van de resoluties van het Vlaams Parlement van maart 1999.

In 2001 kwam daar nog eens de vijfde staatshervorming bij (‘Lambermont’ en - voor Brussel - ‘Lombard’). Deze voorzag in een beperkte fiscale autonomie voor de Gewesten. Bij de laatste, zesde staatshervorming (het ‘Vlinderakkoord’) werd deze fiscale autonomie verder uitgewerkt, zij het maar heel gedeeltelijk en volstrekt onvoldoende.

Vlaamse reken-kunde, Franstalige be-rekening

De Franstaligen gaan er alvast van uit dat vroeg of laat, bij de volgende politieke crisis, de fiscale autonomie hoe dan ook ter sprake komt. Een volledige fiscale autonomie betekent wellicht het einde van de Vlaams-Waalse geldstroom, zoals we ze nu kennen: ondoorzichtig, zonder resultaatsverbintenis en op geen enkele manier wederkerig.

Op deze nieuwe politieke situatie willen de Franstaligen zich voorbereiden. Hoe? Door onder meer de institutionele onderhandelingen met Vlaanderen zo te sturen dat er het onderscheid tussen Gewesten en Gemeenschappen vervaagt. Waarom? Op het ogenblik dat België uit elkaar valt, zal de internationale gemeenschap komen arbitreren over de toekomst van post-België, de boedelscheiding dus. Op dat ogenblik zal men enkel kunnen vaststellen dat België in se een institutioneel kluwen is. Concreet: het zal bijvoorbeeld blijken dat de inwoners uit de faciliteitengemeenten in de Vlaamse rand kunnen in Brussel gaan stemmen. Met andere woorden: er is weliswaar geen territoriale corridor tussen Vlaanderen en Brussel, maar wel een ‘doorgang’ van politieke rechten.

Door een amalgaam te maken van de Gemeenschappen en Gewesten, zorgt men bewust voor een aantal dubbelzinnigheden. Als de lokale ingezetenen en hun politici er zelfs niet uitraken, hoe zou de internationale gemeenschap er dan kunnen uitraken? Voor de Vlaamse Rand zou het dus best mogelijk zijn dat de internationale gemeenschap ervoor kiest om de lokale ingezetenen zélf te laten beslissen tot welk land/staat zij voortaan willen behoren. Anders gesteld: de Franstaligen rekenen op de internationale gemeenschap om ervoor te zorgen dat ze zoveel mogelijk in hun voordeel arbitreert in Brussel en de Vlaamse Rand. In de zesde staatshervorming zijn hier alvast heel veel luiken op gericht. Ook het idee van de ‘Brusselse Metropolitane gemeenschap’ (BMG), Parking C en ga zo maar door passen allemaal in dit plaatje. In feite mikken ze dus op stukken van Vlaams-Brabant en natuurlijk Brussel. Tegelijkertijd proberen ze echter ook om pasmunt te creëren om, in geval van boedelscheiding, de verdeling van de staatsschuld in hun voordeel te doen uitvallen. Franstalig België weet namelijk drommels goed dat de Vlaamse instellingen (Vlaamse Regering, Parlement, enzovoorts) wegjagen uit Brussel niet meteen realistisch is.

De (staf)kaarten liggen voorgoed anders

In verband met de boedelscheiding wordt in Vlaanderen het principiële standpunt gehuldigd dat, als er al zou gescheiden worden, dit moet gebeuren via de gewestgrens. Brussel zou in dat geval een apart statuut krijgen in Vlaanderen. Tot voor de vorige staatshervorming had ‘Wallobrux’ nooit een kans gemaakt bij de internationale gemeenschap. Met het Vlinderakkoord wordt de kans hiertoe echter veel realistischer. Vlaanderen heeft op een aantal cruciale vlakken toegegeven, zoals op het vlak van de toekenning van constitutieve autonomie voor het Brussels Hoofdstedelijk Gewest en op het vlak van het principe van de BMG.

Anders gesteld: terwijl men er vroeger van uitging dat Brussel gewoon apart statuut zou krijgen in een autonoom Vlaanderen, gaat men er nu van uit dat wie het initiatief neemt nu wél een cruciale factor is geworden voor de uitkomst van de boedelscheiding. Eerst komt, eerst maalt, zo heet het voortaan. Als de Franstaligen als eersten zouden opstappen, zouden zij, met andere woorden, wel eens met de winst kunnen gaan lopen. Dit betekent dus dat bij elke toekomstige communautaire onderhandeling de Vlamingen chanteerbaar zijn geworden onder de noemer: “Wees ons maar ter wille. Anders trekken we er de stekker uit en gaan we met de winst lopen.” Of nog: Plan B is bij de Franstaligen wel degelijk Plan A geworden.

Het enige wat Vlaanderen hier tegenover kan stellen, is zo snel mogelijk zelf een Plan A of ‘VL’ op te stellen. In se is het zelfs een wedloop tegen de tijd geworden. Iedereen voelt immers aan dat de Belgische constructie nood heeft aan verdere hervormingen. Bij een mislukking van de onderhandelingen hierover is het enkel de vraag wie er als eerste de handdoek in de ring gooit.

Doet Vlaanderen dit niet dan is de collaterale schade voor Vlaanderen niet te overzien. Als men immers - bijvoorbeeld - zijn hoofdstad kwijtspeelt, als is het maar in de internationale perceptie, komt immers ook de snelle internationale erkenning in het gedrang.

In een volgende bijdrage staven we onze kijk met een aantal feiten, die overduidelijk communautair van aard zijn, maar waar staatsrechtelijk wel eens aan voorbij wordt gekeken. Zeker in Vlaanderen, dat maar wat graag op beide oren wil blijven slapen.

Terug naar overzicht