In de kijker

Kalender

Grondvest

Sommige lessen zijn tijdloos
4-12-2015
 

Professor Enrico Spolaore aan het werk.

Tien jaar is een hele tijd. In de politiek is tien jaar zoiets als het Trias, het Jura of het Krijt, onmetelijk grote tijdsindelingen - toen de dinosaurussen heer en meester waren op aarde. Heel af en toe komt de politiek tot stilstand en laat ze denkers en dromers aan het woord. Dat levert nieuwe ijkpunten op, een globale richting waarin het zou moeten uitgaan. Waarna de onophoudelijke botsing van politieke ideeën en ideetjes opnieuw begint, grosso modo en met veel vallen en opstaan in de richting die de denkers en de dromers bij benadering hebben aangegeven.

Enrico Spolaore

Tien jaar geleden - in juni 2005 - was de Amerikaanse professor Enrico Spolaore (Tufts University, Boston) op uitnodiging van de N-VA te gast in het Vlaams Parlement. Frieda Brepoels zat een colloquium voor waaraan, behalve Spolaore, ook de Ierse senator Martin Mansergh, Derk-Jan Eppink, professor Carl Devos, Frans Crols en toenmalig Vlaams buitenlandminister Geert Bourgeois deelnamen. Een eminent gezelschap dat voor een talrijk opgekomen publiek onderzocht waar precies het evenwicht zit tussen de voordelen van nationale soevereiniteit en die van internationale samenwerking, zoals in de schoot van de EU. Er was toen in de verste verte geen sprake van Grexit, structurele terreurdreiging, hypermigratie, maar ook niet van naties-in-wording zoals Catalonië en Schotland, die een traject uitzetten naar onafhankelijkheid.

De kern van Enrico Spolaores betoog van toen was dat het evenwicht tussen, enerzijds, de bestuurskracht van cultureel relatief herkenbare nationale overheden en, anderzijds, sociaaleconomische schaalvoordelen van grotere gehelen (zoals de EU) vooral een kwestie is van… genoeg kleine staten. Kleine landen hebben een open economie, dat is nu eenmaal de aard van het beestje willen ze economisch overleven. Landen met een open economie hebben spontaan de neiging om democratischer te zijn dan landen met meer gesloten economieën.

Die democratische inslag levert zijn vruchten op bij internationaal overleg. Bij gebrek aan de ‘hardware’ van industriële metropolissen, een groot leger en eigen satellieten in een baan om de aarde houden kleine staten de ‘software’ van hun samenleving beter in ere: hun culturele identiteit dus. Die identiteit zorgt ervoor dat in de gemeenschap de neuzen in dezelfde richting blijven staan: dat er, in de woorden van Spolaore (en van andere politiek economen, zoals Alberto Alesina, met wie hij het boek ‘The Size of Nations’ schreef), geen te grote “heterogeniteit van voorkeuren” is.

Met andere woorden: over het algemeen en gemiddeld gesproken betekent het spreken van een gemeenschappelijke taal dat er ook zoiets zal bestaan als een bepaalde voorkeur wat het fiscale beleid van de overheid betreft. En dan niet in de zin van de dooddoener “niemand betaalt graag belastingen”, maar eerder als hoe de middelen van de overheid worden opgehaald bij de bevolking en hoe ze precies worden besteed. Wanneer mensen zoals Spolaore en anderen zich garant stellen voor wetenschappelijke bevindingen, dan zullen de uitzonderingen op de regel - een Luikenaar die altijd eerst de huisarts opzoekt in plaats van de specialist bijvoorbeeld, heel atypisch in Franstalig België -  altijd op een of andere manier die regel bevestigen. Wetenschappelijke rigueur, zo heet dat.

We zijn inmiddels een decennium verder en het lijkt er sterk op dat de wereld meer dan ooit nood heeft aan kleine staten die een sterke identiteit paren aan een open economische gerichtheid op de wereld. De wereldproblemen van nu vergen veel overleg, tonnen creativiteit, maar evengoed daadkracht op principiële gronden. Onder meer onze beschavingstraditie houdt ons die culturele principes voor. Voor ideeën die land en volk aangaan, moeten we dus een lans willen breken, maar ook voor bredere opvattingen, die we Europees of westers kunnen noemen.

Wondermiddel?

Vanzelfsprekend is Enrico Spolaore een wetenschapper. Niettegenstaande de affiniteit die hij heeft met ‘small is beautiful’, is het niet aan hem om te zeggen dat de oplossing voor de grote problemen van vandaag best passeert via een onafhankelijk Catalonië, Schotland of Vlaanderen. Niettemin zou het een goede zet zijn om de man nog eens naar Vlaanderen te halen om het beeld bij te stellen als zou staatkundige onafhankelijkheid van kleine naties een wondermiddel zijn voor alle uitdagingen van de eenentwintigste eeuw. Dat is namelijk ook niet wat wij beweren. We stellen gewoon vast dat krampachtig bevoegdheden naar zich toetrekken om een model overeind te houden dat vol weeffouten zit, of dat nu België is of de EU, vroeg of laat leidt tot minder democratie, minder welzijn en welvaart. Een onafhankelijk Vlaanderen geeft het beslissingsrecht terug aan de mensen die naar best vermogen en eigen inzicht democratie, welzijn en welvaart in eigen land hebben uitgebouwd en die daarover nu de controle kwijt zijn. Als de vorming van Catalaanse, Schotse, Vlaamse - en andere! - republieken meteen de verhoudingen in Europa drastisch zou democratiseren, dan is dat uiteraard meer dan meegenomen.

Onafhankelijkheid is geen wondermiddel, maar soevereiniteit is wel de onontbeerlijke draaischijf om de bocht te nemen naar het evenwicht tussen schaalvoordelen en min of meer gelijklopende voorkeuren in een samenleving. Zoals gezegd, gaat het dan om bepaalde ideeën over economisch en sociaal beleid en zijn die op hun beurt weer bepaald door een culturele en sociaalhistorische traditie. Dat is wél iets wat Spolaore kan komen vertellen. Hoe ‘The Size of Nations’ zo mogelijk nog actueler is dan tien jaar geleden, zou voor een deel van de Vlaamse Beweging en de Vlaamse publieke opinie een wekroep kunnen zijn. Om werk te maken van een Plan A of ‘VL’.

Overigens, tijdens het panelgesprek dat het colloquium van 2005 besloot, toonde voormalig Trends-directeur Frans Crols zich heel optimistisch wat betreft de onafhankelijkheidskansen in 2015 van Vlaanderen. Zijn gretigheid kreeg toen van de andere panelleden nauwelijks bijval. Geert Bourgeois, thans Vlaams minister-president, hield zich wel erg op de vlakte. De gedachte zich de beslissing toe te eigenen om uit België te stappen, was voor Bourgeois duidelijk nog een brug te ver. De geschiedenis heeft Frans Crols gelijk gegeven. Catalonië rolt zijn plan naar onafhankelijkheid zonder dralen uit. Vlaanderen zou hetzelfde kunnen doen. Dat het dat niet doet en de afgelopen jaren kostbare tijd heeft verloren, kan Geert Bourgeois niet nu in één keer goedmaken. Van hem is namelijk geweten dat hij niet over één nacht ijs gaat. Dus moet dat plan er komen. Dan kunnen hij en rest van politiek Vlaanderen eindelijk kleur bekennen.

Net omdat Vlaamse onafhankelijkheid geen abstract verhaal meer is, zou het goed zijn om het colloquium van tien jaar geleden over te doen. Een academicus van een gerenommeerde universiteit opvoeren is niet langer een excuus om voor de rest weinig of niets te doen. Het boek van Spolaore en Alesina, ‘The Size of Nations’, legt voor Vlaanderen een groot deel van de economische rechtmatigheid vast om uit België te stappen. In dat opzicht maakt het deel uit van elk geloofwaardig plan van aanpak om snel op eigen benen te staan. De VVB wil gerust de handschoen opnemen en Enrico Spolaore naar Vlaanderen halen. Vroeg of laat moeten we de handen vuil maken wanneer het gaat over de toekomst van onze gemeenschap.


Enrico Spolaore over de ideale grootte van naties...

Terug naar overzicht