In de kijker

Kalender

Geen Activiteiten

Grondvest

Plan A: een goed idee van de Catalanen
27-11-2015
 
De minister-presidenten van respectievelijk Vlaanderen en Catalonië: Geert Bourgeois en Artur Mas.

Is het u ook al opgevallen? Catalonië kwam de afgelopen maanden en jaren in het nieuws met ei zo na onafhankelijkheid van Madrid. Er is geen burgeroorlog aan de gang (zoals die bij het uit elkaar vallen van Joegoslavië), zelfs van gewelddadige straatprotesten geen spoor. Er is geen sprake van een wijdverspreide opstand tegen het Spaans openbaar gezag. Of je moet de organisatie van een referendum over onafhankelijkheid (in 2014) beschouwen als een vorm van laakbare burgerlijke ongehoorzaamheid - overigens iets waarvoor onder andere Catalaans minister-president Artur Mas zich inmiddels voor een Spaanse rechtbank moet verantwoorden.

Vijftig tinten grijs

Dat de Catalanen gestaag een doordachte strategie uitrollen naar onafhankelijkheid en zich daarbij niet van de wijs laten brengen, steekt heel erg de ogen uit van heel wat nationale media in Europa en daarbuiten. Dat doet die media meer dan eens uit hun rol vallen. Soms is het zo frappant dat je er niet ‘naast’ kan kijken of ‘luisteren’. Het nationalistische eisenpakket en politieke programma uitsluitend en alleen toewijzen aan die partijen, organisaties en netwerken die Catalaanse onafhankelijkheid als punt bovenaan de agenda hebben, is een van die systematische vervalsingen van het beeld dat media ophangen.

Het Catalaanse nationalisme is namelijk geen furieus strovuur, dat uit zichzelf even snel dooft als oplaait. Met vallen en opstaan timmeren de soevereinistische formaties aan de weg, met referenda en verkiezingen als pleisterplaatsen om hun politieke impact te meten en verder te vergroten. De karavaan naar onafhankelijkheid trekt na ieder kort oponthoud weer verder. Op die manier voeren de Catalanen sinds 2010, toen het Spaanse hooggerechtshof het Catalaanse autonomiestatuut terugschroefde, onafgebroken campagne voor volledige nationale zelfbeschikking. Of ze zich nu soevereinisten, autonomisten, independentisten of nog iets anders noemen: ze laten zich niet vangen in één hokje. Partijen en verenigingen hebben allemaal hun eigen autonomistische nuances - vijftig tinten grijs -, wat hen soms verzwakt, de laatste jaren nochtans veeleer versterkt.

Geen eendagsvlieg

De permanente campagne voor een Catalaanse republiek laat zich voor een groot deel op straat en via sociale media voeren, wat het nationalisme een jong imago aanmeet en kruisbestuiving met middenveldorganisaties en sociale bewegingen in de hand werkt. De uitwisseling van ideeën tussen een breed sociaal weefsel en een beweging voor nationale ontvoogding bevordert de duurzaamheid van de geformuleerde politieke eisen en de in praktijk gebrachte strategie. Het is niet langer voornamelijk een historische aversie tegen de Spaanse staat dat de Catalaanse nationale beweging voedt en dat haar tot een politieke eendagsvlieg zou beperken. In de plaats daarvan is een brede progressieve maatschappijvisie gekomen, die de beweging een lange adem en een grote soepelheid verleent.

In tegenstelling tot wat onze vaderlandse media graag beweren, is er in de Catalaanse samenleving dus helemaal geen sprake van een opbod tussen voor- en tegenstanders van onafhankelijkheid, door een tijdelijk en voorbijgaand succes van de nationalisten. En in de mate dat die polarisering er op sommige ogenblikken toch enigermate zou zijn (elk onafhankelijkheidsproces verloopt nu eenmaal met vallen en opstaan, soms tussen twijfel en hoop), dan loopt die tegenstelling niet of nauwelijks langs partijpolitieke grenzen. Alleen de steun waarop de Spaanse conservatieve Partido Popular en de liberale burgerpartij C’s nog kunnen bogen, samen goed voor een kwart van de stemmen, blijft een onversneden keuze tégen Catalaanse onafhankelijkheid en vóór behoud van het institutionele status-quo, liefst wat meer vergrendeld dan thans. In feite is de discussie van de baan: de onafhankelijkheid komt er, maar het tijdsvenster waarbinnen de Catalaanse republiek effectief zijn beslag krijgt, moet zo gunstig mogelijk zijn en dan ook optimaal worden benut.

Vlaamse publieke en private tv-zenders slaan de bal dus volkomen mis, wanneer ze - zoals onlangs - het lokale verkiezingssucces van de volkspartij Podemos op 24 mei in Barcelona en elders beschouwen als een nederlaag voor de Catalaanse nationalisten. Ze loochenen daarmee de formele en informele netwerken die bestaan tussen die nationalisten en de sociale bewegingen. Natuurlijk zijn er veel linkse mensen in Podemos actief die Catalonië liever niet onafhankelijk willen zien: ze vrezen een identitair nationaal verhaal en vinden nationale versnippering niet goed voor de solidariteit.

In aanloop naar de parlementsverkiezingen van 27 september viel de Catalaanse sectie van Podemos uit elkaar in twee vleugels: de ene kiest voor het behoud van het huidige autonomiestatuut, de andere gaat onomwonden voor volledige onafhankelijkheid van Spanje. Een betere illustratie dat het autonomiedenken echt overal is doorgedrongen en zich niet partijpolitiek laat fixeren is er nauwelijks. Het lijkt er zelfs sterk op dat de protestpartijen die zich enten op de voortdurende sociaaleconomische malaise in Spanje de politieke eendagsvliegen zijn en al helemaal niet de nationalistische partijen. Die laatste vertolken expliciet niet meer of minder dan een onderstroom die in de brede Catalaanse samenleving manifest aanwezig is en die zich niet beperkt tot enkele maatschappelijke geledingen, zoals ondernemers of intellectuelen.

Het belang van een plan

De vervroegde verkiezingen van 27 september waren een nieuwe, grote overwinning voor de Catalaanse nationalisten. Ze waren door regeringsleider Artur Mas als een “daad van wettige zelfverdediging” aangekondigd en als “verkiezingen voor onafhankelijkheid”. Zoals aangekondigd, zou de verkiezingsuitslag beslissende stappen naar de vorming van een Catalaanse republiek wettigen. Op 7 november jongstleden nam het Catalaanse parlement dan een verklaring aan om het onafhankelijkheidsproces voorgoed te starten. Land en volk zullen zichzelf bepalen als een “subjecte polític i jurídic sobirà”, een “politiek en juridisch soeverein rechtssubject” - een autonome staat.

Het moge duidelijk zijn: de Catalanen rollen hun ‘Plan A’ uit. Zij verwachten geen structurele beterschap meer in de relatie van hun regio met de Spaanse staat. Zij hebben genoeg van valse pacificatiemechanismen die Catalonië al te lang aan het lijntje hielden. Dat het hard om hard kan gaan en dat Spanje niet zomaar van plan is de Catalanen te laten gaan, goed voor 16% van de bevolking en 20% van de Spaanse economie, is ondertussen ook al duidelijk geworden. Evenwel hebben de Catalanen doorgezet: ze zijn op dreef gehouden door de logica en de dynamiek van het proces dat ze jaren geleden weloverwogen in gang hebben gezet.


















De les voor Vlaanderen is duidelijk: indien een duidelijk plan naar staatkundige onafhankelijkheid in de politieke markt wordt geplaatst en enkele politieke partijen daar consequent naar handelen, dan zal dit ideeëngoed inzinken bij de bevolking en spoedig wijdverspreid zijn. Een plan wordt legitiem omdat het sluitend is, omdat het ‘klopt’. Het revolutionaire vinden we dan niet meer terug in de gedachte van een onafhankelijke republiek zelf, want die is dan ondertussen gemeengoed. De omwenteling voltrekt zich in de massale verschuiving van de politieke opinie richting partijen, organisaties en netwerken die ijveren voor die onafhankelijkheid. Die daartoe een ‘plan’ hebben. Wie een traject heeft naar onafhankelijkheid, wie dus de antwoorden klaar heeft op de ‘hoe’-vragen, die overtuigt wellicht al die mensen die vroeger eerder sceptisch stonden tegenover somtijds als bevreemdend ervaren antwoorden van de nationalisten op de ‘waarom’-vragen. Een goed, toekomstgericht plan overtuigt méér dan een ideologisch of dogmatisch verhaal over onrecht. Een inzicht om in Vlaanderen in een eigen vorm te gieten, met een eigen plan van aanpak. Een ‘Witboek Vlaamse onafhankelijkheid’ bijvoorbeeld.
Terug naar overzicht