In de kijker

Grondvest

Competentie is staatsgevaarlijk
17-7-2015
 

Bestuurlijke traditie

België heeft een lange traditie van grote overheidsapparaten. Ruim 800.000 mensen zijn tewerkgesteld bij vadertje staat, op alle niveaus. Grofweg is dat getal te verdelen over drie grote groepen: lokaal (gemeentes en steden), federaal (de Belgische staat) en deelstatelijk (gewesten en gemeenschappen). Een groot deel van de ambtenaren is op de rekening van de deelstaten omdat zij instaan voor onderwijs. Het federale niveau heeft een 80.000 ambtenaren (exclusief leger). Naar dit alles gaat een pak geld. De overheid geeft per ambtenaar gemiddeld 59.509,19 EUR uit in bruto-verloning.

 

Meer ambtenaren in Wallonië

In België zijn communautaire scheeftrekkingen legio. Geen dossier te bedenken of het stinkt, en het Belgisch ambtenarijdossier: dat is de overlopende beerput in putje zomer. In Mogadishu.

Om onverklaarbare redenen heeft Wallonië disproportioneel meer ambtenaren, niettegenstaande de economische activiteit in die regio een stuk lager uitvalt. Ondanks het rechtsbeginsel van de openbaarheid van bestuur is het toch niet zo eenvoudig om aan betrouwbare en precieze cijfers te komen inzake regionale verdeling van budgetten. Gelukkig voor ons zat de N-VA niet zo heel lang geleden in de oppositie met als gevolg dat er nog een hele hoop parlementaire vragen en antwoorden ter beschikking blijven. Daaruit blijkt het één en het ander. In 2012 waren 81.203 federale ambtenaren actief, daarvan waren 43.589 in Vlaanderen woonachtig, en 29.972 in Wallonië.  Wie zich de populatieverdeling nog wat kan herinneren weet dat dus volledig scheef zit. Vlaanderen heeft met 57,5% van de bevolking slechts 53,5% van het federale ambtenarenkorps, Wallonië (32,1% van de bevolking) zorgt voor 37% van de ambtenarij.

Via Vives weten we dat de Vlaming wel 60% betaalt van de federale belastingsinkomsten, Wallonië draagt slechts 30% bij. Meer betalen, minder krijgen, dat is een klassiek Belgisch verhaaltje voor de Vlaming. Wanneer we de ‘juste retour’-sleutel gebruiken, kunnen we merken hoeveel we precies meer mogen betalen.

De juste retour berekent wat een gemeenschap proportioneel aan haar belastingenbijdrage zou moeten terugkrijgen. In Vlaams geval betekent dit 60% (want Vlamingen staan in voor 60% van de inkomsten op deze post). We weten hoeveel een gemiddelde ambtenaar kost (cfr. supra) en hoeveel federale ambtenaren er zijn. Wanneer we deze vermenigvuldigen komen we op iets onder 5 miljard euro (4.832.324.755,57 EUR om precies te zijn). 60% daarvan bedraagt een kleine 3 miljard (of 2.899.394.853,342 EUR om precies te zijn). Maar Vlaanderen heeft een pak minder ambtenaren en ontvangt daar maar 2.593.946.082,91 EUR (aantal Vlaamse ambtenaren x gem. brutoloon). Dat is een nettotransfer naar Wallonië van maar liefst 305.448.770,432 EUR. Of maar liefst 305 miljoen euro (nu we toch al betalen kunnen we evengoed naar beneden afronden).

Paritaire kaders en Belgische logica

U zult ongetwijfeld al gehoord hebben over het principe van pariteit in onze regering, nl. dat er evenveel Vlaamse ministers als Franstalige ministers moeten zijn ongeacht onze demografische en dus democratische meerderheid. Immers, wat is uiteindelijk de kost van wat democratie op te offeren als we er dit prachtige land door kunnen houden, niet waar?

Wat minder gekend is, is dat er ook pariteit geldt voor de topkaders in onze ambtenarij. Vanaf het niveau directeur moeten er evenveel Franstalige topambtenaren zijn als Vlaamse. Evenveel, dus zelf niet proportioneel aan de verhoudingen van de bevolkingsgroepen, nee, 50-50. Soms is afkomst een beetje plaatsten boven competentie niet voldoende : nee, nee, je moet de schalen echt door de ramen gooien want je weet nooit niet wanneer de Vlaamse boeren in de administratie een coup zullen plegen.

Gortig zegt u? De vzw Belgisch Instituut voor Normalisatie windt er in zijn verwoording geen doekjes om “…de pariteit in de centrale administraties vanaf directeur, een essentiële waarborg voor de Franstalige gemeenschap en wordt het als een juridische gelijkheid gekwalificeerd. De pariteit wordt immers beschouwd als de hoeksteen van het verkregen vergelijk en van de wet, zodat slechts in beperkte omstandigheden ervan kan worden afgeweken. De maatregel strekt ertoe de Franstaligen in de structuren te betrekken en niet te discrimineren”. U leest het goed, het is niet de Vlaming die wordt gediscrimineerd door dit incompetentiebevorderend mechanisme, nee! Het zorgt ervoor dat de Franstalige burger niet zou worden gediscrimineerd. En in het geval u zou denken dat dit het standpunt is van één of andere obscure Franstalige lobbygroep waar zelf het FDF zich van heeft gedistantieerd, de vzw Belgisch Instituut voor Normalisatie is een instelling van openbaar nut onder voogdij van de Federale Overheidsdienst Economie. Het instituut is trouwens zelf nooit in orde volgens de jaarverslagen van de vaste commissie m.b.t. de 50-50-regel. Het zou bijna grappig zijn, moest het niet zo triestig zijn.

U mag dus meer betalen, u krijgt minder publieke werkgelegenheid, u wordt gediscrimineerd als u wilt doorgroeien en u krijgt een slechter openbare dienstverlening omwille van geïnstitutionaliseerd Franstalig cliëntelisme in de bureaucratie. Moet er nog zand zijn vraagt u? Volgende week krijgt u een vervolgstuk over ziekteverzuim in het Belgisch overheidsapparaat. U kijkt er vast naar uit.

Terug naar overzicht