In de kijker

Grondvest

Elf juli. Op zoek naar het juiste feest
10-7-2015
 

"11 juli behoort een dag te zijn van een gouden harmonie tussen vieren en plannen smeden."

Mochten wij honderd Vlamingen vragen hoe een elf juliviering moet georganiseerd worden, we zouden wellicht honderd verschillende antwoorden krijgen.

De Bourgondische Vlaming

Op een dag zoals elf juli, staat Vlaanderen bol van de gezellige en ludieke activiteiten die mensen samenbrengen in een gemoedelijke, muzikale en culinaire sfeer. Ook dat is één van de vele uitingen van onze identiteit. Wie dan naar buitenkomt kan zich onder de Vlamingen begeven, de polsslag van de Vlaamse samenleving voelen.

We weten dat Vlaamse symboliek niet iets ‘vies’ is. Het grootse wielerfeest, de Ronde van Vlaanderen, is een geelzwart gegeven, dankzij de steun van honderden vrijwilligers van de Vlaamse Volksbeweging, die op een warm onthaalde manier supporteren voor onze Flandriens. In het wielermilieu heeft de Vlaamse leeuw geen bittere connotatie. Integendeel!

Maar de Vlaamse leeuw naar buiten brengen is belangrijker dan wielrennen, het is ons symbool, van een natie in wording. Daarom is het een wezenlijk onderdeel van onze werking.

Valt er wat te feesten?

De Guldensporenvieringen hebben door de jaren één grote gemeenschappelijke deler: het versterken van de Vlaamse identiteit, tegenover de artificiële Belgische non-identiteit.

Maar die eendaagse activiteit volstaat niet om de Vlaamse druk op de Belgische ketel kokend te houden. Al zeker niet als het louter om festiviteiten gaat.

De elf julivieringen waren tot een decennia geleden bijeenkomsten zonder overheidssteun waar de Vlaamse grieventrommel nog eens werd geroerd en de Vlaamse politieke kaste wakker werd geschud door ze te confronteren met hun politieke beloftes en verantwoordelijkheid.

Het was het moment van het jaar, waar heel wat Vlaamse organisaties, zich optrekkend aan een roemrijk historisch verleden, de Vlaamse politieke kaste al dan niet publiekelijk bejubelden of in hun spreekwoordelijke hemd zetten. Dat laatste gebeurde al wat vaker, bij terugkerend gebrek aan ‘vijf minuten politieke moed’.

De keerzijde van de medaille

Hoe radicaal die vieringen ook waren, de beperkte actieradius van die oude Vlaamse beweging is één van de oorzaken dat vele elf julivieringen niet meer waren dan een radicaal onderonsje zondermeer.

Het is de taak van de Vlaamse Volksbeweging om verder te reiken dan de eigen comfortabele wateren, de spreekwoordelijke 51ste Vlaming te overtuigen dat het enige middel dat Vlaanderen uit het verlieslatende en ondemocratische moeras kan sleuren onafhankelijkheid is.

De slinger te ver laten gaan

Onder het mom de eigen catacomben te verlaten heeft de toenmalige minister van cultuur Bert Anciaux de hele boel ‘opgesmeten’. Elf juli moest een groot straatfeest worden. Denk maar aan de ‘Anciauxcheques’. Eigenlijk is het dat wat gebeurd is. Elf juli is een straatfeest geworden. En daarmee uit.

Er is natuurlijk niets mis met zomerse gelegenheden om ervan gebruik te maken om het sociaal weefsel in straat of wijk te versterken, in tijden van vereenzaming en zelfzucht.

Maar elf juli volledig van zijn Vlaamse krachtige symboliek ontdoen, was het dat waar het Anciaux om te doen was? Rechtmatige kritiek op het Vlaamse en federale niveau tenietdoen? Recenter zei Anciaux in Doorbraak: “11 juli is een feestdag om als gemeenschap onszelf te vieren, maar laten we alstublieft nu ook weer niet overdrijven.”

Wat bedoelt Anciaux met “overdrijven”? Dat we geen politieke inhoud meer mogen brengen? Dat we establishmentvriendelijk moeten worden? Dat elf juli naadloos zou kunnen opgaan in de ruime zomerfestivalkalender (een kalender die overigens van wereldklasse getuigt, daar niet van)?

De gulden middenweg

Elf juli hoort meer te zijn dan alleen maar een culinair en muzikaal volksfeest.

Het leent er zich toe om de politiek te evalueren. Geraken we verder dan gisteren? Want de toekomst, daar is het ons om te doen. En om toekomstgericht te zijn, moeten we verder durven varen dan de bekende kustlijnen. We willen dus vissen in het water zijn, dat wil zeggen zonder de beperkte radius van vroeger. Maar vissen met tanden.

Daarom maak ik graag van mijn tanden gebruik om het belang van elf juli als officiële feestdag te benadrukken. Dan geeft het Vlaams niveau een duidelijk signaal dat voor Vlaanderen niet ondergeschikt is aan het federale niveau.

Dus laat ons feesten, maar laten we niet vergeten te werken! 11 juli behoort een dag te zijn van een gouden harmonie tussen vieren en plannen smeden.


Bart De Valck, voorzitter Vlaamse Volksbeweging.
Terug naar overzicht