In de kijker

Kalender

Grondvest

Mag het een miljardje meer zijn?
6-7-2015
 

“Show me the money, Jerry!”

Wat moet Vlaamse onafhankelijkheid kosten? Een heikele kwestie. Zelfs Gerolf Annemans en Steven Utsi raakten het onderwerp niet aan in hun boek ‘De Ordelijke Opdeling’ (2010-2012), dat voor de rest toch op zowat alles een antwoord klaar had: wat bij uiteenvallen van het federale België - gesplitst moest worden. Remi Vermeiren, voormalig KBC-man en animator van de denkgroep ‘In de Warande’, zette er zich aan. In zijn jongste boek, ‘België - De onmogelijke opdracht’ (2014), berekent hij wat de afwikkeling van de Belgische staatsschuld aan Vlaanderen zou kosten. Langs de andere kant probeert hij met zijn denkgroep zicht te krijgen op de baten van de opdeling van de federale staat, onder meer een afbouw van de interregionale geldstromen, de Vlaams-Waalse transfers.

In discussies over de transfers en over de ontbinding van België heeft precies cijferwerk de verdienste om het debat zuiver en gericht te helpen voeren. We wijdden er al een vorige bijdrage aan. Dat houdt de media evenwel niet tegen om die precieze cijfers uit hun context te rukken en er een eigen, even foutief als smeuïg, verhaal mee op te dissen. Vlaamse transferrekenaars zijn er dan aan voor de moeite. Ook het boek van Vermeiren c.s. kwam terecht in deze manipulatiemolen. Hij stelt voor dat Vlaanderen 55% van de publieke schuld op zich zou nemen, omgerekend meer dan 200 miljard. Tegelijkertijd zouden de transfers in de sociale zekerheid nog 15 jaar blijven voortduren, wat het totale kostenplaatje op 237 miljard Euro zou brengen. De denkgroep benadrukt het grote terugverdieneffect voor Vlaanderen van de splitsing van België, niettegenstaande de kosten.


Even terzijde, maar toch: net om elke verrottingsstrategie en een ontsporing van de rente op schuldpapier de pas af te snijden, is het van belang dat Vlaanderen snel en assertief handelt en zich op het beslissende ogenblik niet in de war laat brengen door bestuurlijke ongehoorzaamheid van bijvoorbeeld Brusselse of Vlaams-Brabantse burgemeesters van Franstalige signatuur. Indien wordt geaarzeld, dreigt Wallobrux Vlaanderen op snelheid te pakken en financieel en territoriaal (in de Vlaamse Rand rond Brussel) te chanteren, met inderdaad een rentestorm tot gevolg - waarvoor Vlaanderen dan opdraait.


Toch werd het in de berichtgeving eenzijdig voorgesteld alsof de kring rond Vermeiren van mening was dat Vlaamse onafhankelijkheid hen wel 237 miljard waard was of erger dat het zelf veel meer dan dat zou kosten! En dan waren er de onvermijdelijke academici met sterk Belgisch-behoudende reflex, zoals Paul De Grauwe (momenteel London School of Economics), die wezen op het rentespook bij een aanslepende crisis. Journalistiek én intellectueel eerlijk is anders. Alle politici, denkers en schrijvers die concrete ideeën op papier hebben proberen te zetten over de afwikkeling van het federale België, hebben immers uitdrukkelijk afstand genomen van onverantwoorde speculatie op een langdurige regimecrisis.

Potje breken, potje betalen

Nu, wat die intrestlasten op de staatsschuld betreft, daar wees aanvankelijk onderzoek uit dat het Wallonië was dat voor het leeuwendeel van de schulden verantwoordelijk tekent. En dus in principe voor de rente die op die schulden dient betaald te worden. Over dit publiek geheim - het PS-gat in de Waalse hand - konden uiteraard nauwelijks misverstanden rijzen. Anders is het wat de precieze berekening betreft. De vereffening van de rente op de staatsschuld verloopt namelijk via de zogenaamde ‘geconsolideerde rekeningen’, dat wil zeggen dat alle rekeningen van alle overheden in dit land worden opgeteld om vervolgens de intrest te betalen. Omdat de deelstaten in dit land geen fiscale autonomie de naam waardig bezitten, vloeit er zo’n 6 miljard Euro van Vlaanderen naar Wallonië. In feite draait Vlaanderen dus helemaal zélf op voor de afbetaling van de openbare schuld. De Vlaamse, Waalse en Brusselse overheden betalen de schuld niet rechtstreeks mee af; wel kan worden gevraagd om op hun begrotingen bepaalde bedragen te blokkeren om budgettaire inspanningen te leveren. Vlaanderen doet dit trouw; Wallonië laat weten er vierkant zijn voeten aan te vegen als dit niet in overeenstemming wordt geacht met het Waals (PS-)belang.

Niet toevallig is de jaarlijkse rentelast op de staatsschuld van dezelfde grootteorde als het totale transferbedrag. Of de transfers van de rentebetaling op de openbare schuld kan of mag worden samengeteld met de drie andere transferkanalen, daar bestaat behoorlijk wat discussie over.

Laten we wel wezen: Vlaanderen betaalt de staatsschuld af. Nu al. Dat geeft ons een competitief voordeel in de afwikkeling van de Belgische staat, althans wat de financiële kant van de zaak betreft. Want als we al het leeuwendeel van de staatsschuld hebben afbetaald, moeten we ook minder op ons nemen bij de ordelijke opdeling (en kunnen we indien gewenst concessies afdwingen bij grotere opname).

Terug naar overzicht