In de kijker

Kalender

Grondvest

N-VA strijdt met Sisyfus tegen de transfers
23-6-2015

Een wending van haar marsrichting bracht de N-VA na de verkiezingen in de regering. Natuurlijk was de partij de grootste van alle Vlaamse - en Belgische - formaties. Ze was in feite ‘incontournable’. Maar vooral de belofte om het communautaire in de koelkast te stoppen gaf de doorslag. De boodschap luidde dat Vlaanderen een herstelregering op de been zou brengen om te geven wat de Vlaming vroeg: een centrumrechts antwoord op maatschappelijke problemen, geen afrekening met het communautaire als zodanig door radicaal voor Vlaamse onafhankelijkheid te kiezen.

De kritiek van een deel van de Vlaamse Beweging op het pact van Vlaamse centrumrechts met de MR is dat de N-VA zou gaan aantonen dat België ‘kan’ werken, terwijl dat eigenlijk niet klopt gezien de hoogst uitzonderlijke, zelfs buitenissige coalitie: door de pariteit gaat de helft van de ministersposten naar slechts één Franstalige coalitiepartner, de MR. Tevens dreigt de PS federaal opnieuw het roer mee in handen te krijgen bij de volgende verkiezingen want in dat mechanisme zijn geen veranderingen gebracht en dat zal dan meteen het einde betekenen van alle ‘Vlaamse’ hervormingen van België. N-VA-voorzitter Bart De Wever kent zijn klassieken. Hij zou dus ook de mythische Sisyfus moeten kennen, die vruchteloos een grote steen de berg oprolde: net op het moment dat hij dacht de top te hebben bereikt, ontglipte het rotsblok hem.

Met een uitspraak dat de transfers met  5% zijn gedaald, anticipeert (te vroeg, want de VIVES voorspelt de daling pas vanaf 2018) De Wever op de overschrijding van de houdbaarheidsdatum van zijn partijstrategie. Voor dat percentage haalt hij zijn mosterd bij VIVES-medewerker Geert Jennes, die medio april de impact van de regeringsmaatregelen berekende op de transfers. De Wever legt uitdrukkelijk het verband tussen sociaaleconomisch herstel en een afbouw van de interregionale geldstromen. Dat is op zich correct (als je de overheidstaart kleiner bakt, kan je ook minder ‘delen’) maar de daling van de transfers is eerder een nevenproduct, wat opvalt is dat de geldstromen als zodanig niet worden geproblematiseerd. Andere Vlamingen in de regeringen van dit land doen dat evenmin. Grote beloften doen over een hervorming van de intergewestelijke solidariteit kan een kwalijk electoraal boemerangeffect hebben.

Soms als pasmunt, dan weer als communautaire afpersingstruc maken de transfers dus integraal deel uit van het institutionele kluwen van België. Is een Vlaamse partij dan ‘goed bezig’ als de afdrachten van onze welvaart met enkele percentieltjes dalen? Over het totaalbedrag van de transfers horen we van onze politici geen woord - of we moeten wachten op de door minister-president Geert Bourgeois (N-VA) recent aangekondigde transferstudie. Nochtans behoren de cijfers gekend te zijn. Indien niet: een eenvoudig belletje naar VIVES volstaat ruimschoots. Of u kan ook hier klikken.

De begrotingstekorten en de staatsschuld afbouwen doen de transfers dus dalen. Maar is de huidige afname van de geldstroom ook goed voor Vlaanderen? Afnemende transfers zijn nog altijd transfers en het is Vlaanderen die de inspanning levert om ze te doen krimpen. Een daling van het Vlaamse aandeel in de belastingopbrengsten (van 60,47% naar 60,37%) en de financiering van de sociale zekerheid (van 65,76% naar 64,44%) is, nominaal gesproken, een gunstige evolutie. Daartegenover staat dat de marge in Wallonië om te besparen veel groter is, omdat daar bijvoorbeeld heel wat meer misbruiken zijn in de genieting van uitkeringen. In Vlaanderen doen de besparingen veel meer pijn. De Vlamingen zitten al op hun tandvlees. Daarom is het maar de vraag of een duurzame begroting in evenwicht vanaf 2018 echt mogelijk zal blijken. Die doelstelling veronderstelt immers dat de veerkracht van Vlaanderen, de economische locomotief van België, geen schade oploopt.

Wat is het alternatief? Een zevende staatshervorming, dus opnieuw bevoegdheden overhevelen naar de deelstaten? De resoluties van maart 1999, gestemd in het Vlaams Parlement, stelden een defederalisering van belangrijke luiken van sociale zekerheid in het vooruitzicht, in elk geval méér dan de splitsing van de gezinsbijslagen in het bestek van het Vlinderakkoord. Zolang de federale staat de middelen blijft ophalen waarmee de deelstaten hun noden - die overgehevelde bevoegdheden - blijven financieren, dreigt dat net de transferstroom aan te zwengelen. Inderdaad: op dit moment is de PS federaal van de macht verdreven, maar in Wallonië maakt ze nog steeds de dienst uit. Elke nieuwe bevoegdheid dreigt te ontaarden in een bijkomend risico op een abjecte bestedingspolitiek met publieke middelen, afkomstig uit Vlaanderen.

De transfers vormen dus een probleem als zodanig. Het is geen zaak van ijkpunten uitzetten om x of y procent ‘minder’ welvaartsafdrachten op te tekenen. De sleutel tot een oplossing is veeleer volledige fiscale autonomie voor de deelstaten en dus niet de 34% op- en afcentiemen waarover Vlaanderen thans kan beslissen. Een delegatie van de uitoefening van bevoegdheden dreigt perverse effecten uit te lokken, zeker in een land zoals België - met een snel verder verzwakkende democratische legitimiteit. Fiscale autonomie behelst soevereiniteit over de belastbare grondslag, de tarieven en de inningsmodaliteiten… Juist: dat zijn de prerogatieven van een nationale staat, niet van een deelstaat.

 

Terug naar overzicht