In de kijker

Grondvest

Wachten op Godot
15-6-2015

Wallonië kampt in verhouding met veel meer werklozen dan Vlaanderen*. Dat statistische feit is wijdverspreide kennis, ondanks de vele recentelijke mediapogingen om te laten uitschijnen dat het al bij al niet zo erg gesteld is met betrekking tot werkloosheid in Wallonië (1, 2, 3, 4, 5, …) of a fortiori dat Wallonië verantwoordelijk is voor de verbetering in werkloosheidscijfers.

 

Maar laat u vooral geen blaasjes wijsmaken, hoewel het juist is dat Wallonië soms in verhouding betere verbetercijfers kan voorleggen kan ze nooit betere cijfers voorleggen. De RVA houdt de cijfers van vergoede werklozen degelijk bij. Volgens cijfers van de RVA zijn er 290.363 uitkeringsgerechtigde werklozen in Vlaanderen te vinden; in Wallonië 251.334. Rekening houdende met de respectievelijke bevolkingsaantallen op basis van statbel is dat 1 werkloze op 22,4 Vlamingen en 1 werkloze op 13,9 Walen. Al jaren zit daar iets structureel mis.

 

Maar nergens in de werkloosheid is de scheeftrekking zo scheef als in de oude wachtuitkeringen (thans de inschakelingsuitkeringen - van eufemistische Newspeak gesproken - ). In België is het mogelijk om wanneer men van de schoolbanken gaat een uitkering te genieten (sinds Michel I moet men jonger zijn dan 25 jaar). Afhankelijk van de levenssituatie en leeftijd gaat het over een bedrag van rond de 1.000 euro. In Vlaanderen zijn er 10.954 ‘inschakelaars’ in Wallonië 22.013. Dat is maar liefst het dubbele in absolute cijfers en bijna het vierdubbele in relatieve (t.o.v. bevolkingsaantallen). Door de studies van VIVES weten we dat van het totale aandeel in belastingen die naar de financiering van de sociale zekerheid gaan (werknemersbijdragen, zelfstandigenbijdragen en staatstoelagen/alternatieve financiering) Vlaanderen maar liefst 63,9% betaalt.

 

Als we de verdeelsleutel van VIVES gebruiken De (de juste retour berekent de uitgaven indien deze uitgaven 100% in verhouding zouden hebben gestaan tot de tot de bijdragen tot de financiering van de sociale zekerheid per gewest) zou Vlaanderen 63,9% van de totale inschakelinsuitkeringen (36.967) moeten ontvangen of 23.622 inschakelingsuitkeringen waar ze er in werkelijkheid maar 10.954 ontvangt (cfr. supra). Dat zorgt voor een directe jaarlijkse transfer naar Wallonië van 152 miljoen euro (het verschil tussen de werkelijk ontvangen uitkeringen en de juste retour x het gemiddelde uitkeringsbedrag x 12 maanden).

 

Bovengenoemd deelbedrag is heel tastbaar en een Vlaamse soevereine staat zou er heel wat mee kunnen doen. Maar we begrijpen bij de Vlaamse Volksbeweging best dat jongerenwerkloosheid meestal hoger is dan de algemene (en dat is in Vlaanderen ook zo). Jongeren hebben minder werkervaring en zijn een kwetsbare groep. Wat frappant Belgisch is, is dat we opnieuw ‘worst of both worlds’ krijgen (het slechtste van de mogelijke pistes). We betalen aan weinig mensen uitkeringen uit (wat voor een deel een politieke keuze is), maar voelen dat verschil niet in onze openbare portefeuille: ze is namelijk even leeg. Als zure kers op de Belgische taart krijgen we een bestuurlijke catch 22 die zo inherent is aan België: ofwel kiezen we voor een unitair activeringsbeleid waar we als Vlamingen wel nog druk kunnen op uitoefenen maar dan hebben we een beleid dat niet volledig van ons is ofwel defederaliseren we het activeringsbeleid maar dan hebben de Walen een volledig Waals (en dus laks) activeringsbeleid waar wij de rekening toch van mogen betalen want de werkloosheidsuitkeringen zelf zijn sowieso federaal. Vlamingen kunnen niet winnen in de Belgische constructie, men kan beter wachten op Godot.





* Brussel hebben we buiten beschouwing gelaten. Hoewel het Brussels Hoofdstedelijk Gewest disproportioneel veel werklozen heeft, produceert zij heel veel welvaart waardoor ze een netto-bijdrager is in de sociale zekerheid.

Terug naar overzicht