In de kijker

Kalender

Grondvest

Sociaal wonen in WalloniŽ, asociaal laten betalen door Vlaanderen?
1-6-2015


U zal er waarschijnlijk al van gehoord hebben: de problematiek in het sociaal woonbeleid. De ellenlange wachtlijsten, discussies over rechtvaardigheid in de toekenning van een woonst, het is een problematiek die niet lijkt af te koelen.


Maar achter deze problematiek zit een andere scheeftrekking verborgen. Zoals elk Belgisch dossier een stevig communautaire zijde heeft, is dat ook het geval voor de problematiek van sociale woningen.

 

Wat wel al langer bekend is, is dat er een ernstig verschil aanwezig is tussen het aantal sociale woonsten in verhouding tot de bevolking van Wallonië en die van Vlaanderen (en het Brussels Hoofdstedelijk Gewest). In Vlaanderen zijn er 147.196 sociale woningen. Indien we dit omrekenen naar het aantal inwoners in Vlaanderen bekomen we een verhouding van 1 sociale woonst op 44 inwoners. Als we hetzelfde berekenen voor Wallonië (101.000 sociale woonsten in het Waalse Gewest) verkrijgen we een verhouding van 1 sociale woonst per 36 inwoners. In het Brussels Hoofdstedelijk Gewest (39.313 sociale woonsten) bekomen we zelfs een verhouding van 1 op 30!

 

An sich hoeft dit geen politiek probleem te zijn. Het sociaal woonbeleid is gedefederaliseerd en wordt georganiseerd door de huisvestingsmaatschappij die bevoegd is voor het gewest waar een inwoner van België woont. Gewesten kunnen dus zelf kiezen wat voor sociaal woonbeleid wordt uitgebouwd. Dat is overigens precies wat de Vlaamse Volksbeweging wil: een situatie waarin de danig verschillende democratische wensen van de verschillende bevolkingsgroepen in België beter tot uitdrukking kunnen komen, dus een situatie waar we kunnen spreken van een Vlaamse en Waalse natie die soeverein hun eigen beleid uitstippelen.

 

Problematisch aan deze toestand is wel de verantwoording  voor de besteding van de middelen. De deelstaten van België zijn nog steeds voor een groot deel van hun middelen aangewezen op het federaal niveau (de zgn. ‘dotaties’), wat dus wil zeggen dat de deelstaten hun centjes krijgen van vadertje (Belgische) staat - waaraan Vlaanderen meer aan bijdraagt. Bovendien is het zo dat Wallonië historisch gezien meer tekorten boekt dan Vlaanderen door haar groter uitgavenbeleid. Dat Vlaanderen overschotten boekt en Wallonië tekorten, zorgt voor een onrechtstreekse transfer via de staatsschuldafbetalingen en hun intrestlasten. Deze grote vierde post in de transfers hebben de transfers tijdelijk zelf exploderen tot 16 miljard!

 

Als zodanig lijkt deze vorm van solidariteit niet geheel onlogisch, gezien Wallonië een gewest is met grotere armoede. Helaas haalt de waarheid ook die instinctieve logica in. In Vlaanderen was er eind 2013 sprake van 107.351 kandidaten op de wachtlijst voor een sociale woonst, in Wallonië slechts 37.983. Dat wil dus zeggen dat we in Vlaanderen slechts 57,82% van alle noodhebbenden (= mensen op wachtlijst + mensen met een sociale woning) kunnen voorzien van een sociale woning terwijl men in Wallonië 72,67% van alle noodhebbenden kan voorzien. Net zoals dat het geval is met de discrepantie in de magistratuur zorgt ook deze scheeftrekking ervoor dat we een slechter sociaal woonbeleid verkrijgen.

 

Deze informatie ontbloot al een pijnlijk gegeven maar is niet het laatste ingrediënt van de ranzige taart. In 2010 werd n.a.v. een parlementaire vraag van Marc Hendrickx het cijfermateriaal met betrekking tot de niet-ingezetenen (die mensen van wie het oorspronkelijke domicilie buiten de regio van de aangevraagde sociale woning ligt) in de sociale woningen van Vlaanderen vrijgegeven alsook het aandeel van aanvragers uit Wallonië en Vlaanderen. Maar liefst 7,4% van alle niet-ingezetenen komt uit Wallonië of het Brussels Hoofdstedelijk Gewest. Dat is goed voor 1.880 sociale woningen, vermenigvuldigd met de gemiddelde kostprijs van een woonst in Vlaanderen bekomen we maar liefst  435 miljoen euro aan verdoken maar rechtstreekse transfers. Uiteraard is de grootste concentratie aan Franstalige aanvragers te vinden in Vlaams-Brabant en de Rand (tot zelf 25% van alle aanvragers!). Wanneer we bedenken dat het grootste gedeelte van deze Franstaligen op lijsten stemmen die het verzet organiseren tegen elk Vlaams inburgeringbeleid, dan wordt het verhaal helemaal te gek: de Vlamingen betalen letterlijk voor hun eigen verfransing!

 

Kortom: de Vlaming krijgt een relatief geringer sociaal woonbeleid, mag indirect meebetalen voor het uitgebreidere sociaal woonbeleid in Wallonië én mag op directe manier een gigantisch verdoken bedrag betalen aan Franstalige nieuwkomers, wat bijdraagt bij aan de verfransing van onze regio.

 

Bestaan er in feite een grotere goedzakken dan de sale flamands’?

Terug naar overzicht