In de kijker

Kalender

Grondvest

Rudi Vervoort: meester bliksemafleider
12-4-2016
 


Met de recente aanslagen in Brussel en Zaventem blijkt het Brusselse politiezonedebat - dat in november vorig jaar al danig verhitte - tot een kookpunt te komen. De Vlaamse kritiek op het archaïsche Brusselse systeem van 19 gemeenten en 6 politiezones was zodanig persistent en zeldzaam eensgezind dat de Brusselse francofonie bij monde van Brussels minister-president Rudi Vervoort (PS) het taboe (‘het komt van Vlaanderen, dus het is onbespreekbaar’) dan toch doorbrak. Eenmaken van de politiezones (laat staan de 19 gemeenten) ligt niet op tafel, maar Vervoort heeft wel een ‘alternatief’. Zijn alternatief draagt volgende krachtlijnen aan:

  • preventie en veiligheid coördineren ‘boven’ de burgemeesters; een opdracht die hij sinds de laatste staatshervorming betrekkelijk autonoom kan uitrollen (hierdoor zouden de nadelen van ‘zes zones’ wegvallen);
  • een regionaal crisiscentrum oprichten dat kan reageren bij acute nood;
  • coördinatie van de preventie van radicalisering (vooralsnog een taak van de gemeenten);
  • meer middelen, want er is een personeelstekort in de Brusselse politiezones.

Is dit een ‘verdienstelijke beleidspiste’, zoals Servais Verherstraeten (CD&V) op Twitter plaatste?

Geen beveiliging maar politiek spelletje

Wat Rudi Vervoort vooral wil bekomen met deze politieke ballon - want dat is het - is niet het beveiligen van de hoofdstad. De coördinatie ‘boven’ de burgemeesters vervangt die burgemeesters niet; er komt dus geen echte eenheid van commando, louter een extra niveau met beperkte inspraak boven de 19 burgemeesters en 6 politiezones. Laat staan dat ook die gemeentes één worden gemaakt. Ook het regionaal crisiscentrum dat gemeenteoverschrijdend moet werken, zal hetzelfde beperkte nut hebben. En hoe preventie van radicalisering gecoördineerd door een PS-bestuur betere resultaten kan opleveren is ons niet duidelijk; is het niet door het PS-cliëntilisme en het halsstarrig weigeren van de Vlaamse visie op integratie dat we nu staan waar we staan?

Wat het personeelstekort betreft, die vraag is als zodanig misschien niet onterecht ook al hebben de Brusselse politiezones de grootste politieconcentraties van het land. Onder de huidige omstandigheden is het allesbehalve onredelijk om te spreken van te weinig slagkracht. Maar ook dat los je, minstens gedeeltelijk, op door de schaalvoordelen te verwelkomen die bij een eenmaking van de politiezones horen. Schaalvoordelen zorgen ervoor dat er beter arbeid verdeeld kan worden, dat je niet telkens opnieuw aparte rollen per politiezone moet inrichten, dat de arbeidsproductiviteit van de politieagenten toeneemt… Dus: er komt dan mankracht vrij die je elders kan inzetten.

Une et indivisible?

Waarom komt Vervoort met zulke halve maatregelen in plaats van gewoon dat politiezonezootje ‘une et indivisible’ te maken, zoals ook experts als professor Ponsaers (UGent) vragen? Omdat de Franstaligen te veel machtsbelangen te verliezen hebben. De Franstalige baronnen annex burgemeesters willen niet inbinden op hun posities. C’est simple comme bonjour. Dergelijke ballonnen werden overigens al opgelaten, in 2008 pleitte toenmalig minister van binnenlandse Zaken Patrick Dewael al voor zo’n crisiscentrum na rellen in Brussel. Daar werd toen niets mee gedaan, net zoals daar hoogstwaarschijnlijk nu niets mee gedaan zal worden.

Het echte doel dat deze voorstellen hebben is een rookscherm bouwen tot wanneer de mediastorm weer gaat liggen en de aanhoudende Vlaamse politieke druk weer afkalft. Een kat-en-muisspelletje met de Vlaamse Leeuw totdat die buiten adem geraakt. En tot een volgende crisis - terreur of geen terreur - een nieuwe ballon vergt. En de volgende. Enzoverder. Hoog tijd dat de Vlaamse politiek deze cynische Franstalige processie van Echternach niet meer tolereert, maar orde op zaken stelt in haar hoofdstad. De negentien gemeenten en de zes politiezones zijn een bewust gedoogd diep uitgebouwd institutioneel mijnenveld dat de Vlaamse opmars moet vertragen. Ze behoren tot de achterhoedestrategie van de Franstalige politieke klasse. Tant que ça dure…

Terug naar overzicht