In de kijker

Grondvest

INTEGRAAL: Bart De Valck tijdens Dodenherdenking: terug naar waar het begon
8-11-2015
 

Terug naar waar het begon




Beste VVB-sympathisanten,
Beste leden en mede-organisatoren van VOS,
Vlaams-nationalisten,
West-Vlaamse gastvrouwen -en heren,


Het ontstaan van de moderne Vlaamse beweging; de frontbeweging.

Naar aanleiding van een VVB-herdenking, ter nagedachtenis van 9 gefusilleerde frontsoldaten, onder wie Henri Reyns, op 17 mei in Oostvleteren zei ik het volgende:

“Er wordt wel vaker gezegd dat oorlog het slechtste in de mens naar boven haalt en het ware gelaat van een regime in al haar facetten toont. Een hoofdstuk uit onze gemeenschappelijke geschiedenis dat ons herinnert aan de politieke en militaire grootheidswaanzin, dat omwille van de grandeur die dag niet zag op negen mensenlevens.”

Net zoals soldaat en arbeider Henri Reyns symbool stond voor de sociale en taalkundige achteruitstelling van duizenden Vlaamse soldaten aan het IJzerfront. Negen burgerlijk ongehoorzame “Flamingants” die op dat moment niet pasten in het plaatje van de francofone oprichters van de Belgische staat.

Opkuisen, weg ermee, zonder pardon tegen de paal. Excessen in het belang van het behoud van de eenheidsstaat, heette dat toen.

Excessen? In hoeverre zijn die moreel toelaatbaar en hoelang kunnen die verzwegen en vergoelijkt worden? Hoever kan een regime gaan om kost wat kost zijn opgedrongen staatswil wet te maken?

Op 1 september van dit jaar blies de islamitische terreurgroep de 2.000 jaar oude tempel van Palmyra op, met 2 ton explosieven. Ongezien, beelden die de wereld nogmaals schokten en in ongeloof storten. De Verenigde naties noemen dit terecht een regelrechte aanslag van IS op de geschiedenis en de cultuur van Syrië. En voor u denkt dat dit een exotisch fenoneen is; in 1925 werden in Oeren, in opdracht van de Belgische regering, vakkundig 500 heldenhuldenzerkjes vernield. Wees gerust. De opdrachtgevers hadden zich goed ingedekt. Het alibi was op zijn Belgisch bikkelhard; een tekort aan steengruis voor de spoorwegbedding Diksmuide-Nieuwpoort en de uniformering van de Belgische heldenzerkjes. Steengruis!

Beide handelingen zijn in hun essentie het vernietigen van een bestaande of groeiende identiteit, niets anders!

Ø  Ging het hier niet om de laagste vorm van staatsnationalistisch cynisme?

Ø  Ging het hier niet om een poging om families van Vlaamse frontsoldaten tot in het diepste van hun ziel te kwetsen en te krenken, door letterlijk de laatste herinnering aan hun geliefden tot puin te verwerken?

Ø  Waren dit niet de eerste symptomatische verschijnselen van zelfgenoegzame Belgisch-francofone frustratie van een ongeduldige staat die op terrein geconfronteerd werd met de limieten van haar verdere bestaansredenen?

Ø  Ging het hier niet om een staatsapparaat naar Frans centralistisch model dat de lagere bevolking wou dwingen in een Belgische richting door vernederingen, kampen, executies tot en met het vernielen van graven en in een latere fase het opblazen van de eerste IJzertoren?

Vandaag zijn ze misschien niet zo lomp, de Belgische krachten, en een stuk subtieler. Maar cynisch zijn ze nog evenzeer. Pro-Belgische historici als Sofie de Schaepdrijver blijven de sociale en taalkundige wantoestanden aan het IJzerfront afdoen als verwaarloosbare akkefietjes.

Is dat objectieve geschiedschrijving? Of is dat therapeutisch schrijverschap met als doel de eigen Belgische pseudo-identiteit te projecteren op de maatschappij?


Vlaamse vrienden,

Op 11 november van vorig jaar startte de VVB met de 11-novembercampagne “Van zelfbestuur naar onafhankelijkheid”.

Een verwijzing naar het historisch kantelmoment waar de Vlaamse beweging in de loopgrachten van het IJzerfront zich omvormde van taalkundige cultuurbeweging naar politieke en sociale ontvoogdingsbeweging.

De Frontbeweging onderging onmiskenbaar in die vier jaren oorlog een ware metamorfose.

In de kilte en de moedeloosheid van elkaars miserie zochten jonge ontheemde jongens elkaar op om de heimwee naar huis te verdrijven. Jonge mannen van wie de meesten nooit hun eigen veilige kerktoren onderuit kwamen, werden van de ene dag op de andere in een immens apocalyptische Europese menselijke slachtpartij gedropt. Ook de Vlaamse voormannen van het eerste uur, die vanuit hun romantische liefde voor Vlaanderen en hun sterk geloof in God gedreven aan het front terechtkwamen, kregen een koude werkelijkheidsdouche te verwerken.

Het “arme Vlaanderen” van Pater Stracke kreeg er een waar gelaat en heel wat overbodige romantische heraldiek werd er snel door het slijk, bloed en tranen weggespoeld. Zorg dragen voor elkaar primeerde; gemis en angst en onzekerheid moesten worden gezalfd door contact met de familie te onderhouden. Geletterden waren vaak Vlaamsgezinde studenten die voor hun kameraden de brieven naar hun familie opstelden. Een hele geruststelling. “Mijn familie krijgt nieuws van mij dankzij mijn eerst onbekende barakgenoot. Nu mijn steun en toeverlaat.” Pure menselijke dankbaarheid voor de kleine dingen die hen nog een sprankeltje hoop in de duistere eindeloze oorlogsdagen gaven.

Zelfs de gematigden en in den beginne niet geëngageerde lagere Vlaamse officieren, brancardiers en aalmoezeniers konden niet langer hun opgestapelde frustratie verbergen voor die officieren die het laatste greintje onbegrip en misprijzen in het Frans uitschreeuwden naar die duizenden Vlaamse rekruten. Ook zij werden in de armen van de frontbeweging gedreven.

Toen bestond er helaas nog geen centrum van gelijke kansen en racismebestrijding die de strijd kon aangaan met de institutionele discriminatie die uitging van het Belgisch leger.

Toch verspreidde het verzet zich als een vuurtje en de frontbeweging kon naar het einde van WO 1 rekenen op 5.000 actieve leden.

 

Waarom deze herdenking, Vlaamse vrienden? Waarom organiseert de VVB op deze dag in een godvergeten gat een bijeenkomst als deze? Hier, zo ver weg van de grote herdenkingen, gepatroneerd en mediatiek bijgewoond door de vooraanstaande bestuurders van de Belgische staat?


 

De motieven van de frontbeweging zijn conceptueel dezelfde als onze beweging, vrienden. De VVB blijft erin geloven dat enkel een onafhankelijke politieke Vlaamse staatsstructuur, waarvoor wijzelf (Sinn Feinn), de voortrekkersrol op ons willen nemen, noodzakelijk blijft om de politiek op het gezonde spoor te krijgen en te houden.

Met dat doel voor ogen en met de Vlaamse vruchten die we al hebben, mogen we niet vergeten dat onze plaats vandaag er is dankzij de inzet en het lef van de vorige generaties Vlaamse bewegers, die vaak in moeilijke omstandigheden vochten voor Vlaamse basisrechten in een Nederlandsonvriendelijke moederstaat. Maar ook en vooral om de Vlaamse overheid ertoe aan te zetten meer te durven investeren in objectief geschiedenisonderwijs, opdat de komende generaties hun historisch besef niet zouden verliezen, voor zover dat nu al niet aan het gebeuren is. En we weten allen dat de toekomstkansen van ontwortelde naties veel lager liggen. Dat de Vlaamse overheid ook moge beseffen dat ook hun kracht, geloofwaardigheid en gezag staat of valt met een sterke gemeenschappelijke Vlaamse culturele identiteit en geschiedenis.

Is die roep om een politiek en cultureel verankerde Vlaamse identiteit niet de kerntaak die de Frontbeweging na 100 jaar met de Vlaamse onafhankelijkheidsbeweging verbindt?

Het is zo dat de politieke stellingname van de Frontbeweging naar het einde van de eerste WO, namelijk dat België geen meerwaarde meer betekende voor Vlaanderen, niets aan actualiteitswaarde ingeboet heeft, integendeel. De aloude slogan “Vlaanderen eerst” reflecteerde toen al dat Vlaamse welvaart en Vlaamse welzijn enkel te verwezenlijken zijn via echt Vlaams zelfbestuur.

De eerste versie van “Bye bye Belgium” werd gedraaid in witzwart in de loopgrachten van Nieuwpoort tot Wijtschate.

Echt zelfbestuur of onafhankelijkheid, niet omdat het een doel op zich is, maar wel omdat er geen andere mogelijkheid bestaat om onze Vlaamse toekomst te garanderen. Alleen als Vlaanderen een eigen grondwet heeft, een kant en klaar operationeel toekomstcontract, zal de doorsnee Vlaming zich kunnen identificeren met een overheid die echt begaan is met de welvaart en het welzijn van zijn inwoners in een duidelijk afgebakend bestuurlijk Nederlandstalig geheel.

Vlaamse politici. Werk aan de winkel. Versterk onze Vlaamse identiteit en maak werk van een juiste Vlaamse geschiedschrijving voor jongeren.

 Voorkom territoriale schade. Pas de voogdij in Vlaams-Brabant sluitend toe. Blok tegen alle vormen van Brusselse uitbreiding zoals BMG, Parking C, eensgezind af.

Schaf de faciliteiten af en fluit de taalwetovertreders van het terrein.

Of het nu om Oeren of Linkebeek gaat, elke gemeente in Vlaanderen moet zich houden aan de Vlaamse decreten.

 

Vlaamse regering, ga proactief te werk en doe hetzelfde als de Franstaligen deden. Maak ook werk van een exitscenario uit België, voor ze ons te snel af zijn, en met de Vlaams-Brabantse kroonjuwelen gaan lopen en het gros van de staatsschuld in onze schoenen schuiven. Want vergis u niet! Men is er mee bezig. Er is een Franstalig Plan B; een stille oorlog tegen Vlaanderen. Een draaiboek voor Franstalig België wanneer de Waalse elite vindt dat België meer kost aan Wallonië dan dat het oplevert. Op het moment dat de Francofone elite vindt dat Vlaanderen niets oplevert, zullen ze België laten barsten én… ze zullen voorbereid zijn. Territoriaal, financieel en internationaalrechtelijk! Laten wij dus het initiatief nemen!

Vandaag en morgen allen opnieuw fronter!

 

 

 

Terug naar overzicht