Onderzoek België-betoging vergeet belangrijkste conclusie te trekken
Brecht Arnaert 26-02-2008
|
Onderzoekers van de Universiteit Antwerpen (o.a. Stefaan Walgrave) vergeleken een Vlaamse en Belgische betoging. De belangrijkste vaststelling - Vlaanderen betoogt niet voor meer België - moffelden ze weg.
In het jongste nummer van het tijdschrift Sampol (Samenleving en politiek) analyseren onderzoekers van de Onderzoeksgroep Media, Movements and Politics (M²P), aan de Universiteit Antwerpen (UA) twee betogingen die vorig jaar het nieuws haalden: een Vlaamse betoging, georganiseerd door het KVHV in Sint-Genesius-Rode op 6 mei, waar zo’n 1500 mensen op aanwezig waren, en de pro-Belgische betoging, georganiseerd door Marie Claire Houard op 18 november, met zo’n 20 000 deelnemers.
De onderzoekers hebben er telkens ca. 500 deelnemers een korte vragenlijst voorgelegd. Een kleine helft ervan bezorgde nadien nog een aanvullende en schriftelijke ingevulde vragenlijst.
Bij de Belgische betoging gaven tweederde (64%) van de respondenten aan op een Franstalige partij te stemmen. Amper 18,5 procent stemde voor een Vlaamse partij (Zie bijlage, tabel 1).
Gevraagd naar de postcode van de woonplaats en de taalachtergrond blijkt dat bijna een derde (31%) van alle betogers Franstalige Brusselaars zijn, gevolgd door 24 % Franstalige Walen. Slechts 12 % van de respondenten is Vlaming en spreekt thuis enkel Nederlands.
Bij de Vlaamse betoging zijn ook een aantal interessante cijfers te noteren. 66 % van de betogers op de Vlaamse mars in Rode zegt bij de volgende verkiezingen op het Vlaams Belang te zullen gaan stemmen, 20 % blijken voor het Vlaams kartel, vermoedelijk N-VA te stemmen. De andere partijen zijn totaal afwezig.
Interessant is de manier waarop men vernam dat er een betoging was. 64 % van de betogers in Brussel haalde de informatie over de actie via de media, tegenover slechts 6% van de betogers in Rode.
Commentaar (BA): Dit onderzoek bevestigt dat aan de actie van Marie-Claire Houard veel meer media-aandacht werd besteed dan aan de betoging van het KVHV. Dit beïnvloedt onder andere de verschillen in aantallen betogers, maar ook de perceptie van zo’n actie: wat in de media komt is goed, wordt ondersteund en uitgebreid verslagen. Het is duidelijk dat de systeemkrachten eens te meer de wind in de rug kregen.
Verder blijkt ook uit de samenstelling van de betogers van de pro-Belgische betoging dat de kritiek over de onevenwichtige samenstelling van de betoging, terecht was. Op basis van thuistaal besluiten de onderzoekers dat er 21 procent Nederlandstaligen waren (65% Fr, 15% tweetalig). Hun cijfers over woonplaats geven ze niet… En dat terwijl er in België toch bijna dubbel zo veel Vlamingen als Walen zijn. Een representatieve betoging had minstens 60 % Vlamingen moeten bevatten om ook in Vlaanderen een sterk signaal te zijn.
Hoewel het artikel neutrale aspiraties heeft, valt uit de ondertoon toch een zekere voorkeur te merken. Vreemd is bijvoorbeeld dat de auteurs de mensen van de Vlaamse betoging ostentatief ‘Belgen’ noemen, terwijl die betogers er net prat op gaan Vlamingen te zijn.
De politiek meest sprekende cijfers worden wat weggemoffeld, onder meer door vage verwijzingen naar ‘het grote aantal “taalambivalenten” onder de “Belgische” betogers’. We stellen met blijdschap vast dat een neologisme tot onze taal is toegetreden én dat ‘Belgisch(e)’ , ook in wetenschappelijke literatuur, steeds meer tussen haakjes komt te staan.

Terug naar de artikelenlijst.

