De ene peiling is de andere niet
Jan Van de Casteele 07-10-2006
|
...
Over de opdrachtgevers:
Over de opdrachtgevers:
De peilingen gebeuren nagenoeg nog uitsluitend en exclusief in opdracht van mediagroepen, die vervolgens de mediagebruikers bombarderen met - tegenstrijdige - resultaten. Bovendien zwijgen de media elkaars onderzoeken veelal dood ofwel beschimpen ze elkaar
Over de impact op stembusgang:
Over de impact op stembusgang:
Tegenstrijdigheden in peilingen zijn zelfs een veelgeciteerde bron van irritatie. Toch wordt hun impact in politieke kringen alom gevreesd....Het besef dat een electorale peiling wel eens een electorale realiteit zou kunnen baren zit diepgeworteld.
Over de inflatie aan peilingen: Het klopt: er was een inflatie aan opiniepeilingonderzoeken allerhande tijdens deze verkiezingen, maar er worden daarentegen in ons land relatief bitter weinig electorale prognosepeilingen uitgevoerd, laat staan gepubliceerd. Zeker als we vergelijken met het buitenland, waar media bij verkiezingen week na week de electorale schommelingen in kaart brengen, kunnen we niet bepaald stellen dat we op dat punt verwend worden, laat staan ondergesneeuwd.
Over liichtzinnigheid: Vaak laat men uitschijnen dat het probleem van de electorale peilingen hoofdzakelijk schuilt in de lichtzinnigheid waarmee sommige onderzoekers en professoren hun peilingen (laten) uitvoeren. Meestal rijdt het debat zich vervolgens vast op het verwarrende begrip 'representativiteit'. De representativiteit van een steekproef bepaalt echter maar zeer ten dele de waarde van een electorale prognosepeiling. Dat komt vooral omdat we niet altijd meten wat we proberen te meten, namelijk kiesgedrag, de processen die daaraan ten grondslag liggen en de factoren die dat kiesgedrag beïnvloeden. En het komt omdat ook bij zogenaamde wetenschappelijke steekproeven, zelfselectie, non-respons, sociale wenselijkheid en onbeslistheid een minstens zo belangrijke rol spelen: over die belangrijke aspecten van het electorale peilingonderzoek gaat het debat zelden.
Over liichtzinnigheid: Vaak laat men uitschijnen dat het probleem van de electorale peilingen hoofdzakelijk schuilt in de lichtzinnigheid waarmee sommige onderzoekers en professoren hun peilingen (laten) uitvoeren. Meestal rijdt het debat zich vervolgens vast op het verwarrende begrip 'representativiteit'. De representativiteit van een steekproef bepaalt echter maar zeer ten dele de waarde van een electorale prognosepeiling. Dat komt vooral omdat we niet altijd meten wat we proberen te meten, namelijk kiesgedrag, de processen die daaraan ten grondslag liggen en de factoren die dat kiesgedrag beïnvloeden. En het komt omdat ook bij zogenaamde wetenschappelijke steekproeven, zelfselectie, non-respons, sociale wenselijkheid en onbeslistheid een minstens zo belangrijke rol spelen: over die belangrijke aspecten van het electorale peilingonderzoek gaat het debat zelden.
Over de resultaten: enkele brengen de electorale dynamiek behoorlijk goed in kaart, zonder dat ze daarom noodzakelijk een correcte uitslag voorspellen. Gezien het hoge percentage onbesliste kiezers die men in vele electorale onderzoeken vaststelt, is dat ook nauwelijks een haalbare kaart. En dus is het belangrijk dat men op dit terrein blijft innoveren en experimenteren met nieuwe methoden en technieken.
Over journalistieke behandeling: Het probleem zit evenwel niet uitsluitend bij bedenkelijke firma's die ad hoc onderzoek verrichten van een vaak even bedenkelijke kwaliteit; het probleem zit evenzeer journalistieke behandeling van peilingen... Peilingen worden zelden geanalyseerd in functie van trend en electorale dynamiek tussen partijen. De interessante vraag is trouwens niet welke partij procentsgewijs welk marktaandeel zal binnenrijven. Interessant is wel het antwoord op de vraag welke kiezers wanneer van electorale voorkeur veranderen en waar. Toch maken vele journalisten er hun lievelingssport van om politici te confronteren met hun voorspelde marktaandeel in de peilingen en hun plaats binnen de poppolls. Als electorale prognosepeilingen al self-fulfilling prophecy-effecten hebben dan komt dat wellicht meer door de journalisten dan door de cijfers die peilingen berekenen. Wellicht is er behalve nood en behoefte aan innovatie en vaste, regelmatige peilingen, ook behoefte aan een andersoortige journalistieke behandeling van peilingen.

Doorbraak over zomerpeilingen okt 2006
Terug naar de artikelenlijst.
