Vaarwel, "Vlaams" Brabant?

Jan Van de Casteele 06-10-2006

De cijfers stonden in De Standaard (30 september): in de basisscholen van de Vlaamse gemeenten rond Brussel en de faciliteitengemeenten steeg het aantal anderstalige leerlingen het voorbije schooljaar tot 31 procent.

In de 113 Nederlandstalige basisscholen in de Vlaamse Rand lopen 31.609 kinderen school. Van hen spreken er 9.788 thuis een andere taal dan het Nederlands. Dat is een stijging met 438 in vergelijking met de cijfers van 2005. De cijfers verschillen sterk per school.

Uitschieters zijn de basisschool van het gemeenschapsonderwijs in Vilvoorde (86 procent), de vrije kleuterschool van Zellik (80 procent), de gemeentelijke lagere school van Zellik (72 procent), de basisschool van het gemeenschapsonderwijs in Sint-Pieters-Leeuw (71 procent) en de vrije basisschool in Vilvoorde (66 procent).

De cijfers komen van Vlaams minister van Onderwijs Frank Vandenbroucke (SP.A) en werden bekendgemaakt door de Beerselse N-VA'er Ben Weyts, kabinetschef van Vlaams minister Bourgeois (N-VA).

’We weten natuurlijk dat onze basisscholen veel anderstalige leerlingen tellen, maar nu beginnen de cijfers toch erg hoog op te lopen, terwijl het aantal Nederlandstalige kinderen afneemt’, zegt Weyts.

Faciliteitengemeenten

In de Nederlandstalige basisscholen in de zes faciliteitengemeenten steeg het aantal anderstalige kinderen in een jaar tijd van 1.501 naar 1.791, dat is de helft van het aantal leerlingen.

Hoewel Vandenbroucke in de Vlaamse Rand extra lestijden toekende om anderstalige kinderen bij te scholen, pleit Weyts voor nog meer inspanningen.

Hij denkt onder meer aan een verplicht voorbereidend taalbadjaar en een verbintenis van de anderstalige ouders om zelf Nederlands te leren en het ook buiten de school te spreken met hun kinderen.

Commentaar: Ongetwijfeld zullen er wel weer charlatans opstaan die het fantastisch vinden dat die anderstaligen in Vlaams-Brabant Nederlands leren. We kennen dat verhaal al in Brussel. Straks vertellen ze nog dat Vlaams-Brabant door die ontwikkeling alleen maar 'Vlaamser' wordt.

De realiteit is net iets verontrustender: de onderwijscijfers geven net als de cijfers over taaltoestanden bij Kind en Gezin onrechtstreeks een duidelijk inzicht in de taalverhoudingen in Vlaams-Brabant: de instroom van Franstaligen uit Brussel en Wallonië en van anderstalige migranten zorgt op termijn voor een tweetalig Vlaams-Brabant.

De Vlaamse overheid financiert via zorgcoördinatoren en leerkrachten TNN (thuis niet-Nederlands). Dat is een goede zaak. Weyts heeft gelijk als hij stelt dat "meer" nodig is. Een taalbadjaar of verbintenissen met de ouders zijn suggesties, maar het debat veel ruimer voeren is veel dringender.

Misschien is niet alleen de discrete financiering van dit nogal defensieve beleid van minister Vandenbroucke de beste oplossing. Vlaanderen kan binnen het huidige federale kader niet de nodige kordaatheid aan de dag leggen om een van z'n vijf provincies Vlaams te houden. Alleen een Vlaamse staat kan ten volle inspelen op het behoud van de eigen identiteit.



Terug naar de artikelenlijst.