NMBS: voorrang voor Wallonië

Jan Van de Casteele 04-10-2006

De 250 Vlaamse stations bedienen dagelijks 361.532 reizigers (44,9% van de NMBS-klanten) en stellen 1.213 werknemers tewerk (44,9% van het aantal NMBS-werknemers).
Eén personeelslid staat tegenover 298 reizigers.

De 257 Waalse stations bedienen dagelijks 215.850 reizigers (28,2%) en stellen 1.021 werknemers tewerk (37,8%). Eén personeelslid staat tegenover 211 reizigers.

Dit blijkt uit cijfers van minister Bruno Tuybens, gegeven op een vraag van Francis Van den Eynde.

Dit is maar één van de "scheve" situaties bij de spoorwegen. Veel belangrijker nog is het instandhouden van de '60/40-verdeelsleutel voor de verdeling van de spoorweginvesteringen tussen Vlaanderen en Wallonië. Zoals de vroegere spoorbaas Karel Vinck einde vorig jaar zei: België moet het belang van de havens van Antwerpen en Zeebrugge erkennen. Daarom moet de 60/40-sleutel springen. De wafelijzerpolitiek die tegenover investeringen in Vlaanderen telkens investeringen in Wallonië zet is nefast.

Ook fel aangeklaagd is het gebrek aan overleg van de "nationale" NMBS met de geregionaliseerde vervoersdiensten zoals De Lijn, MIVB en TEC.

Een ander pijnpunt is de uitbouw van het gewestelijk expresnet (GEN). De NMBS werkt zonder enig structureel overleg met de andere gewesten verder aan het GEN, maar tegelijk lanceert De Lijn samen met de provincie Vlaams-Brabant het zogenaamde Brussel Brabant Net.

 


Terug naar de artikelenlijst.