Over collaboratie en epuratie
Jan Van de Casteele 03-09-2006
|
In Knack van 30 augustus staat een boeiende bijdrage van Frank Hellemans over "bestsellers onder de bezetting", vastgeknoopt aan de publicatie van "Inktpatronen. De Tweede wereldoorlog en het boekbedrijf in Nederland en Vlaanderen" (uitgave van De Bezige Bij, 432 blz.).
De titel van het Knack-artikel spreekt voor zich. Van Stijn Streuvels' De Vlasschaard werden 100.000 exemplaren verkocht, een herdruk van klassiekers van Consciense (De Leeuw van Vlaanderen, 200.000) en Ernest Claes (De Witte, 75.000) waren bijzonder succesvol. Ook Elsschot (Tsjip, 35.000), Walschap (Een mens van goede wil, 50.000) scoorden goed. Ter vergelijking: de gemiddelde oplage van een Vlaamse roman vandaag bedraagt 1250 exemplaren en vanaf 10.000 exemplaren (Brusselmans, Lanoye) spreekt men hier nu al van een bestseller.
Hellemans verwijst in zijn artikel naar Fernand Toussaint van Boelaere, die vanaf 1945 diverse collega's begon aan te klagen voor echte of vermeende collaboratie. 'Het wordt hoog tijd dat deze spin in het epuratieweb van naderbij wordt bestudeerd... Dat Cyriel Verschaeve, Wies Moens en Filip de Pillecijn voor culturele collaboratie werden veroordeeld, valt te begrijpen. Maar waarom Toussaint Ernest Claes, Felix Timmermans, Stijn Streuvels en zoveel anderen uit het voornamelijk katholieke schrijverskamp de duivel aandeed, is onduidelijker... Vooral Karel Jonckheere vertolkte een troebele rol in dit literair-politieke zuiveringsdrama...Een beknopte en zakelijke reconstructie van de literaire epuratie zou al wonderen doen om het beeld van de Vlaamse literatuur tijdens en vlak na de Tweede Wereldoorlog eindelijk scherp te kunnen stellen', aldus Hellemans.
Terug naar de artikelenlijst.
