Taalkennis essentieel voor migranten

jan van de casteele 20-05-2006

Een zeldzaam evenwichtig artikel over de dramatische gebeurtenissen in Brussel en Antwerpen en het migratieprobleem verscheen in De Tijd van 20 mei.

In Frankrijk, Spanje en Groot-Brittannië meer dan in Duitsland, Nederland of Vlaanderen zijn er tekenen van een toenemende rationaliteit in de aanpak van het migratieprobleem. Dat zegt Rolf Falter (De Tijd, 20 mei). 'Er groeit stilaan een consensus over werk als beste toelatingscriterium, over een mix van repressie en regelmatige regularisatie voor de onvermijdelijke illegalen, over taalkennis en respect voor de voornaamste wetten als integratiedrempel, over een goed uitgebouwd onthaalbeleid voor wie welkom is, over het isoleren van potentiële terroristen en het buitenzetten van fanatici, over het tegengaan van grote concentraties nieuwe immigranten uit dezelfde streek. De immigratie zelf staat als fenomeen niet meer ter discussie, enkel nog haar omvang en opvang.

Hieronder het integrale artikel van Falter in De Tijd

Vreemdelingen in de emocratie

 

Rolf Falter in De Tijd 20 mei 2006

 

 

 

 

 

Een jongen van 18 begint in de straten van Antwerpen op vreemdelingen te schieten en doodt een Malinese vrouw en een kind van twee. Een Amerikaanse president stuurt 6.000 zwaarbewapende troepen naar de Mexicaanse grens om illegale immigratie tegen te houden. Een Nederlandse politica van Somalische afkomst moet haar nieuwe land ontvluchten. Een Britse minister van Binnenlandse Zaken moet opstappen omdat hij de illegale immigratie niet onder controle kreeg. Een nieuwe immigratiewet in Frankrijk. Wekenlange polemieken in Duitsland over de vraag of een roofmoord op een 37-jarige man van Ethiopische afkomst in Potsdam al dan niet racistisch geïnspireerd was.

 

 

Er gaat geen dag voorbij zonder dat immigratiekwesties een hoofdbrok in het nieuws vormen. Ze leveren passionele thema's, vereenvoudigd serveerbaar in zwart versus wit, en dus hapklare kost voor moderne media. Maar uiteraard gaat immigratie ook over de meest diepgaande verandering die onze samenleving ondergaat, zeker op dit oude continent dat een halve eeuw geleden nog zelf zijn bevolkingsoverschotten naar nieuwe werelden exporteerde.

In 1980 waren er in de rijke industrielanden 48 miljoen migranten die geboren waren in de Derde Wereld, volgens het VN-Hoge Commissariaat voor de Vluchtelingen. Twintig jaar later zijn er dat 110 miljoen, van wie 35 miljoen (12,3% van de bevolking) in de Verenigde Staten en 32 miljoen (9,7%) in Europa. In het Brussels Gewest wonen vandaag vermoedelijk meer mensen van Marokkaanse geboorte (13%) dan Vlamingen.

 

 

Kebab

 

 

Bij die radicale omwenteling hebben we hier in West-Europa zowat alles verkeerd gedaan wat we verkeerd konden doen. We geloofden naïef dat de multiculturele samenleving er, in pita en kebab, meteen was, terwijl die een Sisyfusarbeid vormt. We stelden eerst geen enkele vraag naar integratie en schreven daar na 11 september dikke, belachelijke cursussen over vol. We weigerden, als media, lange tijd te berichten dat meer dan de helft van de gedetineerden immigranten zijn, maar zien nu Noord-Afrikanen waar er geen zijn. We legden maandelijkse uitkeringen klaar, die een veelvoud van een jaarinkomen vertegenwoordigen voor de migrant in zijn miserabele streek van oorsprong. We lieten tienduizenden extreem laaggeschoolden toestromen, op een ogenblik dat we met veel te hoge minimumlonen de legale arbeidsmarkt daarvoor drooglegden.

 

 

Nochtans is de dynamiek eenvoudig. Toen in 1989 die grote ijsklomp van de Sovjet-Unie en haar satellietstaten wegsmolt, stroomden honderdduizenden havelozen en ook beter gestelden uit al 's werelds armere landen naar het triomferende en welvarende Westen, dat van zichzelf propageerde dat het vrij was. 99 procent onder hen, zelfs Ayaan Hirsi Ali, deed dat omdat ze op zoek waren naar werk, naar eten, naar een dak boven het hoofd en liefst ook nog naar een dokter die niet 100 kilometer verderop woont.

 

 

Die sociaal-economische dimensie van de immigratie werd snel vrij goed onderkend. De communautaire daarentegen werden straal genegeerd en zelfs verketterd. Dertig jaar geleden kreeg de invalide werkman in Borgerhout die net zijn voortuintje had gewied, plots een Marokkaanse buur met een verroeste VW-camionette, acht kinderen, en een ingepakte, zwijgzame vrouw naast zich, met de geuren van een krachtige keuken als enige vorm van communicatie. Als hij daar al eens over foeterde, begroef de hooggeschoolde goegemeente hem onder racisme-verwijten. Dertig jaar later wist Arcelor-baas Guy Dollé in zijn eerste verweer toen een Indiër aan zijn bestuurskamer aanklopte, nochtans ook niet meteen iets beter te bedenken dan dat zo'n verre vreemdeling alleen maar schroot kan produceren.

 

 

Emotie

 

 

Precies de clash van culturen, de potentiële tribale reflex in ieder van ons, vormt het moeilijkst te beheersen aspect van de kwestie. In termen van economisch eigenbelang verwacht je dat rechtse politici eerder pro immigratie zijn, omdat daardoor een neerwaartse druk op de lonen ontstaat, en linkse dus tegen. Soms klopt dat patroon ook, zoals in de kwestie van de Poolse loodgieters, of tot voor kort bij George W. Bush. Toch blijken emoties van nationale identiteit en veiligheid (rechts) versus gevoelens van internationale solidariteit (links) veel meer de politieke reflexen over immigratie te bepalen dan dat economisch eigenbelang. De emotie is nog sterker dan het verstand.

 

 

Vandaar de explosiviteit van de kwestie, en het risico op politieke destabilisatie. De opkomst van extreem rechts in heel West-Europa de afgelopen kwarteeuw, de geilheid van de media voor het thema, de terugkeer van religie als politieke factor, de inperking van vrijheden in naam van nationale veiligheid, het contrast tussen de officieel nooit opgeheven immigratiestop en de realiteit op het terrein, of de relatieve verarming van steden zoals Rotterdam en Brussel signaleren alle dat een desastreus beheerde immigratie heel snel op welvaartvermindering, maatschappelijke chaos en nieuwe vormen van fascisme kan uitdraaien. Zeker als in Europa decennia van stagnatie in het verschiet zouden liggen.

 

 

Toch ziet men gelukkig ook - in Frankrijk, Spanje en Groot-Brittannië meer dan in Duitsland, Nederland of Vlaanderen - tekenen van een toenemende rationaliteit in de aanpak. Er groeit stilaan een consensus over werk als beste toelatingscriterium, over een mix van repressie en regelmatige regularisatie voor de onvermijdelijke illegalen, over taalkennis en respect voor de voornaamste wetten als integratiedrempel, over een goed uitgebouwd onthaalbeleid voor wie welkom is, over het isoleren van potentiële terroristen en het buitenzetten van fanatici, over het tegengaan van grote concentraties nieuwe immigranten uit dezelfde streek.

 

 

De immigratie zelf staat als fenomeen niet meer ter discussie, enkel nog haar omvang en opvang. En gelukkig maar. Pas op de dag dat er geen immigranten meer naar ons land willen komen, moeten we echt in paniek slaan.

 

 

 

 

 

 

 


Terug naar de artikelenlijst.