Vlaanderen vacatureland

Op 14 juli organiseren Vlaanderen, Wallonië en Brussel een interregionale banenconferentie. Dat hebben de minister-presidenten Peeters en Demotte onlangs in Namen afgesproken. Ook de federale regering zal hieraan deelnemen. De conferentie moet maatregelen voorstellen om meer Waalse en Brusselse werklozen in Vlaanderen aan de slag te krijgen. Vlaanderen kampt met een krapte op de arbeidsmarkt en krijgt volgens Kris Peeters 50 000 banen niet ingevuld.
Niet toevallig werd dat laatste cijfer nog eens breed uitgesmeerd op de voorpagina van De Standaard net voor het werkbezoek aan Namen. Peeters had overigens vroeger al eens verklaard dat hij 50 000 Franstalige werkzoekenden naar Vlaanderen wil lokken. Volgens De Standaard is het aantal knelpuntvacatures hoger opgelopen dan ooit. We voegen er als nuance aan toe dat het aantal nieuwe vacatures bij de VDAB in februari en maart beduidend lager lag dan een jaar geleden, door het systematischer uitzuiveren van de databanken en de economische groeivertraging. Wel kunnen we op basis van de lijst knelpuntenberoepen 2007 objectief vaststellen dat de problemen zijn toegenomen.
Wordt beschouwd als een knelpuntvacature: een lange vervullingstijd (de periode tussen het bekend maken van de vacature en de plaatsing van de kandidaat bedraagt gemiddeld 48 dagen) of lange looptijd tot annulering. En het vervullingspercentage (het vinden van een kandidaat) voor het knelpuntberoep ligt lager dan bij andere vacatures: in 2007 was dat 82 procent tegenover ca. 86% voor niet-knelpuntvacatures. Als de huidige trend aanhoudt, zal de vervullingsgraad voor moeilijke vacatures dit jaar lager uitkomen.
In de recente lijst die de VDAB publiceerde over 2007, lag het aantal knelpuntvacatures en bijgevolg knelpuntberoepen gevoelig hoger dan in 2006. De grootste groep blijven de technische profielen (technici, tekenaars, loodgieters, buizenfitters, lassers, elektro- en andere mecaniciens ...). De vraag naar ingenieurs is een structureel probleem, ook die naar verplegend personeel. Maar er is evengoed en in toenemende mate een vraag naar schoonmaaksters en strijksters, ook de vele vacatures voor metselaars en chauffeurs bevatten vaak geen diplomavereisten. Opvallend is het grote aantal knelpunten bij de vervanging van bruggepensioneerden: van de nieuwe werknemers wordt vereist (of gehoopt) dat ze even snel inzetbaar zijn als de ervaren kracht die de onderneming verlaat.
Aanpak
Er bestaat uiteraard geen eenduidige oplossing. Maar als het Planbureau aangeeft dat door het gelijktijdige fenomeen van ontgroening (minder instroom van jongeren) en vergrijzing (meer uitstroom) de Vlaamse bevolking op arbeidsleeftijd tussen 2010 en 2020 met ruim 140 000 eenheden zal dalen, dan lijkt het onvermijdelijk om de activering van werklozen uit te breiden tot de categorie van de 50-plussers, hoe groot ook de onwil bij de vakbonden en hun bevriende ministers zal zijn.
Het organiseren van de “interregionale mobiliteit” kan een steentje bijdragen, maar men moet dit ook niet gaan overromantiseren. In 2006 startte de VDAB al de samenwerking met Forem (Wallonië) en Orbem (Brussel, nu Actiris) via de vzw Synerjob, met de bedoeling op korte termijn 5000 werkzoekenden uit Wallonië en 1000 uit Brussel over de taalgrens te halen. Maar volgens Forem hebben tot nu toe amper 200 Waalse werkzoekenden ook effectief een baan gevonden in het kader van dat taalgrensoverschrijdend project.
Recent zijn er “gemengde teams” van de bemiddelingsdiensten aan het werk gegaan vanuit Luik, Moeskroen en Sint-Pieters-Leeuw, die werkzoekenden actief en individueel gaan benaderen. Zo hoopt men een stap verder te zetten in de richting van de oorspronkelijke objectieven. Beter openbaar vervoer en eventueel pendeldiensten kunnen daartoe bijdragen.
Milquet
Wat we niet mogen toelaten, is uiteraard dat Milquet & co met hun “mobiliteitspremie” de regionalisering van de arbeidsmarkt als afgesloten beschouwen, thema dat in Doorbraak overigens al uitvoerig ter sprake is gebracht. Van bedrijven die een beroep doen op deze werknemers, mag overigens worden verwacht dat ze een inspanning doen voor het Nederlands op de werkvloer. (Het zou de moeite lonen hierover eens een cijfermatige enquête te voeren.)
Maar: een herwaardering van het technisch onderwijs, het openstellen van de arbeidsmarkt voor werknemers uit alle nieuwe lidstaten van de Europese Unie vanaf 1 mei volgend jaar, een betere aanpak van kansengroepen (ouderen, allochtonen, laaggeschoolden, arbeidsgehandicapten) zijn minstens even belangrijk als die mythische interregionale mobiliteit.
Het systeem van verworven competenties en individuele beroepsopleiding in de onderneming is aan bijkomende waardering toe. Idem voor een individuele beroepsopleiding na een interimcontract. Nog veel te vaak is de vaststelling dat de vakbonden iedere vorm van flexibiliteit om principiële redenen bestrijden of verwerpen. Ook dat zal moeten veranderen als we de knelpunten op onze arbeidsmarkt beter willen aanpakken.
Economische migratie voor bepaalde beroepscategorieën is een bijkomende optie, maar ook daarvan moet niet alle heil worden verwacht zolang de loonkosten bij ons de pan uitrijzen. Veel kandidaten zullen meer kunnen verdienen in een anders Westers land, en dan is de keuze snel gemaakt.
Conclusie: een gediversifieerde aanpak die zich niet enkel toespitst op arbeidsreserves van over de grens of taalgrens. Hoe leuk dat ook in de oren klinkt van wie nog om België geeft.
Reacties
Terug naar de artikelenlijst.

