Taalverklikkers?
Jan Van de Casteele 13-06-2008
|
Als De Morgen (of pakweg De Ochtend) titelt dat Overijse 'oproept tot taalverklikkers', dan ben je meteen wakker en ga je met een frisse kop op zoek naar wat er werkelijk aan de hand is. Bij nader toezien wil Overijse de handelaars ‘vriendelijk verzoeken om het Nederlands te gebruiken. Van verbieden is geen sprake’, aldus burgemeester Brankaer. Yve Leterme, maar vooral Marino Keulen en zijn woordvoerder volgen in hun verontwaardiging nogal makkelijk (en ondoordacht?) de kritiek van het FDF. Het OVV spreekt terzake van manipulatie.
'Anderstalige reclamefolders, borden van immobiliënkantoren... Deze en andere inbreuken op het Nederlandse taalstatuut van de gemeente Overijse kan u melden', schrijft het gemeenteblad De Overijsenaar. De gemeente belooft de handelszaken dan met 'een vriendelijk verzoek' of met 'praktische tips' aan te sporen om het Nederlands te gebruiken.
Dat zijn de feiten. De Vlaams-Brabantse gemeente Overijse heeft haar burgers opgeroepen om handelaars ‘te verklikken’ , geef toe, dat klinkt al iets anders.
Heksenjacht?
Vanwaar het rumoer? In La Dernière Heure (12 juni) schrijft Ludivine Nolf: ‘C'est une véritable chasse aux sorcières qui s'est dernièrement mise en place à Overijse.’ Het absoluut tolerante FDF werd er door de krant als getuige bijgehaald om te stellen dat het taalgebruik in handelszaken volgens artikel 30 van de grondwet volledig vrij is. Vlaanderen brengt economische activiteit, inzonderheid die van de middenstand, in het gedrang.
'Het gebruik van de in België gesproken talen is vrij; het kan niet worden geregeld dan door de wet en alleen voor handelingen van het openbaar gezag en voor gerechtszaken', zegt dit artikel van de Grondwet inderdaad. Maar niets weerhoudt er de Vlaamse gemeenten van om van het grondwettelijk recht op vrijheid gebruik te maken om duidelijk te maken dat men de verfransing of verengelsing van de eigen regio niet zo prettig vindt en waar mogelijk wil inperken.Niets weerhoudt er een burgemeester van om zijn inwoners toe te laten van hun vrijheid gebruik te maken om taalvervuiling te signaleren.
Enkele uren later noemde premier Leterme (CD&V) het initiatief ‘niet aanvaardbaar’. Vlaams minister van Binnenlandse Bestuur Marino Keulen (Open Vld) vindt ‘de verklikking verwerpelijk, middeleeuws en beneden alle peil... Verwijzend naar de grondwet zegt Keulen dat Overijse niets kan verbieden. In het buitenland wordt Vlaanderen al omschreven als een onverdraagzame, bekrompen regio. Initiatieven als dat van Overijse kunnen 'die karikaturen alleen maar voeden'. Keulens woordvoerder Peter Dejaegher doet er nog een schepje bovenop. Wat in Overijse gebeurt doet denken ‘aan de praktijken van Hitler’ (Het Nieuwsblad, 13 juni)
Politici en hun woordvoerders mogen wel eens beter nadenken voor ze ‘tilt’ slaan. In vergelijkbare situaties in Europa voorziet de grondwet andere maatregelen.
In het meertalige Zwitserland bepaalt de grondwet (artikel 70) dat de kantons hun eigen officiële taal bepalen, dat ze waken over de traditionele territoriale verhoudingen en dat ze (zelfs) rekening houden met ‘autochtone taalminderheden’. Vlaamse politici met enige moed zouden met die visie kunnen rekening houden. (http://www.admin.ch/ch/f/rs/1/101.fr.pdf - blz. 19)
Dat waar mensen zich ook vestigen, de overheid aldaar en de omgeving zich maar moet aanpassen (in plaats van omgekeerd), is fout. Matthias Storme wees er onlangs op dat ‘de invulling van le droit des gens waar de Franstaligen zich op beroepen in geen enkel land of gewest geldt waar de Franstaligen het alleen voor het zeggen hebben. Niet in Frankrijk, niet in de Franstalige kantons in Zwitserland, niet in Wallonië en al helemaal niet in Québec.’ (http://www.brusselsjournal.com/node/3311)Burgemeester Dirk Brankaer (Overijse 2002-N-VA-CD&V) is verbolgen over de kritiek. Hij ontkent dat anderstalige opschriften verboden zijn in Overijse: de gemeente wil ze alleen ‘ontmoedigen’. ‘De minister heeft met ons niet eens contact opgenomen en baseert zich op een tendentieus artikel in La Dernière Heure dat volledig fout is. Zo willen we handelaars niets verbieden, maar wel vriendelijk aansporen om het straatbeeld in Overijse Nederlandstalig te houden...’... ‘Van verbieden is geen sprake. Ook de provincie Vlaams-Brabant ijvert daarvoor. Van een oproep tot aangeven is evenmin sprake. We hebben enkel een centraal meldpunt opgericht waar men met dergelijke klachten terechtkan.’.
Deze aanpak gaat tevens gepaard met positieve acties, zoals het organiseren van taallessen voor anderstaligen, steun aan initiatieven die contacten tussen anderstaligen en Nederlandstaligen bevorderen en een goed nabuurschap met Waals-Brabantse buurgemeenten.
Open brief OVVIn een open brief (‘Oppassen voor mediatieke manipulatie', 13 juni) spreekt ook het Overlegcentrum van Vlaamse Vereniginge van verklaringen ‘zonder grondige analyse’.
Het OVV verwijst naar haar dossier Média-mensonges over systematische manipulatie en/of fouten in de Franstalige (en internationale) pers (zie bijlage)
Het OVV vraagt de Vlaamse media en de pers zich te hoeden voor Franstalige en unitaire desinformatie, waar uit Vlaamse bronnen de nuance altijd wordt weggecensureerd.
Vlaanderen vraagt enkel dat respect voor het geheel van haar instellingen (Parlement, ministers, taal, grondgebied, ...) dat overal elders in de EU en landen zoals Zwitserland gebruikelijk is’, besluit het OVV
Van provincie tot Vlaams Belang
Vlaams Belang gaat dinsdag in de Vlaams-Brabantse provincieraad de deputatie vragen of ze het bij Vlaams minister van Binnenlands Bestuur Marino Keulen zal opnemen voor Overijse. De wijze waarop Overijse het anderstalige straatbeeld aanpakt, wordt volgens de partij immers al jaren toegepast door heel wat gemeentebesturen in Halle-Vilvoorde en ook door het provinciebestuur. 'Keulen zet door zijn kritiek op Overijse het taalbeleid van heel wat lagere besturen op de helling', aldus provincieraadslid Jan Laeremans.
Bijlage

(40 Kb)
Terug naar de artikelenlijst.

